De hut, waar het allemaal eigenlijk begint
Het Mausoleum, voor al uw oude koeien
Tattoo-Log, sommigen kunnen niet zonder
Inteelt, bij de gratie van

  

 

Prehistorisch

01 Okt - 31 Okt 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Feb - 28 Feb 2005
01 Dec - 31 Dec 2004
01 Nov - 30 Nov 2004
01 Okt - 31 Okt 2004
01 Sep - 30 Sep 2004
01 Aug - 31 Aug 2004
01 Jul - 31 Jul 2004
01 Jun - 30 Jun 2004
01 Mei - 31 Mei 2004
01 Apr - 30 Apr 2004
01 Mrt - 31 Mrt 2004
01 Jan - 31 Jan 2004
01 Dec - 31 Dec 2003
01 Nov - 30 Nov 2003
01 Okt - 31 Okt 2003
01 Sep - 30 Sep 2003
01 Aug - 31 Aug 2003
01 Jul - 31 Jul 2003
01 Jun - 30 Jun 2003
01 Mei - 31 Mei 2003
01 Apr - 30 Apr 2003
01 Mrt - 31 Mrt 2003
01 Feb - 28 Feb 2003
01 Jan - 31 Jan 2003
01 Dec - 31 Dec 2002
01 Nov - 30 Nov 2002
01 Okt - 31 Okt 2002
01 Sep - 30 Sep 2002

 
 
 
 
 

 

Iets kwijt?

 
 
 
 

 

Al deze vervuiling mede dankzij

PIVOT
DIGIZAAL

 

Iets op uw lever?

 

Reclame!

 

 

Tattoo Johnny Tattoo Designs World Famous Tattoo Design Gallery - Thousands of Tattoo Designs - Created by top tattoo artists and illustrators

 

 

Download Tattoo Designs for every Lifestyle

 

 

 

Het gaat niet geheel onopgemerkt

En zo is het!
30 Mrt '04 -

inline



Tijd voor de lente.
link to this.. | 11:04 | dreadloki | twaalf hadden wat

 

 

Purificatie #26 - Epilogue
26 Mrt '04 -
De koninklijke slaapkamer had al zijn koninklijke glans verloren, getuige de ravage die het laatste handjevol soldaten van Áengus aantroffen. Een straffe wind joeg vrijelijk door de kamer mede dankzij een groot gerafeld gat dat de zijmuur ontsierde waar eens een raam had gezeten. Manuscripten dwarrelden door het vertrek en begerige vlammen likten, aangewakkerd door de aanhoudende wind, de knoeste boekenkasten kaal. In het midden van het vertrek pruttelde het vergane lijk van Líadán nog altijd onophoudelijk. Het wit van haar vrijgekomen botten stak scherp af tegen de zwarte, palingachtige kronkelende slangen en vormde tezamen een walgelijk stoofpotje met het spetterende orgaanvlees als garnering. Buiten weerklonk nog altijd het grommen van de nachtmerrieachtige wezens. Angstig en onzeker keken de soldaten elkaar aan. Op de houten vloer, pal voor hun voeten, glinsterde de koninklijke zegelring met een magnifieke schittering onder de priemende zon.

Ciarán had zijn weg naar buiten wederom gevonden via de geheime entree en ontwaarde diezelfde grommende geluiden in de lucht. Gedreven door een niet aflatende nieuwsgierigheid besloot hij zich naar de voorkant van het kasteel te begeven. De scene die hij daar aantrof bood hem een bizarre aanblik. Een krijger met een zwart glimmende arm nam het schijnbaar in zijn ééntje op tegen een drietal monsters met paarden(?)hoofden, terwijl er tegelijkertijd een stukje verderop vier soortgenoten elkaar leken te willen afmaken. De krijger zag eruit als een van die sterke barbaren uit de bergen, maar het zou niet lang duren voordat hij zou bezwijken onder de dwingende aandacht van de mutanten. Moed in die mate kon hij wel waarderen, en dit waren overduidelijk gesommeerde creaturen van de heks, dus behoedzaam naderde hij de vechtende kluwen teneinde de barbaar een helpend handje toe te steken.

Tergend langzaam liep hij op het groepje af, en fluisterde zachtjes iets richting de dichtsbijzijnde Feòrichudh. Het onaardse beest draaide zich met een ruk om naar de magiër en schudde zijn kop in ontkenning. Zijn lippen trokken weg en toonden machtige slagtanden in al zijn glorie. Als een dolle olifant viel hij de enge fluisteraar aan. Op een paar meter afstand genaderd stampte Ciarán eenmaal op de grond en deze leek zich pijlsnel te splijten onder zijn voet. De aarde opende zich als de mond van een hongerige baby en slokte de Feòrichudh gulzig op. Deze wist zich nog net gillend vast te klampen aan een rand van de gespleten grond, maar tijd om eruit te klauteren kreeg hij niet. Net zo snel als de aarde zichzelf als de benen van een hitsige prostituee gespreid had, zo snel sloot deze zich naadloos weer. Alleen zijn klauwen staken krassend als bizarre trofeeën boven de grond uit.

Oggy, op zijn beurt, zag dit alles in zijn ooghoek gebeuren, maar hij was te druk bezet om er aandacht aan te schenken. Een Feòrichudh, de brutaalste, dook naar zijn voeten en beet hem hartstochtelijk in zijn dijbeen. Zijn tanden zonken diep weg in het machtig gespierde barbarenvlees. Oggy gilde luid en vocht verbeten tegen de tranen die in zijn ogen opwelden. Zijn ervaren, bewapende hand deed wat hij moest doen, haast op de automatische piloot. Met een blinde zwaai ontnam hij de tweede Feòrichudh een essentiële lichaamsfunctie waardoor verder aanvallen praktisch onmogelijk geacht werd. De steel van de bijl protesteerde en brak halverwege af. De Feòrichudh wankelde achterover terwijl de gehavende bijl zijwaarts vlak nèt onder het voorhoofd bleef zitten. Verblind door het plakkende bijlblad met de halve steel rende het beest zonder overleg een kant op. Uiteindelijk kwam hij struikelend tot stilstand bij zijn ruzieënde soortgenoten. Dankbaar doken deze bovenop de vers aangeboden lunchmaaltijd.

Er werd geknaagd aan Cearnaigh, en hij was niet direct bij machte dit te verhelpen. De gietijzeren arm, normaal gesproken goed voor een verbrijzelde schedel hier en daar, woog teveel voor zijn rap afnemende spierkracht. Hij zag geen kans overeind te komen als gevolg van het vele bloedverlies en de Feòrichudh bleef maar bijten. Pezen bezweken en hij kon ze horen knappen als strakgespannen elastiekjes. Terwijl de loomheid hem overviel als een warm dekbed, keek hij hulpeloos op naar de magiër. Ciarán vormde een denkbeeldig kommetje met zijn handen, draaide ze rond en kneedde deze totdat hij de gewenste uitkomst had. Hij keek de barbaar aan en glimlachte geheimzinnig. Hij draaide zijn handen steeds sneller rond het denkbeeldig kommetje. steeds sneller, en trok beide handen uit elkaar met een venijnige ruk. Het monster dat aan Oggy's been hing spatte als een bloederige zeepbel uiteen. Gelig drab spoot als een overmaatse geiser over hem heen, en droop als een klonterige regenbui over zijn gezicht. Vol walging spoog hij stinkende restjes druipend vlees uit. Ciarán kwam naderbij en hielp de barbaar overeind. "En bedankt hè." Grijnsde Oggy de magiër toe, onderwijl de drab uit zijn ogen vegend.

De soldaten van Koning Áengus keken het schouwspel huiverend aan vanuit de slaapkamer en zagen de magiër en de barbaar het strijdtoneel verlaten. De barbaar strompelde moeizaam weg, gesteund door zijn nieuwe kompaan. De overige Feòrichà in de achtergrond probeerden verbeten elkaars eetlust te bevredigen.

Terwijl Ciarán de barbaar hielp zijn bloedende wonden te stelpen beantwoordde hij zijn vragen zo gedetailleerd mogelijk. Hij mocht de barbaar wel. Vrijwel alle leemtes van de afgelopen drie dagen tussen hen werden zonder problemen opgevuld, op één na. "Dit ding, - terwijl Cearnaigh naar het medaillon wees aan zijn riem - wat doet dat precies?"

"Geen idee? Ik vermoed dat het als een valstrik voor de Koning fungeerde, maar de bijbehorende vloek deed haar waarschijnlijk het verstand verliezen. Vermoed ik. Líadán kende ik, net zoals jij, nog van eerdere tijden, en ze maakte daarstraks geen heldere indruk op mij. Wie weet wat haar uiteindelijke doel was? Alleenheerschappij? Verandering van spijs? Dood en verderf? Ze had nochtans de moeite genomen om zich te transformeren in de Koning, nadat zij hem zelf had vermoord. Dat duidt erop dat haar plannetje niet verliep zoals het moest en daarbij had ze misschien niet gerekend op zoveel tegenstand van jouw kant?"

Cearnaigh trok het medaillon van zijn riem en wierp het opgelucht van zich af. Met een zacht plofje belandde het een paar meter verderop in het mulle zand. De groene gloed van de scarabee lichtte fel op onder de hete middagzon, en op de platte zijde ervan werd het lachende gezicht van Líadán langzaam zichtbaar. De twee mannen werden opgeschrikt door een krassend geluid en keken omhoog. Krijsend klapwiekend dook Prònnasg de adelaar op het medaillon af en griste het mee met zijn klauwen. Nijdige doorkliefde hij het luchtruim, de mannen verbaasd achterlatend.

Ze keken elkaar grinnikend aan, terwijl wederzijds begrip begon door te dringen. We spreken van het jaar 504, waarin vele veranderingen de wereld onherstelbaar zou veranderen.
"Hee, even iets anders?" Vroeg Ciarán. "Vraag maar." Antwoordde Cearnaigh.
"Rook jij?"

Purificatie
link to this.. | 15:22 | dreadloki | 17 hadden wat

 

 

Purificatie #25 - Verificatie!
24 Mrt '04 -
Nee. Bangelijk uitgevallen was hij zeker niet. Zover hij zich kon herinneren werd dat ook van je verwacht, als mannelijk lid van de MacGeoghegan-clan. Hoe oud je dan ook mocht wezen. Zo moest hij eens op zes-jarige leeftijd een paar emmers water halen bij de rivier, opdracht van moeder Oigthierna. "En rap een beetje Cearnaigh, we gaan zo eten oké?"

"Goed mam, ik ben zo terug!" Kleine Oggy griste twee emmertjes bij elkaar en rende zo vlug als zijn korte beentjes hem konden dragen richting de rivierbedding, met dat typerende kinderhupje wat zes-jarige kinderen altijd schijnen te gebruiken als ze zich verplicht moeten haasten. Moeder Oigthierna keek hem glimlachend na, en realiseerde zich dat de jongen inmiddels veel van zijn tè vroeg overleden vader weg had. Vooral dat stoppelbaardje deed het hem.

Oggy genoot altijd zoveel mogelijk van de heenweg, want dan kon hij tenminste vrijelijk hupsen wat hij wilde. Hij had al eens eerder uitgerekend dat het zo'n honderdtwintig keer hupsen was richting de rivier. Met twee volle emmers terug richting huis kwam hij uit op honderachtennegentig moeizame stappen, dus dat was een significant verschil dat uitgebuit diende te worden. Om het minder zwaar te laten lijken, zong hij op de terugweg altijd het liedje dat zijn moeder hem ooit geleerd had. Nu was hij al zes, vrijwel een man, dus zingen werd meestal niet gewaardeerd door de andere mannen. Hij waakte er dan ook voor dat iemand hem ooit zou betrappen, luidkeels een kinderliedje kwelend. Dus neuriede hij het zachtjes binnensmonds:

Twee emmertjes water halen
Twee emmertjes pompen
De meisjes op de klompen
De jongens op hun houten been
Rij maar door mijn poortje heen


Van je ras ras ras
Rijdt de koning door de plas
Van je voort voort voort
Rijdt de koning door de poort
Van je erk erk erk
Rijdt de koning naar de kerk
Van je één....twee....drie


Die dag werd hij door de bruine beer aangevallen. Hij had er geen acht op geslagen, druk als hij was met het sjouwen van de volle emmers. Normaliter zou hij kansloos geweest zijn, ware het niet dat enkele clan-leden toevallig op dezelfde beer aan het jagen waren. Desondanks had hij er flink van langs gekregen. Er waren zeven clan-leden nodig geweest om het dier te doden, zodat ze de jongen eindelijk in veiligheid konden brengen. Een gebroken rug, een op drie plaatsen gebroken arm, diverse vleeswonden op zijn rug en benen, dat was de uiteindelijke diagnose toen hij bij zijn wit weggetrokken moeder werd gebracht. De beer had hem in een dodelijke omhelzing genomen, maar de wilskracht van jongen had verbluffend gebleken. Hij had zijn adem zo lang als hij kon ingehouden, zodat de beer hem niet onmiddellijk kon doodknijpen. Hij kon zich niet meer herinneren of hij daarna ooit nog water gehaald had.

Bruusk draaide hij zich om en keek recht in het gelaat van een Feòrichudh. Nee. Bangelijk niet, nee. Maar deze wezens waren met recht angstaanjagend te noemen. Waarvan hij in de eerste instantie dacht dat het een paardenhoofd was bleek dus niks van te kloppen. Het had misschien de vorm van een dravershoofd, maar zijn grote lege ogen lagen diep in hun holle kassen en daar ergens binnenin huisden twee kleine puntjes, als bloeddoorlopen smeulende cigarettepeukjes in de nacht. Ze stonden een flink eind uit elkaar en vlak daaronder grijnsde een rij snijtanden hem gemeen aan als een stel slagersmessen. Het grotesk gevormde lichaam - het had de dofgele kleur van overjarige kaas -, gelardeerd met spieren als kabels verried bovendien een bovenmenselijke kracht. De Feòrichudh zette aan en haalde doldriftig uit met zijn bovenmaatse gekromde klauwen die eruit zagen alsof ze een volwassen koe met een simpele hakbeweging konden onthoofden.

Oggy rolde achterwaarts en nam zijn bijl onderwijl behendig in de vlucht mee. Dom mochten ze dan misschien wezen, maar de Feòrichudh maakten dat ruimschoots goed met hun snelheid, kracht en dierlijke woestheid. Het monster dook bovenop Oggy en probeerde hem te bijten. Wederom bewees de gietijzeren creatie van O'Ciaragáin zijn nut. Hij ramde de arm recht in het lelijke smoelwerk van zijn belager en sloeg daarbij meerdere tanden eruit. Het misbaksel stiet een pijnlijke kreet uit en begroef zijn klauw in de borstkas van Oggy.
"Zo zeg, dàt voelt onaangenaam aan."

Reflexmatig gooide hij zijn hoofd naar voren en gaf het ondier een kopstoot, bovenop zijn lange paardeachtige snuit. Daarna trok hij knie hard omhoog en wipte het beest over zich heen. Sommige klauwen bleven afgebroken hangen in zijn borstkas terwijl de Feòrichudh op zijn rug belandde. Pijlsnel kwam Oggy overeind, zwaaide met zijn machtige bijl en splijtte de afzichtelijke kop secuur als een parmaham in tweeën. 
 ...
Twee emmertjes water halen ...
Met een luid knallende scheet floepten de schamele hersenen naar buiten.
... Twee emmertjes pompen ...
Oggy trok de harde stukjes nagel een voor een uit zijn borstkas en smeet ze als gebruikte luciferhoutjes van zich af. Zoals verwacht was de vijand al gealarmeerd. Drie Feòrichà stormden brullend op hem af, twee hadden slechts oog voor het sappige vlees waar ze al drukdoende mee waren en twee andere gingen voor hun dode broeder. Van de vier Feòrichà die eerder al druk bezig waren elkaar af te maken leefden er nog maar één, en dan ternauwernood. Cearnaigh verstevigde de greep op zijn bijl. "Van je ras ras ras ..."

Líadán glimlachte nog altijd, maar balde haar vuisten beurtelings. Ciarán op zijn beurt probeerde haar kracht in te schatten, welke gecombineerd met haar duidelijk aanwezige krankzinnigheid waarschijnlijk buitenproportionele vormen had aangenomen. Als twee revolverhelden keken ze elkaar strak in de ogen, wachtend op de eerste beweging. De lucht in het vertrek was geladen met electriciteit. Kopjes, bordjes en boeken trilden onrustig op hun plek, alsof ze nog maar luttele seconden van een lancering verwijderd waren. Ergens in de verte steeg er een kloterige kutreiger op.

"Milord, kan ik misschien nog iets voor u betekenen?" Een bediende met in zijn handen een dienblad vol lekkernijen kwam onaangekondigd de slaapkamer binnen. Líadán gilde alsof er een kan ijswater in haar nek gegoten werd. "SERAFIM! DOOR MIJ!"
Het hoofd van de onwetende bediende werd van zijn schouders gerukt met een zachte plop, "R" De Ruinart Rosé 1990 (hah!) bleef een halve seconde aan het vier meter hoge plafond hangen en viel met een natte bons op de vloer. Zjn lichaam vouwde zichzelf als een harmonica samen en vormde tezamen met de gevallen lekkernijen een onsmakelijke zelfbedieningsbuffet.

Ciarán sprak in sneltreinvaart zijn bezwering uit: "Uriël! Naast mij!" Líadán spreidde haar armen en strekte haar vingers richting plafond. Een enorme vuurbal raasde dwars door het raam naar binnen en trof Líadán. Echter, de bal vloeide over haar heen als een pak yoghurt dat over een bowlingbal gegoten werd en lichtte tegelijkertijd de kamer felgeel op. Ze counterde onmiddellijk en wees met een priemende vinger in de richting van de magiër. Deze werd met ontzagwekkende kracht tegen de muur aangesmeten. Normaal gesproken genoeg om elke ruggegraat als een dor sinaasappelkistje te versplinteren. Versuft krabbelde Ciarán overeind en wierp zijn hoofd in zijn nek. Een brul kroop onregelmatig rollend omhoog vanuit zijn keel. Zijn ogen leken fel wit op te lichten zodra hij haar weer aankeek. Vertwijfeld deinsde Líadán achteruit. Zonder het daadwerkelijk te roepen, weerklonk zijn stem door het vertrek met een stem die de zijne niet was: "Càrn na cuimhne!"

Met een pijnlijke grimas greep Líadán naar haar gezicht en voelde met afgrijzen dat er dingen onder haar huid leken te kruipen. Steeds dikker wordende en steeds nadrukkelijker kronkelden ze rond totdat haar ogen ervan begonnen uit te puilen. Met alle mogelijke macht probeerde ze ze terug te duwen, daarbij uiteindelijk haar nagels gebruikend. Het duurde niet lang voordat ze een van haar oogbollen lek prikte met haar scherpe nagels. Oogvocht, vermengd met bloed spoot eruit, wat haar ertoe bewoog nog harder te gaan gillen dan ze feitelijk al deed. Haar huid begon scheurtjes te vertonen die allengs steeds groter werden. Ze kreeg nog net de tijd om Ciarán te vervloeken voordat haar huid aan alle kanten openbarstte en slierten vochtig vlees door de kamer slingerde. Als een dronken reiziger die zich wanhopig vasthield aan het rek van een te snel rijdende stadsbus zwaaide ze een paar maal heen en weer om uiteindelijk met een doffe klap op de vloer te eindigen. Haar lichaam bleef schokkend doorgaan met openbarsten terwijl vochtig roze, groen en blauw onbestemd orgaanvlees aan alle kanten eruit sijpelde. "Ik ook van jou, schat."

Purificatie
link to this.. | 15:12 | dreadloki | 18 hadden wat

 

 

Purificatie #24 - Rappel
21 Mrt '04 -
De goden van het heilige kruid hadden Ciarán niet bedot. De verborgen toegang tot het kasteel was nog altijd valide en verschafte hem een geruisloze binnenkomst in de vochtige kerkers. "Grappig, en dan te bedenken dat het Líadán zelf was die mij ooit vertelde van deze rechtstreekse route naar de koninklijke slaapkamer ... Ach, na die nacht waarbij ik haar op alle denkbare manieren aan mijn donkere, mahoniehouten slang reeg verhaalde ze uiteindelijk zèlfs van haar intens vreugdevolle escapades met Griogair, de reptielachtige uit de moerassen van Maol-Maldomaich. Bleek dus achteraf mooi dat die lulhannes geruime tijd gonorroe had. En dus ik ook, na die nacht. Sufkut."

De zon hing als een felbrandend muntstuk aan de hemel en ontnam Oggy bijkans het zicht. Niettemin ontwaarde hij een felle, doch ongelijke strijd aan de poorten van Koning Áengus' kasteel. De belaagde leek veruit in de minderheid, ervan uitgaande dat deze doorgaans eenzaam ten strijde trok tegen (twee, vijf, .. acht, elf) èlf afzichtelijke tegenstanders. Want wat wàren ze lelijk! Maar ook snel. En sterk. En ..... (wow!) .. agressief. Cearnaigh Oigthierna van de MacGeoghegan-clan steeg af, en maakte behoedzaam een omtrekkende beweging richting de poorten, hierbij handig gebruik makend van de beschutting van de bosrand. De arme drommel had duidelijk het onderspit gedolven. Drie Feòrichà trokken onbeheerst - onderwijl dierlijk naar elkaar grauwend - aan het slappe gewicht van de dode krijger. Een arm was hij al kwijt. De gelukkige zat een paar meter van het tafereel verwijderd beaat het witte vlees in reepjes van het bot te scheuren. Een rood lintje wapperde hulpeloos tussen de malende tanden. Het beest had er geen erg in en trok een verse reep van de arm. "Tormod. Vreemd. Je zou toch denken dat die beesten daar staan door toedoen van de heks. Waarom dan de voorman van de Dimmuhnallaidh laten afslachten?"

De evidente domheid van de beesten bracht hem op een idee. Als een kat sloop hij terug richting het paard, en nam een vreemdsoortig wapen uit een van de zadeltassen. Hij kende het uit vroegere tijden, toen die goeie ouwe Luthais het hem in een dronken bui demonstreerde. Eeuwig zonde dat Luthais de uiteindelijke demonstratie toen niet overleefde. Wist hij veel dat die ophaalbruggen toen al van metersdik metaal gefabriceerd werden. Hij keerde terug bij zijn uitkijkpost (ah, ze zijn nog steeds aan het touwtrekken), ging plat op zijn buik liggen, en zette het wapentuig tegen zijn schouder. Hij spande de rubberen veer door middel van een hefboom aan de bovenkant, en zette een vuistdikke metalen kogel in de houder.

De kogel verliet het wapen geluidloos met hoge snelheid en trof één van de Feòrichudh hard in het paardegelaat. Het deed hem flink pijn, te oordelen aan de plotselinge aanval die deze pleegde op een van z'n soortgenoten. Het eerdere gevecht om het voedsel leek hij volkomen vergeten te zijn, getuige de drift waarmee hij met zijn afzichtelijk lange klauwen probeerde zijn nieuwe tegenstander aan stukken te trekken. Deze liet zich niet zomaar aan banden leggen en pareerde met een ijzersterke strategie; zo mogelijk nóg kolerieker een uitval doen naar zijn tegenstrever. De derde sleepte onmiddellijk het lijk van Tormod weg om er eens lekker voor te gaan zitten. Oggy zou kunnen zweren dat hij hem hoorde hinniken. "Het heeft eigenlijk wel wat weg van de hanengevechten die ik laatst in Coinneach zag." Het ruziënde tweetal had het ondertussen klaar gespeeld om twee andere Feòrichà te betrekken in hun onderonsje. Nu was dit niet ongewoon onder de Feòrichudh. Zij maakten elkaar wel vaker af om het minste geringste, en het verloop in hun kringen was dan ook ontstellend hoog. Oggy keek het allemaal glimlachend aan vanuit zijn schuilplaats. Zwaar gehijg achter hem deed hem de adem in de keel stokken.

"Dag lief zaadpompje van me. Hoe gaat het tegenwoordig met je?" Koning Áengus draaide zich geamuseerd om en antwoordde : "Ciarán, mijn potente paalmans. Dat is lang geleden." Ciarán glimlachte niet. "Nogal ja. Ruim twintig jaar alweer, als ik mij niet vergis. Doe trouwens die belachelijke vermomming af, zo'n bierbuik staat je niet. En begin ook maar meteen met het uitleggen wat de bedoeling van dit alles is. Áengus was een pedante papzak met een ongezonde drang naar een dagelijkse portie bewustzijnsverlaging, maar hij deed zijn volk nooit kwaad! Net zoals O'Ciaragáin!" Koning Áengus leek in de eerste instantie als een warm puddinkje in elkaar te zakken, maar het was zijn kleding en het onderliggende vel die als een handschoen door een onzichtbare hand eraf werd gestroopt. Líadán stapte uit de afgevallen huid en had nog altijd een speelse glimlach rond haar lippen. Haar handen gleden wellustig langs haar tè brede heupen en ze draaide haar ene knie voor de andere. "Zullen we weer eens rondje ketsen, Ciarán? Gewoon, voor het oude gevoel?" Haar blauwe tong likte langzaam langs haar grotendeels zwart-geelgeblakerde tanden die zich openbaarden als sinistere, lusteloze cancan-danseressen terwijl ze dit zei.
"Okè, da's dus duidelijk. Ze is compleet krankzinnig." Bedacht Ciarán zich huiverend.


Purificatie
link to this.. | 11:24 | dreadloki | 29 hadden wat

 

 

Cap de setmana!
19 Mrt '04 -

inline

link to this.. | 09:40 | dreadloki | tien hadden wat

 

 

Purificatie #23 - Vivarium
17 Mrt '04 -
Tormod gaf zijn paard er flink van langs hopende de heks zo snel mogelijk in te kunnen lichten. Zijn mannen waren overduidelijk kansloos geweest tegen die gewetenloze barbaar, en dat wekte geen vertrouwen voor de nabije toekomst. Terwijl het kasteel in zicht kwam, maakte zijn maag een ongemakkelijke koprol, leek wel. Tormod bemerkte iets bij zichzelf wat hij sedert tijden niet meer gevoeld had. Pure doodsangst.

De laatste keer dat hij daardoor bevangen werd, was inmiddels alweer méér dan twaalf jaar geleden. Hij herinnerde het zich echter als de dag van gisteren. Koning Áengus, die laffe dreutel, had hem tezamen met vier andere krijgers voor een simpel karweitje op pad gestuurd. Verre van simpel, zou achteraf blijken. 

Het ene moment draafden ze allen nog vrolijk lachend over een smal bospaadje, vastbesloten om diezelfde avond vele liters drank soldaat te maken evenals wat overtollig zaad te lozen, het volgende moment keek hij - vastgesnoerd op een smoezelige ebbenhouten tafel - midden in het gezicht van het pure kwaad. Het kleine houten huisje (althans, het behaaglijk knapperend haardvuurtje en de aandoenlijk gekleurde motieven op de dichtgeslagen gordijntjes gaven hem de impressie dat hij zich binnenshuis bevond) had meer weg van een amateuristisch abattoir. Zijn vier maten hingen aan in het plafond verankerde vleeshaken, en sommigen waren al voorbewerkt. Twee losgehakte hoofden - uit één daarvan stak nog een groot vleesmes - keken hem verwijtend aan van een tafeltje naast hem, en een werkbank tegen de muur lag vol met ondefinieerbare, vleeskleurige hompen. Eromheen verspreid lagen allerlei kleine, witte dobbelsteentjes. Tot zijn afgrijzen realiseerde Tormod zich dat dit tanden waren.

Alsof het bijna niet erger kon, prevelde de donkere man met het normale postuur en de geknoopte haren precies op dat moment : "U ziet, het lijden manifesteert zich in vele vormen ... En uw lijden zal voortaan bestaan uit een eindeloze herhaling van al wat u aanschouwd heeft vandaag. U zult baden in uw eigen stinkende zweet zodra de angstdromen u s'nachts visiteren. Dit is een reminiscentie die u nimmer zult kunnen verdringen, net zoals ik uw gezicht nimmer zal vergeten, net zo min als u de mijne ......." Zijn ogen, bloedrood, keken hem honend aan, leken hem te verzwelgen.

"Ga nu heen, en vertel uw koning maar dat de godendrank NIET te koop is!" Terwijl zijn kringspier dienst weigerde en aldus de dunne stront de tafel ruikbaar bevloeide, zag Tormod dat het gezicht van de donkere man begon te vervormen. Een huivering kroop van zijn kruin naar zijn kringspier en voordat hij flauwviel begreep hij nog net waar man's gezicht in veranderde. Een reusachtige, nachtmerrieachtige hagedissekop.

Hij vermande zich, slikte de prop watten in zijn keel weg en spoorde zijn ros nog eens aan.

Veel viel er verder niet te vertellen. Hij werd een dag later voor de poorten van het kasteel gevonden, verregaand bevuild en naakt, rillend als een angstig veldmuisje. Het had hem jaren gekost om over zijn trauma heen te komen en schopte het uiteindelijk zelfs tot leider van zijn geliefde Dimmuhnallaidh. Koning Áengus had hem nooit meer gevraagd naar de 'godendrank' of naar hetgeen zich precies afgespeeld had in de bossen. Tormod was nimmer voornemens het op te biechten. Diezelfde poorten doemden nu onheilspellend op en het onbehaaglijke gevoel ging niet weg. Plotseling gegrom van meerdere kanten uit de bosjes verergerde het juist.

Nietsontziend vielen de Feòrichudh aan.

Purificatie
link to this.. | 12:28 | dreadloki | negen hadden wat

 

 

Purificatie #22 - Dubbel!
15 Mrt '04 -
Hooglijk verbaasd keek Koning Áengus omlaag naar de langwerpige dolk, ingelegd met prachtig zuivere edelstenen en gezegend met een lemmet van minstens vijfentwintig centimeter lang. Althans, zulks nam hij maar aan. Een centimeter of vijf van het nakende lemmet - meer zal het niet geweest zijn - toonde zich triomfantelijk op wat eens zijn machtige, koninklijke pens geweest moest zijn. Eventuele aanwezige dronkenschap was spoorslags verdwenen. Zijn kleding begon al zwaarder aan te voelen door het gestaag stromende plasma. De koude sensatie van de stenen vloer tegen zijn billen gaf hem de indicatie dat hij op zijn rug lag, in een steeds groter wordende plas bloed. Hij probeerde zich op te richten, maar een stekende pijn rondom zijn navel verhinderde dit. Een natte kuch rolde omhoog en bloed spatte uit zijn mond. Z'n ogen tolden weg, zodat alleen het wit ervan onder zijn oogleden zichtbaar werd.

Koning Áengus stierf uiterst zwijgzaam en liet ongewild een vochtige scheet.

"Een verre van vlekkeloze uitvoering van een weldoordacht plan, maar het is niet anders." Líadán bekeek de bloederige vetvlek met diepe minachting en betreurde haar eigen gebrek aan geduld. "Hij was dronken en handtastelijk, maar hij had niet door mijn hand moeten sterven. Geeft verder niks, dit vereist slechts een kleine aanpassing van het originele plan." Met opvallend veel kracht tilde ze de dode papzak uit het raam en liet hem laconiek tussen de Feòrichudh vallen. Hongerig wierpen zij zich op het lijk en deden zich tegoed aan de vele vetrandjes. Peinzend liep ze terug naar het midden van het vertrek en beraadde zich op de uitkomst van deze feuilleton.

Líadán bekeek zichzelf nauwgezet in de spiegel en prevelde haar eeuwenoude, raadselachtige bezweringen.

"elken avond giet ik nen bak bier door m'n keel
ik mut maar één pint drinken of mijn ogen staan al scheel
maar denkt na zekers ni da'k daar voor schreeuw
want voor elke frisse pint zien kik er twee


'k zien alles dobbel,
'k zien alles dobbel,
en da komt ni door mijne wiskundige knobbel


ik zen oep school nooit gene krak in rekenen gewest
voor aftrekken en delen wazze kik altijd geflest
met oeptellen verloor ik mijnen tel
maar vermenigvuldigen met twee da kon ik wel


'k zien alles dobbel,
'k zien alles dobbel,
en da komt ni door mijne wiskundige knobbel


ik zen kik gisterenavond nog eens naar mijn lief gegaan
die zegt altijd da'k ni mag drinken maar daar trekma niks van aan
en gisteren dacht ik: waaaaw wat een wijf
mijn lief die hee vier beursten aan heur lijf"


Krap tien minuten later keek het perfecte evenbeeld van Koning Áengus grijnzend vanuit de spiegel terug. "De metamorfose is gelukt! Hah! Ik heb zelfs zijn dikke pens!"

Purificatie
link to this.. | 12:24 | dreadloki | 28 hadden wat

 

 

Het vrijdagmiddaggevoel, hèh?
12 Mrt '04 -
Zullen we daar eens lekker cryptisch over doen?
Gewoon, met z'n allen? Omdat het zo gezellig is?


Ja?
link to this.. | 10:50 | dreadloki | 20 hadden wat

 

 

Het vrijdagmiddaggevoel, hèh?
Zullen we daar eens lekker cryptisch over doen?
Gewoon, met z'n allen? Omdat het zo gezellig is?


Ja?
link to this.. | 10:50 | dreadloki | 20 hadden wat

 

 

Het vrijdagmiddaggevoel, hèh?
Zullen we daar eens lekker cryptisch over doen?
Gewoon, met z'n allen? Omdat het zo gezellig is?


Ja?
link to this.. | 10:50 | dreadloki | 20 hadden wat

 

 

Het vrijdagmiddaggevoel, hèh?
Zullen we daar eens lekker cryptisch over doen?
Gewoon, met z'n allen? Omdat het zo gezellig is?


Ja?
link to this.. | 10:50 | dreadloki | 20 hadden wat

 

 

Het vrijdagmiddaggevoel, hèh?
Zullen we daar eens lekker cryptisch over doen?
Gewoon, met z'n allen? Omdat het zo gezellig is?


Ja?
link to this.. | 10:50 | dreadloki | 20 hadden wat