De hut, waar het allemaal eigenlijk begint
Het Mausoleum, voor al uw oude koeien
Tattoo-Log, sommigen kunnen niet zonder
Inteelt, bij de gratie van

  

 

Prehistorisch

01 Okt - 31 Okt 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Feb - 28 Feb 2005
01 Dec - 31 Dec 2004
01 Nov - 30 Nov 2004
01 Okt - 31 Okt 2004
01 Sep - 30 Sep 2004
01 Aug - 31 Aug 2004
01 Jul - 31 Jul 2004
01 Jun - 30 Jun 2004
01 Mei - 31 Mei 2004
01 Apr - 30 Apr 2004
01 Mrt - 31 Mrt 2004
01 Jan - 31 Jan 2004
01 Dec - 31 Dec 2003
01 Nov - 30 Nov 2003
01 Okt - 31 Okt 2003
01 Sep - 30 Sep 2003
01 Aug - 31 Aug 2003
01 Jul - 31 Jul 2003
01 Jun - 30 Jun 2003
01 Mei - 31 Mei 2003
01 Apr - 30 Apr 2003
01 Mrt - 31 Mrt 2003
01 Feb - 28 Feb 2003
01 Jan - 31 Jan 2003
01 Dec - 31 Dec 2002
01 Nov - 30 Nov 2002
01 Okt - 31 Okt 2002
01 Sep - 30 Sep 2002

 
 
 
 
 

 

Iets kwijt?

 
 
 
 

 

Al deze vervuiling mede dankzij

PIVOT
DIGIZAAL

 

Iets op uw lever?

 

Reclame!

 

 

Tattoo Johnny Tattoo Designs World Famous Tattoo Design Gallery - Thousands of Tattoo Designs - Created by top tattoo artists and illustrators

 

 

Download Tattoo Designs for every Lifestyle

 

 

 

Het gaat niet geheel onopgemerkt

Kai's moment
26 Mei '04 -
Het moment voor Kai was daar.
De stam waar hij sinds zijn geboorte deel van uitmaakte was klaar voor zijn leiderschap. Die stam, de Amoedi's, werd nu al wekenlang geterroriseerd door ..... ja, door wat eigenlijk? De Amoedi-jagers hadden elke rivaliserende stam die ze konden vinden in de wijde omtrek volledig uitgemoord. Desondanks verdwenen er nog altijd Amoedi-vrouwen en kinderen tijdens de nachtelijke uren. Soms vonden ze wat terug, vaak niets. En hetgeen ze terugvonden was vrijwel altijd onherkenbaar verminkt. Tuurlijk, dat het menselijke overblijfselen waren stond buiten kijf. Wat ze echter moesten voorstellen viel niet meer te achterhalen.


Na de zoveelste verdwijning en vondst nummer zoveel begon de stam langzaam te beseffen dat hij hier wellicht te maken had met iets dat men doorgaans niet voor een menselijk iets versleet. En op die wijze ontstaan mythes. De meest fantasierijke verhalen deden inmiddels de ronde over huiveringwekkende wezens met klauwen zo groot als de muil van een krokodil en de gezamenlijke kracht van tien mensen. Deze wezens zouden je met lege oogkassen aanstaren voordat ze je compleet aan stukken reten. De voornaamste aanwijzing in die richting was een testimonium afkomstig van een huilend kind dat volgens eigen zeggen ontsnapt was aan een van die creaturen. Ze was schijnbaar zo slim geweest om zich te verbergen onder een bedje van bladeren totdat het misbaksel uit zicht was verdwenen. Pure aandachttrekkerij natuurlijk, maar het moest onderzocht worden. Dat verlangde de stam nu eenmaal.

De dapperste Amoedi-jagers gingen op pad, op zoek naar de rivierbedding waar het kind het monster beweerde gezien te hebben. Tot hun ontsteltenis moesten zij daar erkennen dat er wel degelijk vreemde voetsporen bij diezelfde plek te vinden waren. Meerdere sporen zelfs. Zuberi, hun onverschrokken leider, splitste de groep om een sneller resultaat te behalen. Kai wierp onmiddellijk tegen dat dit hun aanvalskracht significant zou verzwakken. Parmantig drukte hij zijn speer in de grond om zijn woorden kracht bij te zetten. Zuberi wuifde zijn bezwaren weg als een hardnekkige bromvlieg. Zuberi was en is de leider. En dat was dat. Knarsetandend liet Kai zich deze terechtwijzing welgevallen.

Het dichtbegroeide bos bood weinig beschutting voor de angsten waar de jagers mee te kampen hadden. Deze wezens, als het er al meerdere waren, zouden geen kind aan hun wapens hebben, getuige de eerdere lugubere vondsten. Niettemin werden zij gesterkt in hun streven door de stoutmoedigheid van hun leider, de schrandere Zuberi. De tweede groep - onder de leiding van Yawe, Zuberi's sterkste krijger - onderzocht elk twijgje en elke boomstronk routineus hopende op een aanwijzing waar ze iets mee konden. Yawe echter had een lichamelijke zwakte. Een rommelige darmperistaltiek. Lang duurde het dan ook niet voordat hij zijn groepje tot een halt maande. Gesteld op zijn privacy als hij was ging hij een stukje dieper het bos in om te pogen zijn darmen wat rust te gunnen. Daar aangekomen hurkte hij in de karakteristieke houding en begon zich te concentreren op zijn stoelgang. Tergend traag verliet de feces zijn kringspier en verlichtte als zodanig zijn weerbarstige spijsverteringskanaal. Minutenlang hoorde hij niks anders dan zijn eigen hypnotiserende "Uuungh .."

Hoewel?

Tijd om zijn broek op te trekken kreeg hij niet, wel om zijn kapmes in de aanslag te houden. Het wezen besprong hem vanuit zijn schuilplaats en viel nietsontziend aan. De eerdere beschrijving klopte eigenlijk wel, realiseerde Yawe zich terwijl hij klaar stond om de eerste aanval af te weren.

Kai, die zich verplicht bij de groep van Yawe moest voegen, besloot op onderzoek uit te gaan. De groep beval hij te wachten op zijn terugkeer. Een stukje dieper het bos in - de richting waarin Yawe eerder verdween - ontdekte hij na niet al te lange tijd de strijd tussen het wezen en Yawe. Het wezen was vele malen sterker en rukte zijn arm eraf als ware het een lappenpop, maar de krijger was dapper en wist het dodelijk te verwonden voordat hij zelf bezweek. Kai sloop behoedzaam naderbij en schatte de situatie op waarde. Het wezen lag op zijn rug terwijl Yawe's kapmes zijn borstkas als een eenzame wegwijzer sierde. Yawe zelf leunde roerloos tegen een boom terwijl zijn stomp hevig bleef bloeden. Kai zag zijn kans schoon. Het aanstaande leidersschap lonkte. Weloverwogen liep hij op het beest af, trok het kapmes uit diens borstkas en scheidde met een paar welgemikte hakbewegingen het hoofd van de romp. Groene drab druipte uit de gapende wonde. Hij spietste het afzichtelijke hoofd op zijn speer en liet beiden voor wat ze waren. In zijn ijver terug te keren week hij onbewust van het originele pad af en kon dientengevolge de groep niet meteen vinden.

Minutenlang doolde hij verdwaasd rond, met een dom kijkend hoofd gespietst op zijn speer dat zijn kleren groen kleurde. 'Ah, geluid! Daar, verderop!' Afgaande op de geluiden kon hij met een zucht concluderen dat het Amoedi's waren. Triomfantelijk stapte hij uit de bosjes en stak zijn zegeteken trots boven zich uit. Zuberi, staande naast twee krijgers die een hevig bloedende, levende Yawe ondersteunden, keek hem schamper aan.

Een naakte en ongewapende Kai, vastgeketend aan een boom, voelt de aanwezigheid van meerdere wezens in aantocht terwijl de Amoedi's veilig huiswaarts keren. Gillen is al wat hij kan. Dit is Kai's moment.
link to this.. | 12:16 | dreadloki | twaalf hadden wat

 

 

Waarom!?
25 Mei '04 -
Waarom oh' waarom
werk je niet een beetje mee
echt
geloof me nou
zo'n T-incisie
da's best een kleine snee.


Helemaal los gaan! Enzo.
link to this.. | 09:52 | dreadloki | zes hadden wat

 

 

Lunedì
24 Mei '04 -
moeizaam balancerend
sta je met beide benen
hevig leunend
op je twee middelste tenen
bijzonder wankel
sleep je jezelf
door dit leven
gelukkig
kun je nog altijd opgeven.
link to this.. | 10:00 | dreadloki | negen hadden wat

 

 

* Plunk plunk *
19 Mei '04 -

inline



MwHAhaAHAa!

* hhh-urk *

Is het al weekend?
link to this.. | 10:42 | dreadloki | 31 hadden wat

 

 

Kruizenwrijven
17 Mei '04 -
Bedaard bracht hij zijn voertuig tot stilstand, precies voor de ingang. Half over zijn stuur gebogen keek hij schuins omhoog en bewonderde het imposante bouwwerk. De torenspits was tè ver uit zicht om te identificeren, maar hij ging ervan uit dat het een kruis moest zijn. 'Was het niet altijd een kruis?' dacht hij hardop. 'Die gasten kennen niks anders dan kruizen, en is het niet die van hen, dan is het wel die van het buurjongetje verderop de straat. Of die van het buurmeisje twee blokken hiervandaan. Die gasten, die kunnen er wat van. Als je zo nu en dan die ingevallen zak botten weer eens op tv ziet voorbijkomen, dan weet je het wel: Die heeft teveel met allerlei kruisjes zitten spelen! Het enige waar ik altijd aan denk als ik die Pipo met zijn witte jurk weer eens wat losse lettergrepen hoor murmelen, is: Jullie moeten die touwtjes strakker aantrekken jongens, hij rolt bijna van zijn troontje! Nelson Mandela. Kijk, dié ziet er tenminste nog uit alsof hij in staat is om wedstrijdje kruizenwrijven te winnen. Wat zeg ik? Een wereldkampioenschap kruizenwrijven!'

Lichtelijk geamuseerd stapte hij uit en keek nogmaals omhoog. Het torenuurwerk sloeg op dat moment acht uur. s' Ochtends. Actieve geloofsbelijdenis was nooit zijn ding geweest en zou het waarschijnlijk ook nooit worden. Pure nervositeit voor het onbekende, hield hij zich voor terwijl hij de massieve houten deuren een stukje openduwde om de kerk te kunnen betreden. De drukkende stilte gaf hem een ongemakkelijk gevoel. Voor hem, vanaf de deur, liep een lang pad richting het altaar alwaar de preekstoel statig daarboven prijkte. Het pad bestond uit zwarte en witte tegels, netjes gerangschikt in een Space Invaders motiefje. De enorme grijze zuilen aan weerskanten keken met hun fraai afgewerkte kapitelen op hem neer als waren het stoïcijnse reuzen. De hoge glasramen daarachter en boven het podium toonden incestueuze taferelen. Althans, die associatie maakte hij naar aanleiding van de knielende figuren bij de mannen in de lange jurken. Potsierlijk grote kroonluchters ontnamen vrijwel al het zicht op de rijkelijk beschilderde plafonds. Iets verder naar binnen, aan de zijkant, ontwaarde hij eindelijk hetgeen waarvoor hij kwam.

Hij liep eerst door naar het altaar, om de man in het zwart die daar drukdoende bezig was om 328951 kaarsen aan te steken amicaal op z'n schouder te slaan. Het vermoeide, getekende gelaat dat zich omdraaide naar die dwingende hand toonde een vriendelijke glimlach.
'Wat mag ik voor u betekenen?'
'Dag ... ehm ... pastoor?'
De man in het zwart knikt instemmend.
'Hah mooi! In één keer goed dus! Ohja, .. dat biechten, hoe gaat dat precies in zijn werk?'
'Simpel, mijn zoon. Zeg mij na: “Moge de genade van de heilige Geest mijn hart verlichten opdat ik vrijmoedig mijn zonden zou kunnen belijden en de barmhartigheid van God moge ondervinden."
"Moge de genade van de heilige Geest mijn hart verlichten opdat ik blablabla ...."
Geenszins van zijn stuk gebracht gaat de pastoor hem voor richting de biechtstoel en vraagt hem plaats te nemen achter het gordijn. Zelf neemt hij plaats in de stoel achter de daarnaast gelegen deur.


'En nu?'
'Nu maakt u een kruisteken en daarna vertelt u mij wat u op uw hart heeft.
Onwennig maakt hij iets dat op een kruisteken lijkt en steekt meteen van wal.


'Okè, het zit als volgt:
Ik heb drugs gebruikt, in allerlei soorten en maten en hoeveelheden. Ik heb mijzelf meermaals te pletter gezopen tot ik niet meer rechtop kon staan. Ik heb mij diverse malen schuldig gemaakt aan diefstal, teneinde de twee voorgaande excessen weer ten volste te kunnen voedden. Ik vloek buitensporig, ik luister graag heavy metal, u weet wel, met van die satanische teksten, ik kijk het liefst ultra-bloederige films met een nutteloze overdaad aan naakt vrouwenvlees, ik heb in de regel een enorme hekel aan IEDEREEN, ik geef nooit geld aan goede doelen en/of zwervers, ik hou van plakkerige, urendurende zweetseks, ik sta ontstellend onverschillig tegenover al het leed van deze verrotte pest-pleuris (sorry daarvoor) wereld, ik ben namelijk van mening dat ieder zijn eigen hachje moet redden, ik sjor me dagelijks suf naar een hoogtepunt - zes maal daags, mits mijn overvolle schema van junkfood naar binnen slobberen het toelaat - en dan bij voorkeur op bewegende beelden van jonge tienermeisjes in nietsverhullende poses, ik ruim nooit op, ik gooi mijn vuilnis van vier hoog op straat, los en ongesorteerd natuurlijk, ik geef elke zwerfhond die mijn pad kruist een ferme rotschop, tenzij deze mij iets te bijtgraag bejegent en datzelfde gaat op voor elke zwerver. Ik laat keihard knallende scheten en bij voorkeur in bibliotheken waar een bord "Ssst." boven de ingang hangt, ik boer hardop in luxe restaurants en ik pis portiekjes onder, zodra het blijkt dat de inwoners hun brievenbus afgeschermd hebben. Invaliden, het liefst met rolstoel, duw ik waar mogelijk omver en anders pik ik hun krukken wel in. K3 windt mij ont-zet-tend op, ik rook als een ketter, voornamelijk in openbare gebouwen en druk mijn peuken uit in de met stof beklede banken. Ohja, ik knijp graag kinderen en mongolen in het velletje van hun arm totdat ze gaan huilen. Blinde mensen laat ik graag struikelen, uiteraard met hun eigen stok nadat ik ze deze op slinkse wijze ontfutseld heb en als dove mensen mij iets vragen doe ik alsof ik ze niet versta.'


Het door het rooster half zichtbare gezicht van de pastoor kijkt zwijgend terug.

'Verder heb ik mijn buurman een week geleden in zijn eigen tuin begraven, want hij keek raar naar me. Jammer genoeg is zijn tuin nog geen drie bij vijf, dus heb ik hem opgerold en in een gat van twee meter diep gepropt. Ik moet zo nog maar eens gaan kijken, want volgens mij steekt zijn rechtervoet nog uit. En gisteren, gisteren heb ik uw vrouw onbeschermd gesodomiseerd, gepenetreerd, besprietst en beëjaculeerd en raad eens? Ze vond het fijn. Dat ik daarna ongegeneerd haar gezicht onderscheet vond ze minder, maar desondanks heeft ze besloten om mij te vergezellen naar een nieuw leven in de grote stad, want ze zit nu te wachten. Voor de deur. In mijn auto. Tot ik terugkom.'
'Nu, biecht eens op, kunt-u-mij-vergeven?'


'Maar natuurlijk, mijn zoon. Zeg mij maar na:
Barmhartige God,
Ik heb spijt over mijn zonden,
omdat ik Uw straffen heb verdiend,
maar vooral omdat ik U, mijn grootste weldoener
en het hoogste Goed heb beledigd.
Ik verfoei al mijn zonden en beloof
met de hulp van Uw genade mijn leven te beteren
en niet meer te zondigen.
Heer, wees mij zondaar genadig.'

'Overigens wens ik u veul plezier toe met mijn vrouw. Zij is vorige week uit Afrika teruggekeerd, alwaar zij tijdens haar zendelingenwerk het HIV-virus opgelopen heeft. Bijzonder vervelend allemaal, ik geloof dat het haar tijdens de vele uren gemeenschap met een van die zwartjoekels te pakken heeft gekregen. Konden trouwens ook meerdere zwartjoekels geweest zijn. Evengoed is zij wel toe aan verzetje, dunkt mij. Trekt u de deuren achter u dicht als u het huis van God zodirect verlaat?'
link to this.. | 12:37 | dreadloki | negen hadden wat

 

 

Waterdicht
11 Mei '04 -
Schrijven op papier dat uit een mengsel van toiletpapier, stopverf en stijfsel bestaat valt niet mee. De pen - welke uit een stuk pvc-pijp is gesneden - blijft vaak hangen in de stugge structuur van de zelfgemaakte velletjes. Desondanks ben ik blij dat Bennie me eraan geholpen heeft. Maar misschien ben ik wel meer in mijn sas met de kleine vierhonderd gram opium die hij erbij leverde. Ik hoop dat hij nog leeft. Bennie is een prima mens. Ook al zat hij hier levenslang vast voor de moord op die drie tienermeisjes.

Het is moeilijk na te gaan hoelang het geleden was dat Bennie al dit spul voor mij achterliet. Het helse kabaal van de rellen is alweer geruime tijd verstomd, maar dit vertrek van twee bij twee heeft geen zandloper of iets dergelijks waaruit ik zou kunnen opmaken hoelang ik inmiddels opgesloten zit. De deur is ouderwets vergrendeld - dus geen sleutelgat te bekennen - en ik kan hem met geen mogelijkheid openwrikken. Wat mij nog wel helder voor de geest staat is de strafmaat die de rechter mij oplegde. Vijfentwintig jaar. Vijf-en-twintig-jaar. En voordat de rellen uitbraken had ik er zes weken opzitten. Tuurlijk, vijftig kilo heroïne in twee onopvallende bruine koffers het land uit smokkelen is niet geheel ongevaarlijk. Wat kon ik anders? De geldophalers van Blauwe Boon Piet hadden mij al met een bezoekje vereerd en daarbij op niet mis te verstane manier te kennen gegeven dat er centen boven water moesten komen en snel ook.

Piet gaf mij een simpele keuze; òf die vijftig kilo hero Tunesië uitsmokkelen, òf tot een handzaam pakketje gereduceerd worden in zijn autopers. Ja, ha-ha, mooie keuze hoor. Achteraf gezien had ik misschien voor die pers moeten kiezen.

Enfin, dat het geen succes was blijkt inmiddels wel. Eenzame opsluiting noemen ze dit. Ze kunnen het net zo goed 'vegeteren in een zwart gat' noemen. Geen lichtbron, niks. Geeft niks, mijn ogen wennen al snel aan de duisternis. Je zou aan de ene kant kunnen zeggen dat ik geluk had met de verhuizing hiernaar toe, want daardoor is de bloederige gevangenisopstand mij bespaard gebleven. Aan de andere kant bekruipt mij het gevoel dat niemand het overleefd heeft. Nuja, behalve ik dan. En daarvoor hoefde ik enkel die opdringerige bullebak neer te steken die mijn krappe poepholletje eens nader wilde bestuderen. Goed gedaan hoor. Briljant. Teringzooi. Mijn keel is ondertussen rauw van het schreeuwen om hulp. En dit hok is net zo comfortabel als een uitgedroogde, stoffige sauna.

Had ik Bennie maar om meer eten gevraagd. Het weinige dat ik had is alweer (twee dagen? drie dagen?) op. Twaalf vellen eigengefabriceerd papier, een pvc-pen, twee inktpatronen, drie en een kwart slof cigaretten, de eerdergenoemde vierhonderd gram opium, een injectienaald, een klein zakmesje, drabbig water drijft in de toiletpot en een aansteker. Oja, en een aftands dekentje om op te slapen. Daar moet ik het dus de komende vijfentwintig jaar mee doen. Peter Langhout verzorgt nog betere accomodaties.
(..)
Hoeveel dagen zijn er verstreken? Ik schat vier dagen sinds mijn laatste dagboekbijdrage. Zelfs de ratten komen hier niet. Ik heb geprobeerd om de mergel tussen de stenen vandaan te schrapen, zonder succes. Waarschijnlijk omdat het geen mergel is. Het water uit de closetpot valt best te drinken. Jammer dat ik geen beker, of anders een kannetje heb ofzo. Mijn handen zijn flink gaan zweren en dat drinkt nogal ongemakkelijk. God, wat heb ik een honger. Ik zou er bijna gelovig van worden.
(..)
Middels een zelfontwikkeld systeem, waarbij ik elke peuk die ik opsteek tel als twee uur, weet ik nu dat er twee dagen voorbij zijn gegaan sinds ik voor het laatst moeilijk heb lopen doen met mijn geïmproviseerde pen. Allerminst een waterdicht systeem, doch het helpt ietwat. Laatst droomde ik van een dagschotel. Met frietjes, mayonaise en een prachtige biefstuk van ruim een kilo. Daardoor heb ik mijn tong kapot gebeten. Ik stop even met schrijven, de ontstekingen op mijn handen doen me pijn.
(..)
Ik heb een klein handje mieren gevangen! Lastig om door te slikken, want ze kropen continue terug. Een paar handjes water opslurpen en het lukte me alsnog.
(..)
Mamma, ik heb zo'n honger! Vijf dagen voorbij sinds mijn laatste pennevrucht. Althans, volgens mijn eigen systeem. Buiten de deur is het nog altijd verdacht stil.
(..)
Ik heb geen keus. Ik heb de opium lang terzijde gelegd, want het gebruik ervan zou bepaalde consequenties opleveren. En ik wilde daar niet aan toegeven. Maar nu mòet ik wel. Ik ga mijn linkerenkel amputeren en opeten. Rauw.
(..)
Ik heb geen idee hoeveel dagen ik verder ben, maar het is gelukt. Ik joeg een grote hoeveelheid opium in mijn aderen, nadat ik het eerst grondig op de toiletbril had verwarmd met mijn aansteker. Daarna heb ik in een denkbeeldige grijze mist met het zakmes - welke ik eerst flink had verhit met diezelfde aansteker - nèt onder het kuitbeen zitten zagen in mijn linkerenkel tot hij eraf viel. Het is een bloederige troep geworden, en toch smaakte het niet verkeerd. De wond heb ik dichtgeschroeid. Ik ga nu slapen. Hopelijk kan ik het nog even volhouden voordat ik aan mijn rechterenkel moet gaan beginnen.
link to this.. | 12:09 | dreadloki | 25 hadden wat

 

 

Vassily Ponomarev
07 Mei '04 -
Momenteel ziet mijn huidige situatie er allesbehalve rooskleurig uit. Een onstuitbare honger kwelt mij, maar dat is wel de minste van mijn zorgen. Via diverse wonden verlies ik veel bloed waardoor mijn energie zienderogen afneemt. Mijn beide benen zijn op meerdere plaatsen gebroken en mijn linkerarm is van elleboog tot pink verbrijzeld. Toch staat dit alles niet in verhouding tot de problemen die ik binnen nu en, vermoedelijk, vijf minuten onder ogen zal moeten zien. Ik zal u vertellen waarom.

Hoe ik heet of waar ik vandaan kom doet niet terzake. Belangrijker om te weten is dat ik op reis was met drie metgezellen. Twee jongemannen en een jongedame. Mijn vriendin. Haar overblijfselen kan ik hiervandaan zien, maar veel is het niet meer. Vier maanden geleden hadden we het plan opgevat om een gemotoriseerde stedentrip te maken. Als vervoermiddel huurden we een Renault Trafic. Reuzehandig ding. Uiteraard de 'Passenger' versie.

Prachtige steden hebben we gezien. Via München naar Wenen, van Boedapest naar Belgrado en voordat we in Boekarest arriveerden hebben we genoten van de magnifieke zoutkristallen van de Comarnic-grot, gelegen in Caraş-Severin, ons vergaapt aan het indrukwekkende gotische kasteel te Hunedoara, verliefd geworden op het weidse uitzicht vanaf de berg Tâmpa over het stadje Braşov en ons werkelijk verbaasd over de vermeende kinderhandel in Rimnicu-Vilcea. Bijzonder aardige mensen, namelijk.

Dat was voordat we Boekarest bereikten. Nu zitten we in Odessa, een joods-russisch bolwerkje in de Oekraïne. Adembenemend mooi en multicultureel groeiende. Alhoewel dat laatste tegenwoordig door velen niet meer als positief wordt betiteld. Vergeef mij, maar ik moet even wat bloedproppen ophoesten. (...) De kenners onder u weten ongetwijfeld dat dit havenstadje wereldwijde faam geniet vanwege 'Pantserkruiser Potemkin'. De trotse inwoners - Odessieten - voelen zich nog altijd russisch en drukken zich ook voornamelijk uit in het russisch. Maar ik dwaal af.

Gisteravond besloten we te gaan kamperen in het naburige bos. Dat bevond zich net buiten Odessa, in het stadje Biliaivka. Heel rustig, en bijna niemand op straat na acht uur s'avonds. Wisten wij veel dat dat een specifieke reden had. Het opzetten van de tenten ging vrij voorspoedig en daarna vermaakten we ons opperbest met een goed gevulde fles vodka. Althans, hij was goed gevuld. Amper twee uur na het opzetten van de tent vielen we als een blok in slaap, wachtende op het vervolg van deze ontzagwekkende vakantie. Wisten wij veel wat die niet-begrijpende blikken van de inwoners inhielden. Dat dat niks te maken had met eventuele taalbarrières zijn we inmiddels op hardhandige wijze achtergekomen.

Het zal rond een uur of twee s'nachts geweest zijn dat mijn blaas nodig geleegd moest worden. Onze tent is van alle gemakken voorzien, maar een toilet binnenskamers behoort nog steeds niet tot de standaard inrichting. Dus moest ik als een doorgewinterde kampeerder opstaan en buitenstents mijn behoefte doen. Nu moet u weten dat ik de 'Blair Witch Project' gezien heb. En het maakte allerminst indruk op mij. Zelden een hype gezien die zovelen in hun greep kreeg. Wel briljant gevonden overigens, aangezien de naam alleen al voldoende associaties oproept. Welnu, slaapdronken plassen is bijlange na niet zo vervelend als slaperig & dronken plassen, want de illusie van controle is bijna volmaakt. Het gekke is dat je dan juist je onderlichaam stil houdt, terwijl het bovenlichaam heen en weer zwaait als een paalzitter in windkracht zeven. Desondanks kun je zomaar in slaap vallen als je niet goed oplet.

Met succes rondde ik mijn plasexamen onder lastige omstandigheden af. Echter, tijdens het naschud-gedeelte vallen de knauwende geluiden mij opeens op. Ik kijk om mij heen en zie nergens een hond hongerig zijn tanden op een bot scherpen. Nee, geen hond nee. Maar wel de tent van mijn reizende kompanen die aan flarden ligt. En tussen de flarden door herken ik de ontzielde lichamen van mijn kornuiten, terwijl zwartgekleurd vocht van hun afgescheurde ledematen druipt. Te zeer onthutst door deze aanblik zie ik het paar rode ogen pal naast mij  in het donker niet oplichten. De vuistslag die mij velt evenmin.

De situatie is als volgt:
 Mijn twee vrienden zijn afgeslacht. Ik zie het wit van hun uitstekende botten glinsteren onder het maanlicht, welke overigens niet vol is. Verre van zelfs.
 Mijn vriendin is aan stukken gereten alsof een uitgehongerde beer zich uitgeleefd heeft. Ik heb haar lief en ik hoop dat zij mij in het hiernamaals vergeeft dat ik haar ooit overgehaald heb om mee te gaan op deze krankzinnige trip.
 Ik zie een silhouet voor mij staan. Hij ziet er onmenselijk groot uit, maar omdat hij in de baan staat waarin de maan zijn licht op mijn gezicht werpt kan ik zijn gelaatstrekken niet onderscheidden. Daarentegen kan ik wel zien dat hij behaard is. Heel erg behaard. Zijn oren steken ver boven zijn hoofd uit. Ze doen mij van hieruit gezien denken aan de oren van een Doberman. Bijgeknipt en wel. Zijn ogen lijken op twee roodgloeiende kooltjes op een gedoofd haardvuur. Hij gromt. De doodsangst bekruipt mij als een zelfverzekerde spin die zijn prooi gaat ophalen.


'Deze film heb ik al eens gezien', bedenk ik mij. Maar werd de folklore niet gecompleteerd door een volle maan? Kon het zo zijn dat deze wezens bestonden zonder de volmaaktheid van de maancyclus? Het wezen zet een zijwaartse stap en toont mij zijn ware gedaante. Verlamd van angst ben ik niet in staat om te gaan huilen, ook al is dat de meest logische reactie onder de gegeven omstandigheden. Zijn lange, hondeachtige snuit snuift goedkeurend de nachtelijke geuren op en zijn slagtanden druppelen nog na van het bloed van mijn dode vrienden. Onder zijn behaarde huid golven spieren als staalkabels en lange klauwen ballen zich beurtelings tot vuisten.

Mijn angst slaat om in verbazing als hij plots een pakje cigaretten tevoorschijn haalt. Op zijn gemak steekt hij er één op en blaast de rook tevreden uit. Ik herken de aansteker die hij in het pakje terugsteekt als de hervulbare aansteker van een van mijn dode vrienden. Ik ben werkelijk sprakeloos als blijkt dat dit wezen praat. Tegen mij. En behoorlijk welbespraakt ook. Hij spreekt engels met een diepliggend russisch accent en stelt zich voor als Vassily Ponomarev. Ik ben slechts in staat om ademloos te luisteren. Wat ik ook doe.

De komende uren zal hij verhalen van zijn voorliefde voor het surrealisme van Mark Chagall, het virtuoze Bayanspel van Yuri Sidorov, zijn diepe bewondering voor de fratsen van Popov en diens inspirator Iwanuschka en de schrijfkunsten van Vladimir Nabokov en natuurlijk, Dostojewski. Hij zal vertellen van zijn zorgeloze jeugd in het dorpje Novogradkovka en de amoureuze avontuurtjes rond zijn tienerjaren. Zonder problemen zal hij zijn daden opbiechten welke hem ingegeven werden door zijn manifestatie als weerwolf.
Maar bovenal zal hij mij uiteindelijk verscheuren als een halfrauwe varkenshaas.
link to this.. | 12:49 | dreadloki | veertien hadden wat

 

 

Prachtig mooie sport!
06 Mei '04 -

inline



Dat basketballen.
link to this.. | 09:23 | dreadloki | tien hadden wat

 

 

Tram Twee
03 Mei '04 -
Ik voorzag het reeds.
Mijn spurt richting de conducteurs-ingang zal vergeefs blijken. Tram Twee, mijn dagelijkse opstapper, zal zijn toegangsdeuren rücksichtslos sluiten, ook al smeek ik de poortwachter om mij toe te laten. En terwijl ik wanhopig op de deur sta te bonzen, zal hij diepgaande interesse veinzen in een spitsig artikel over een jongeman. Het vodje zal koppen dat deze jongeman uit het zuiden de finale zoals verwacht had gewonnen. Wederom een bewijs dat het mongoloïde leeuwendeel van deze wereld zonder protest al het bittere, voorgegorgelde ejaculaat zal slikken wat de ongewassen piemel van de machine over hen spritst. En terwijl de tram zijn weg vervolgt richting eindbestemming, zonder mijn overbodige gewicht mee te torsen, zal ik vloekend en tierend op de halte achterblijven.
Maar zoals ik al eerder zei, ik voorzag het reeds.


Tijdens de volle sprint draai ik behendig de Eastpak© naar mijn buik (natuurlijk heb ik een ultrahippe uitvoering met 'single' draagband!) en rits hem open. De klauwhamer heeft een prettig gewicht en wiegt ritmisch met mijn stappen mee. Sissend als krolse katten sluiten de deuren zich inderdaad voor mijn neus. Het prettige gewicht van de klauwhamer geeft hem voldoende vaart zodat deze zich met gemak in een van de tramdeuren boort. Namaakglas landt rinkelend op de vloer. Niemand gilt. De verbijstering legt ze het zwijgen op. Ik sla één, twee, drie keer voordat de tram met een schok tot stilstand komt. Precies wat ik had gehoopt. De deuren openen zich weer, en de conducteur laat zijn krantje in het conducteurs-holletje liggen. Ook binnen de lijnen der verwachting. Geuniformeerd personeel zal zich eerder geroepen voelen om de held uit te hangen dan eventuele meereizende passagiers. Ik sta klaar.

'Bent u nu helemaal belazerd! U gaat toch geen tramdeuren slopen!'
Dat hij het niet eens vraagt irriteert mij mateloos. Uit het bewegen van zijn lippen maak ik op dat de politie al gewaarschuwd is en dat ik mijn hamer in moet leveren. Ik wacht tot zijn uitstekende hand dichtbij genoeg is. Ik sla weer toe. De hamer raakt hem vol op zijn voorhoofd. Het voelt goed aan. Een beetje zoals niezen, de opluchting ervan. De klauw blijft steken. Een straaltje bloed loopt er tergend traag langs. De conducteur kijkt verwonderd naar de steel van de hamer en lijkt zich niet te realiseren dat hij zojuist een nieuw luchtgaatje erbij gekregen heeft. Ik probeer de hamer los te wrikken. Het hoofd van de man knikt hulpeloos mee met mijn vruchteloze pogingen. Ik hoor krakende geluidjes. De hamer lijkt zich bij iedere poging dieper in man's schedel te werken. Het doet me denken aan het weerhaak-principe.


Ik hoor klanken uit de speakers schallen, maar het voelt alsof mijn oren in een kolkende rivier worden uitgespoeld. Ik versta nog net iets over een tram die voorlopig niet verder zal gaan. Deze tram dus, weet ik ad rem te concluderen. Ik voel de tram zuchten. Te laat realiseer ik mij dat het niet de tram is die zucht, maar zijn meereizende passagiers!

'Godverdomme nee! Kom ik nu weer te laat door dat kut GVB!?'
Ik ben nog steeds druk bezig de klauwhamer uit het conducteurs-hoofd te wrikken, maar de conducteur geeft niet mee. In plaats daarvan kijkt hij mij glazig aan, alsof hij niet zeker weet of ik genoeg gestempeld heb. Ik merk dat hij op de grond ligt en met mijn voet probeer ik zijn gezicht als afzetpunt te gebruiken.
'Jij kloothommel! En hoe kom ik nu naar werk, huh!?'
Er hangt iets dreigends in de lucht, maar ik ben te druk bezig. Die hamer heeft mij bijna twintig euro gekost, en dit zijn krappe tijden om in te leven. Een klauwhamer kan onontbeerlijk blijken in een nabije toekomst, dus ik zet alles op alles om hem te los te krijgen. Ik probeer het nog eens. Het kraken van man's schedel doet me denken aan kippebouten.
'Pak die lulhannes verdomme!'
Ik kijk op en rond en zie boze gezichten. Kapitalistisch als ik ben laat ik de hamer onmiddellijk los en tracht de uitgang te bereiken. Een enorme hutkoffer (kut-toeristen!) verspert mijn weg. Ik probeer eroverheen te springen, maar dwingende handen van alle kanten bemoeilijken mijn afzet. Ik struikel over de koffer en ram met mijn smoel tegen een van de tramdeuren.


Ik voel een regen van schoppen en meppen op mij neerdalen. Een naaldhak wipt bijna mijn oog eruit. Iemand danst de cha-cha-cha op mijn testikels. Verwensingen, de een nog grover dan de ander, worden geuit. Iemand stampt met zijn hakken op mijn hand. Ik voel vingerkootjes breken. Ik gil geluidloos. Dit had ik niet voorzien.
link to this.. | 11:12 | dreadloki | 49 hadden wat