De hut, waar het allemaal eigenlijk begint
Het Mausoleum, voor al uw oude koeien
Tattoo-Log, sommigen kunnen niet zonder
Inteelt, bij de gratie van

  

 

Prehistorisch

01 Okt - 31 Okt 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Feb - 28 Feb 2005
01 Dec - 31 Dec 2004
01 Nov - 30 Nov 2004
01 Okt - 31 Okt 2004
01 Sep - 30 Sep 2004
01 Aug - 31 Aug 2004
01 Jul - 31 Jul 2004
01 Jun - 30 Jun 2004
01 Mei - 31 Mei 2004
01 Apr - 30 Apr 2004
01 Mrt - 31 Mrt 2004
01 Jan - 31 Jan 2004
01 Dec - 31 Dec 2003
01 Nov - 30 Nov 2003
01 Okt - 31 Okt 2003
01 Sep - 30 Sep 2003
01 Aug - 31 Aug 2003
01 Jul - 31 Jul 2003
01 Jun - 30 Jun 2003
01 Mei - 31 Mei 2003
01 Apr - 30 Apr 2003
01 Mrt - 31 Mrt 2003
01 Feb - 28 Feb 2003
01 Jan - 31 Jan 2003
01 Dec - 31 Dec 2002
01 Nov - 30 Nov 2002
01 Okt - 31 Okt 2002
01 Sep - 30 Sep 2002

 
 
 
 
 

 

Iets kwijt?

 
 
 
 

 

Al deze vervuiling mede dankzij

PIVOT
DIGIZAAL

 

Iets op uw lever?

 

Reclame!

 

 

Tattoo Johnny Tattoo Designs World Famous Tattoo Design Gallery - Thousands of Tattoo Designs - Created by top tattoo artists and illustrators

 

 

Download Tattoo Designs for every Lifestyle

 

 

 

Het gaat niet geheel onopgemerkt

XJ-DD2
28 Jun '04 -
Deze nacht leek te zuchten onder zijn eigen twijfels. Donkergrijze wolken onderbraken gejaagd het patroon van de koude nacht alsof ze te laat waren voor een belangrijke vergadering, terwijl het flauwe schijnsel van de oktobermaan het dorpje tussen de rivieren maar mondjesmaat verlichtte. Op een eerder streepje van de tijdbalk zou dit dorpje er minder armetierig uitgezien hebben. Toen fungeerde het nog als een bloeiend oversteekplaatsje voor passerende reizigers en werd de economie op peil gehouden door zijn unieke positie tussen de twee rivieren. Mede dankzij de inbreng van de plaatselijke kerk - tegelijkertijd het hoogste gebouw van de vierenzeventig panden in totaal - behield het inwonersaantal een natuurlijke balans. Deze was inmiddels ver te zoeken, zoniet zoek.

Dat men deze twee rivieren slechts kon oversteken bij dit plaatsje beviel onderofficier Hapman allerminst. Dat, en de aanblik van deze ruïne. 'Veel desolater kom je ze niet meer tegen, tegenwoordig. Aan de andere kant zijn deze nog bestaande nederzettingen meestal met de grond gelijk gemaakt. Letterlijk. Klerelijers. Deze oorlog woedt alweer zes jaar, en wij staan duidelijk aan de verliezende zijde. '

Het Westen, waar de eenheid van sergeant Hapman deel van uitmaakte, liep al geruime tijd achter de feiten aan. Het beschikte over minder mankracht, minder materieel, minder kennis en veel minder technisch vernuft. Oostelijke krijgsgevangenen maakten ze vrijwel niet, en de Westelijke manschappen leken zich per dag uit te dunnen. 'Hee sergeant!?'
Onderofficier Hapman en zijn legereenheid - acht man totaal - staken behoedzaam de eerste brug over dat midden in het dorp uitmondde. Signaleren, rapporteren en op naar het volgende dorp, dat was zijn missie. Een bruine rat, duidelijk uitgehongerd, vluchtte onder de puinhopen, tevergeefs zoekende naar voedsel. Meer tekens van leven zagen ze vooralsnog niet. 'Ja, nummer 614, wat wil je?'


'Hoe zat dat ook alweer met die ene Kannibaal(koosnaam voor de Oostelijke strijders, ingegeven door hun vermogen om Westelijke troepenmachten volledig weg te vagen), die ze gepakt hadden?'
'Die blies zichzelf op, en met hem een compleet regiment.'
'Goh. En dat is de enige die 'we' ooit opgepakt hebben, niet?'
'Ja 614, dat klopt. En dat wist je best. Ik zou graag zien dat je nu eens stopt met die fatalistische houding.'
'Ach sergeant, de moed erin houden, da's ook een kunst hoor.'
'Bek dicht 614!'
'614 is weer eens high van de Drizomil capsules, sergeant. Die lamlul doet niks anders meer tegenwoordig.'


Soldaat 614 richtte zich tot 312 en stak zijn middelvinger naar hem op. Het zuurstofmasker voorkwam het zicht op zijn bloeddoorlopen ogen, welke het gelijk van 312 zou aantonen. 168 besloot een duit in het zakje te doen, en riep 'Dan kan je wel heel bijdehand je middelvinger opsteken 614, maar het is wel de waarheid! Je doet niks anders dan zeuren, zaniken en etteren, tenminste, als je niet druk bezig bent je geliefde voorraad Drizomil's te tellen.'
'Jij moet je smoel houden, trekpop. Hee, kijk nu eens 168, het is alweer ver na twaalven. Is het niet de hoogste tijd om dwangmatig te gaan masturberen?'
'Krijg de kolere, 614! Typhusjunk!'
"Allebei bek houden verdomme!' Sergeant Hapman vertrouwde het niet. Ze stonden op het centrale plein dat omgeven werd door de geraamtes van de omliggende woningen. De fontein in het midden van dit plein zag eruit alsof hij zijn laatste druppel water in de vorige eeuw had vergeven. Half uitgebrande autowrakken vormden een hopeloze aanblik, alsof zij nooit trots rond ditzelfde plein hadden geparadeerd.


'Maar sergeant, 614 ondermijnt ons moraal! Die man had nooit in het leger aangenomen mogen worden! Hij is een schande voor het uniform!'
'Ik wil dat je er nu over ophoudt, 168! We zijn met een missie bezig!'
'Dit is toch werkelijk ongelooflijk.' Hij tilde eventjes zijn helm van zijn hoofd om de niet-aflatende jeuk op zijn kruin enigszins te verlichtten.


Het volgende moment sprong zijn hoofd uit elkaar in een roodgekleurde explosie. 'Scherpschutter!' schreeuwde iemand. Voordat ze beschutting vonden achter de autowrakken werden 482 en 633 al doorzeefd met kogelgaten zo dik als het heft van een schroevendraaier.
'Status 113!' riep de sergeant naar zijn korporaal.
'482, 633 en 168 buiten werking sergeant. Ik weet niet waar de schutter zit!'
'Ongetwijfeld in de kerk.' bromde sergeant Hapman. '802, neem positie in achter dat muurtje, dertig graden noordwaarts, wij geven je dekking!'
'Aye sergeant.'


Soldaat 802 ademde drie keer kort in en uit, nam toen een spurt richting het muurtje dat zich vijfentwintig meter ten opzichte van de kerk aan de rechterkant bevond. "Kerk" was wellicht een iets te hoog gegrepen kwalificatie. "Bouwval" kwam dichter in de buurt. De toren was het enige dat nog fier overeind prijkte. M16's brulden en spatten uiteen op de kerkelijke muren. Veilig en wel aangekomen drukte hij zich ruggelings tegen het muurtje.
'Okè, nu wij mannen.'
'Ik ben er niet zo zeker van, sergeant. Is terugkeren en omlopen geen betere optie?'
'HOU-OP, 614! Wij gaan NU richting dat muurtje om 802 bij te staan en ik wil geen gemaar horen! 113 en 312, gaan!'


De beide mannen sprinten als gekken richting het muurtje en arriveerden zonder tegenslagen. Bepakking rammelden weerbarstig tijdens de spurt. De sergeant en 614 kwamen daar vlak achterna.
'Geef me een checkup 113.'
Soldaat 113 ging voorzichtig staan, en tuurde door een kleine barst van de muur.
'Moeilijk te zeggen, sergeant. Oh wacht, ik zie iets ......'
Een harde knal maakte de rest van zijn bevindingen onverstaanbaar en hij werd achterover geworpen door de inslag. Uit het gat waar eens zijn oog had gezeten spoot een potsierlijk straaltje bloed. Met een doffe klap sloeg zijn lichaam tegen de stoffige straatstenen.
'Kut!' Hapman keek vertwijfeld naar het zuurstofmasker van 113 dat zich langzaam vulde met bloed. De kunststof kap voor de ogen was versplinterd en iets wits kwam door de rode mini-zee naar boven drijven. Hij huiverde toen hij zich realiseerde wat het was. Langzaam sijpelde het bloed langs de buitenkant over de rest van zijn hoofd. Hij hoefde niet om te kijken naar de rest van zijn eenheid om te weten dat de angst had toegeslagen. Vijf minuten in dit vervloekte dorp en de helft van zijn manschappen was hij al kwijt. De vertwijfeling van 614 droop dwars door zijn masker naar buiten.


'Jullie bekijken het maar! Ik ga hier niet zitten wachten totdat die klote-Kannibaal ons allemaal te pakken krijgt. Ik peer 'em!' 614 maakte al aanstalten om via dezelfde weg terug te keren. Sergeant Hapman duwde onmiddellijk zijn M16 onder diens kin. Op dreigende toon begon hij langzaam te spreken.
'Daar komt niks van in ventje. De jongens hadden gelijk. Ik ben je ook meer dan zat, en zo gemakkelijk ontkom je hier niet aan. Wij gaan het zo doen. Rechts van de klokketoren is een ingang. Daar gaan we zodirect naar toe rennen. Dus jij ook. En anders schiet ik je nu overhoop. Kies maar.'
'Een vieze klootzak ben je, maar dat wist je waarschijnlijk al.' beet 614 hem toe.
'We praten later verder. Waar is de granaatwerper, 312?!'
'Die ligt naast 482 sergeant!'
'Kut! Klote! Typhus! Dan maar zonder!'
Hapman beval 312 en 802 alvast te gaan. Op zijn teken renden ze allemaal richting de kerk. De onwillige 614 pakte hij bij zijn kraag en duwde deze vooruit.


Hapman zigzagde zoveel mogelijk, een strategie die zijn vruchten afwierp. En natuurlijk zijn drie resterende soldaten om de aandacht af te leiden. Hij ademde gejaagd en gedachtes schoten als pijlen door zijn hoofd. 'Komopkomopkomop!'

Klabeng! Klabeng!

Nummer 614 en 802 leken te struikelen, maar stonden niet meer op. 'Fuckfuckfuck!' Nog tien meter te gaan.

Met een ongewisse dood in het vooruitzicht realiseerde Hapman zich eindelijk het gebrek aan nut van deze oorlog. Hij bleef rennen.

Klabeng! Klabeng!

Ook nummer 312's dienstverband werd abrupt afgebroken. Hapman voelde iets langs zijn oor suizen, als een woedende wesp. 'Komopkomopkomop! Nog vijf meter! Dit moet kunnen!'
Gered.


Zijn hart klopte als een bezetene in zijn keel. Hij wachtte enkele minuten om zich ervan te vergewissen dat zijn ademhaling een weer wat regelmatiger tempo had bereikt. 'Dit is pas een soldaat, niet die slappe hap waar ik zonet mee opgezadeld was!' Geen voetstappen te horen, geen geschuifel. De schutter bleef blijkbaar op zijn plek zitten. Voorzichtig stapte Hapman door het puin naar binnen, gebruikte de klok - die op een eerder tijdstip onvrijwillig van zijn maatje de klokkengalg gescheiden was - als bescherming en sloop via de trap naar boven. Nog steeds geen geluid. Boven aan de trap aarzelde hij. 'Dikke kans dat hij nu wacht op mijn ongeschoren kop die om de hoek steekt.'

Hij knielde, pakte een steentje van de grond en wierp deze door de openstaande deur naar binnen. Slechts het tikkende geluid van het steentje, meer hoorde hij niet. Hij wachtte nog een minuut of drie en besloot toen het erop te wagen. Met een "Gung-Ho"-kreet sprong hij de kamer in en vuurde met zijn M16 in het wilde weg. Zoiets had hij ooit in een spelletje gezien, maar het mikken ging hem toen beduidend beter af. Nog steeds werd er niet teruggeschoten. Verbaasd krabbelde hij overeind. Voor het oog van de toren stond een blinkend apparaat. Daarnaast stonden twintigtal metalen kisten opgestapeld. Het leek op een mortier met standaard, maar het schiettuig zag er stukken verfijnder uit. Daar bovenop zat een chromen, vierkant kastje met een objectief. Een dun laserstraaltje priemde uit de lens. Uit iets dat op een intercom leek klonk een blikachtige stem.

'Gefeliciteerd. Dat u deze boodschap hoort betekent dat u bijna in staat bent om de XJ-DD2 aanvalsmachine uit te schakelen. Het juiste woord is 'bijna', aangezien het zelfvernietigingsmechanisme met een radius van vier kilometer in werking trad zodra deze boodschap begon te spelen. Het aftellen is reeds begonnen. Deze is ingesteld op tien seconden. 

....... vier, drie, twee, een
link to this.. | 14:48 | dreadloki | dertien hadden wat

 

 

Lucullus
23 Jun '04 -
'Monsieur?'
'Oui, merci.'
Met een aan waanzin grenzende intensiteit hap ik mijn amusevork tergend traag leeg. Beetje bij beetje schuif ik het gerookte zalmrozetje met mascarpone naar binnen en laat de papillaire smaakexplosie zijn verheven functie vervullen. Ik sidder eventjes. Het rozetje rust gelaten op mijn tong - welke ik dartel binnensmonds op en neer laat wippen - terwijl het romige kaasje deze met zijn smeuïge substantie doordrenkt. De smaaksensatie glijdt langzaam in mijn keel. Ik sluit mijn ogen en laat de klassieke klanken die door het restaurant dansen mij in vervoering brengen. Chopin, meen ik. Van klassieke muziek weet ik niks - van magnifiek eten des te meer. Dit twee-sterren restaurant was dan ook mijn suggestie. Dit is mijn doel in het leven, hier ben ik voor geschapen.


Ik reik naar mijn glas Doisy-Védrinnes (sauternes, zesenveertig euro per fles) en laat een scheetje ontsnappen. Glimlachend observeer ik mijn tafelgezelschap. Niemand die het opvalt. Mijn vrouw probeert de jongere dame - mijn zakenpartner's wederhelft - gedreven te overtuigen dat een lymfedrainage wel degelijk nut heeft. '.. nee echt schat, miraculeus spul, echt waar. Geen afvalstoffen meer die zich ophopen en je celletjes voelen als herboren aan.' Mijn vrouw is een irritante kwebbeldoos, maar ik hou van haar zoals ze is.

Mijn zakenpartner staart peinzend naar zijn onaangeroerde amusevork. Hij kijkt geen moment op, ook niet als een kelner deze weghaalt. Onze ober-kelner dirigeert een andere kelner statig naar onze tafel. Vier borden met cloche worden uitgeserveerd. 'Bon. Mesdames et messieurs, votre entrees. Millefeuille tiède avec aubergines grillées façon "Saint-Jacques". Allez, et bon appétit!' Met genoegen begin ik aan het voorgerecht. Mijn vrouw kwebbelt rustig verder terwijl ze het krokante bladerdeeg met een vork mangelt. ' .... oh, en die haptorelaxatie? Heer-lijk. Als herboren kom je eruit.' Mijn zakenpartner kijkt nog immer in gedachten verzonken naar zijn dampend voorgerecht. Ik voel wederom een scheetje opkomen. Meestal een goed teken. Duidt op een regelmatig werkend spijsverteringskanaal.

Ergens weet ik wel waarom hij zo afwezig is, maar ik heb geen zin om deze culinaire avond daardoor te laten verpesten. Een onmiskenbaar vleugje Grand Marnier kietelt mijn neus terwijl ik een hap neem. Losse flarden van het gesprek dat ik eerder deze dag met hem had passeren de revue. Ik verdring ze net zo snel en probeer weer te genieten van het smeltende bladerdeeg in mijn mond. Na het eten zullen we volop de tijd hebben om dit alles te bespreken.

De sommelier vraagt middels een teken mijn aandacht. Ik neem eerst rustig de laatste hap en veeg mijn mond af voordat ik mij tot hem wendt. Zijn advies voor het hoofdgerecht is een (op zich prima)Lungarotti - 'San Giorgio' Rosso dell' Umbria. Ik sla zijn advies in de wind en zeg hem dat ik op voorhand al gekozen had voor de 'Fussières' uit de Maranges, premier Cru uiteraard. Enigszins teleurgesteld druipt hij af en keert enkele minuten later terug met de gevraagde wijn. Behendig schenkt hij mij een bodempje in en doet een stap opzij terwijl ik een genereuze slok in mijn mond laat rondgaan. Mijn vrouw kwebbelt nog altijd aan een stuk door en Roel, mijn zakenpartner, excuseert zich tijdelijk. Ik knik begripvol en rol de rode wijn van mijn linker- naar mijn rechterwang. En weer terug. Ik bedenk me dat ik mij misschien te hardvochtig opgesteld had in dat gesprekje met Roel. Aan de andere kant, mijn principes aangaande het transporteren van illegale goederen blijven nog altijd onveranderd.

Harddrugs zijn nu eenmaal mijn ding niet. Natuurlijk kan men aandragen dat dat niks uitmaakt. Een container is een container, of er nu antieke meubels in vervoerd worden, clandestiene Chinezen of kilo's heroïne, aan de buitenkant kun je zoiets er niet vanaf zien. Allemaal waar. Maar nog steeds niet voldoende reden om mij met dat spul in te laten. Ik slik de wijn door en bevestig mijn excellente keuze tegenover de sommelier. Ik gebaar hem de rest van het gezelschap in te schenken. Onderwijl zijn de kelners doende met het afruimen van de voorgerechten. Roel is net op tijd terug van het toilet om de oberkelner zijn manschappen aan te zien sturen. 'Et alors Mesdames et messieurs, le plat principal. Je pense que vous apprécierez le notre Risotto crémeux avec noix de coquilles au basilic! Merci bien et bon appétit!'

Ik eet en geniet. Mijn vrouw keuvelt maar door. Roel eet nog steeds niet. Hij doet maar. Met een wrang glimlachje stel ik mij voor hoe hij met zijn volle container heroïne en al in zee stort. Het scheelde niet veel of we hadden een onoverkomelijk meningsverschil veroorzaakt. En dus suste ik de boel met dit etentje. Geen slecht idee, al zeg ik het zelf. Tevreden leun ik achterover en steek een sigaar op. Ik bied Roel er ook één aan. Chopin doet zijn ding op de achtergrond. Stilzwijgend neemt hij de Hoyo de Monterrey Double Corona aan en steekt deze in de hens. Het gekwetter van mijn vrouw verstoort de sierlijke kringeltjes sigarenwalm. Ik ben niet van mijn stuk te brengen vandaag.

Nu koffie en cognac. Maar eerst een overheerlijk toetje. Althans, voor mij alleen dan. De anderen nemen slechts espresso. Moelleux mi-cuit au chocolat Valrhona, met vanille ijs. Hmm. Zes happen later valt het mij op dat Roel naar me kijkt. Intens. Net op het moment dat ik hem wil vragen wat er is, voel ik weer een scheet opkomen. Met geen mogelijkheid kan ik deze zachtjes naar buiten persen. Een keiharde 'pfw00t' galmt door het restaurant. Penetrant geurtje, eigenlijk. Sommige tafeltjes kijken verschrikt om, aan de mijne reageert niemand. Roel kijkt me nog altijd doordringend aan. Ik wil mij verontschuldigen, maar een plotselinge kramp in mijn maag belet dat. Alsof twee onmenselijk sterke handen mijn maag tegelijk samenknijpen. Ik laat mijn desertlepel rinkelend op het bord vallen. De stoel waarop ik zit schuif ik met een onbeheerste ruk naar achteren. Een passerende kelner struikelt hierdoor, maar hij weet zijn volle plateau nog net in balans te houden.

Ik vouw dubbel van de pijn. De maagkrampen verhevigen. Dunne diarree schiet mijn boxershort vol. Ik voel hoe het langs mijn dijbenen naar beneden druppelt. Heet en stroperig. Mijn tong voelt dik aan. Alsof iemand er een blaasbalg in geprikt heeft en blijft pompen. Mijn slokdarm lijkt in brand te staan. Ik probeer om hulp te roepen, maar ik kom niet verder dan wat hees gepiep. De krampen slaan over op mijn spieren. Mijn armen en benen verkrampen zich en pijnigen mij zoals ik pijn nog nooit gekend heb. Ik val van mijn stoel en neem groteske houdingen aan waar ik zelf geen invloed op heb. In MTV-videoclip-stylee, zou men zeggen. Mijn ogen staan inmiddels ook in brand, alsof er accuzuur in gegoten wordt. Ik spuug bloed, in dikke klodders. Witte, gele en groene slijmproppen accompagneren diezelfde stroom naar buiten. Mijn zojuist verorberd toetje, realiseer ik mij. Mijn hart klopt pijnlijk snel in mijn borstkas, lijkt uit zijn voegen te willen barsten. Door de mist heen ontwaar ik een zweem van een glimlach op Roel's gezicht. De schoft heeft me vergiftigd.
Mijn vrouw kwebbelt nog steeds. 
link to this.. | 13:22 | dreadloki | twaalf hadden wat

 

 

Adjectivisch!
21 Jun '04 -
klonterend vleesnat
gezapig sterrenmixje


gestolde okselkorsten
nauwsluitend metbontafgezetballenbezaaidvrolijkgekleurdspeelsharlekijnspak


reutelende schobbejak
vegeterend ezelsoortje


druppend betonrot
Ranzige Rosalie die zich helemaal

inline

link to this.. | 16:50 | dreadloki | acht hadden wat

 

 

Lijkt me best ongemakkelijk.
18 Jun '04 -
Dat iemand zo vrijpostig genoeg is geweest om de arm waar je knuist aan zit (die ene, die je gebruikt om jezelf klaar te vingeren of waar op regelmatige basis het velletje van je tampeloeres doorheen giert) in een dusdanige hoek te manoeuvreren dat deze niets anders kàn dan breken en vervolgens zijn meest dubieuze vertolking van de 'streetdance' ten beste geeft.

Op diezelfde arm.
link to this.. | 11:05 | dreadloki | dertien hadden wat

 

 

Microkosmos
15 Jun '04 -
De staat van deze hotelkamer was op z'n minst deplorabel te noemen. Donkere vochtplekken op het morsige tapijt oversteeg het aantal droge plekken in ruime mate. Hier en daar rimpelde een zielloos plasje. De oogst van talloze telefoontjes naar de lokale pizzeria bezaaide de simpele indeling van het dertig euro per nacht kostende vertrek. De lakens van het bed waren volop besmeurd met half opgegeten stukken Pepperoni Perfection. Dit patroon werd sporadisch onderbroken door gelige urinevlekken en verharde feces-plekken. Ongedierte in allerlei soorten en maten deed zich tegoed aan deze rijkelijk gevulde provisiekast. Krioelende pissebedden, maden, strontvliegen, het complete scala leek vertegenwoordigd. Het nietszeggende behang hing er in repen bij. Opgedroogde tomatensaus aan diezelfde muur leken eigentijdse, bloederige schilderstukken voor te stellen. Een fauteuil, eenzaam langs de kant zuchtte onder de vele blikjes cola en lege flessen drank.

Het enige teken van leven in de kamer naast de zoemende vliegen werd veroorzaakt door de ruisende televisie. Het toestel wierp zijn huiveringwekkende schijnsel op de muren, waardoor het meer weg had van een zopas gebruikt abattoir. Omgeven door deze puinhoop keek de naakte man toe. Zijn fysiek vertoonde opvallend veel overeenkomsten met de hotelkamer. Bruine vegen en aangekoekte korsten sierden zijn lichaam. Armen hingen slap langs zijn heupen, eindigend in zwartgele vingernagels. Hij urineerde inspiratieloos. De natuurlijke kromming van zijn geslacht zorgde ervoor dat hij de televisie net miste. Onregelmatige gezichtsbeharing ontnam het zicht op zijn puisterige, vlekkerige huid. Lange slierten vettig haar verhulden nog net zijn ogen die aan de beeldbuis vastgezogen leken te zitten. Alhoewel de moderne kijkdoos duidelijk zoekende was naar zijn reguliere kanalen verbleef hij temidden van dansende zwarte en witte puntjes. De gelijkenis met de wriemelende microkosmos verderop was treffend.

Hoelang al? Twee maanden? Misschien drie maanden.
Hij had een half jaar vooruit betaald en dringend verzocht niet gestoord te worden. De hoteleigenaar had schouderophalend het geld in ontvangst genomen, gaf de man zijn sleutel en ging weer verder kijken naar de sportieve verrichtingen tussen Jimmy White en Stephen Hendry. Hij had ze wel vaker gehad, de notoire zelfmoordenaars. Niets dat de schoonmakers niet op konden lossen. En nu? Nu stond de man te staren naar een televisie die het niet deed, zachtjes van de een op de andere voet wiegend. De programmering in zijn hoofd echter was volop in gang. Al zijn favoriete films, sportprogramma's en opiniedebatten kwamen aan bod. Zelfs de weinig hilarische reclameblokken verbraken de voortgang, met name op de spannende momenten. Exact hetgeen reclame beoogt. Twee stemmen, de een voor de linker en de ander voor de rechtervoet, becommentarieerde om de beurt de inhoud.


Die stemmen waren inmiddels hun eigen leven gaan leiden. De linker, de scherpzinnigste van de twee, had een vrij hoog stemgeluid. Een beetje zeurend dus. De rechter, de lodderige van het stel, bezat een contrabas. Langzaam en bedachtzaam, dat waren zijn kenmerken. Een beetje dom, zou men zeggen. Meestal spraken ze om de beurt, zodra het gewicht van hun gastheer zich van voet verplaatste. Maar ze waren het ondertussen beu. Altijd maar weer dezelfde saaie dingen op de buis, het kon hun niet meer bekoren. De linker nam uiteindelijk een besluit.

'Ik heb het gehad met die tv. Wat zeg je ervan?'
'Mja, mwoch. Mij .. maakt .. het .. niet .. zoveel .. uit.'
'Hoezo? We hebben alle programma's al gehad! Tig keer!'
'Oh? Was .. me .. nog .. niet .. opgevallen.'
'En drie minuten geleden zei je dat je er niks meer aan vond?'
'Euh ... ja, kan .. best.'
'Kan best?! Dat zei je! Heel duidelijk!'
'Wat .. wil .. je .. dan .. doen?'
'Gewoon, erop uit! Leuke dingen doen!'
' Euh ....'
'Lekker naar buiten! Het park in! Beetje bewegen!'
'Nou .. dat ... klinkt .. best ... goed.'
'Jawel toch?'
'Ja, eigenlijk .. best .. wel.'
'Prima. Ik wist wel dat je er wat voor voelde.'
'Dus .. we .. moeten .. hem .. wakker .. maken?'
'Da's wel de bedoeling ja.'
'Euh .... ok.'
'Hij zal er vast blij mee zijn. Hij staat hier alweer twee (drie?) maanden in zijn nakie.'
'Ja .. dat ... klopt.'
'Oke dan. Ik heb er zin in, wat jij?'
'Lijkt ... me ... best .. leuk ... in-der-daad.'
'Okè, ik tel tot drie en dan gooien we hem omver. Dat zou voldoende moeten zijn.'
'Klinkt ... goed.'
'Mooi. Let op. Bij een, ... twee, ... Hee wacht!'
'Ja?'
'Wat begint er nu?'
'Ehm, .... es .. kijken. Rondom ... Tien?'
'Oh, da's altijd wel leuk. Doen we dat andere ding straks, okè?'
'Ja ... da's ... goed.'
link to this.. | 11:18 | dreadloki | zestien hadden wat

 

 

Genieten
11 Jun '04 -
zie
hoe de luce del sole verbeten
het raam penetreert 
terwijl daarachter
de wereld alsmaar voortraast
stoffige deeltjes zwermen 
lichtvoetig rond in groten getale
gelijk apatische spermatozoïden
zonder eindbestemming


hoor
hoe de bottiglia Zubrowska
met tegenzin
zijn diepbevroren spinde
krassend en kermend verlaat
zorgvuldig gepoleerde glazen beslaan
geharde vormpjes water
dijen tevree uiteen
onder het klaterende vocht


voel
hoe de ubriachezza langzaam
maar zeker
je corpulente conditie degradeert
tot een zwabberende kampeertent
onverdroten til je het smachtende glas 
opnieuw naar je lippen
wetende dat de dagelijkse routine
weldra zal aanvangen
link to this.. | 14:36 | dreadloki | negen hadden wat

 

 

Eigen schuld!
10 Jun '04 -

inline

link to this.. | 10:00 | dreadloki | 21 hadden wat

 

 

Het PS project
07 Jun '04 -
'Lekker?'
'Mmmmm.'
'Harder?'
'Mmmmm.'
'Aah. Aah. Aaah!'
Ik trek terug, draai haar om en vraag of ze op haar knieën wil gaan zitten. Haar prachtige ronde billen kijken mij pontificaal aan. Ik schuif aan en duw haar billen iets uit elkaar zodat ik goed zicht heb op haar opgezwollen lipjes. Een beetje onhandig heen en weer schuiven en ik ben binnen. Haar goedgeoliede doos ontvangt mijn roede als een jong veulentje zijn eerste slok moedermelk. Van enige frictie is bijna geen sprake meer door de vrijelijk rondgutsende sappen, maar ze knijpt haar vulva samen zodat ik tenminste nog het idee heb dat er enigszins weerstand geboden wordt aan mijn dwingende aanwezigheid.


Ik begin het ritme weer aardig op te pikken. Kreunend stoot ze haar billen terug tegen mijn balzak. Het alom geroemde 'plef-plef-plef' begint zijn plek in het slaapkamervertrek op te eisen. Het interieur oogt kaal, bijna leeg. Een grote ronde lamp siert het plafond, als een pulserende pukkel op een verder smetteloos voorhoofd. Een dun filmpje dat als een hoornvlies over de lamp heen ligt presenteert zich aan mij als een complex prisma met zachte pasteltinten. Hierdoor kruipen vrijwel onopgemerkt voortrollende landschappen met erotische kleurenschema's langs de slaapkamermuren. Een manshoog, ovalen venster biedt een magistraal uitzicht op het heelal daarachter. Het doet mij denken aan een gitzwart aquarium, gevuld met miniscule bergkristalletjes. Vrachtschepen in allerlei gewichtsklasses en patrouillerende schepen van Keizer Zyblt arriveren of ontvluchten juist ruimtestation Gtany D. De interstellaire handel houdt immers nooit op. Het immense bed waarop ik mevrouw Abgail aan het ringsteken ben bestaat uit grote zeepbellen van kunststof, die zich moeiteloos aanpassen aan de pleffende lichamen en voelen aan als kwalitatief hoogwaardig exponenten van de zijdecultuur. Langzaam strijk ik met de vingers van mijn rechterhand langs de fluweelzachte stof. Met mijn linkerwijsvinger beroer ik plagerig haar roze ster.

Ik kijk naar beneden en zie hoe mijn altijd aanwezige vrind zich keer op keer verschuilt tussen het roomblanke vlees. Wit vocht blijft in hardnekkige vegen plakken op mijn schacht. De stimulerende cadans begint zijn vruchten af te werpen. Ietwat te snel misschien, maar het is te lekker om gas terug te nemen. Gelijk een Neanderthaler begin ik wellustig te grommen. Mijn beide handen klemmen zich vast om haar deinende billen en ik voer het tempo doelbewust op. Louter de overmatige lubricatie voorkomt het ontstaan van een fijnsliertige rookkolom. Overtuigd van de superieure conditie van mijn constitutie ga ik er vanuit dat ik na de ontlading met gemak aan ronde twee kan beginnen. Een pauze van hooguit tien minuten zal volstaan. Dat gedacht te hebben spannen mijn billen zich spastisch samen en voel ik mijn zaad omhoogstuwen tot ik met een ferme 'Aaaaarhggggjaaa! ... ah! ... ah! aaaaah!' haar baarmoedermond eindelijk besproei. Terwijl aangename schokjes vanuit mijn testikels via de ruggegraat zich knetterend een weg vinden naar mijn achterhoofdskwab, schok ik nog wat ongecontroleerd na. Ik hijg als een idioot. Een zuinig zuchtje - een ruim metertje noordwaarts en amper waarneembaar - is schijnbaar haar repliek op mijn sportieve prestatie. Ik kruip van het bed en vis een cigaret uit mijn broek die er verloren bij ligt op het witte vloerkleed. Ik voel nattigheid.

Zorgvuldig weeg ik mijn woorden af terwijl de schepen buiten het venster hun sierlijke dans afwezig uitvoeren tussen de sterren. In een poging haar te vleien fluister ik zachtjes dat ze de mooiste vrouw is die ik ooit gezien heb en dat mijn liefde voor haar geen grenzen kent. Voor de eerste keer deze avond kijkt ze naar me op. Een spottend lachje glijdt over haar gezicht, waarvan de klassieke schoonheid mij nog altijd doet duizelen. Ze trekt haar rechterknie treiterend omhoog, waardoor het zicht op haar vlezige driehoek mij niet meer gegund wordt. Ik besef dat ik nu moet doorzetten wil ik dit ooit nog voor elkaar krijgen. 'Ik ben gek op je, maar ik wil dit niet meer in het geniep doen. En er komt een dag dat commandant Godfrey Abgail er achter komt dat onze relatie verder gaat dan de gewoonlijke patiënt-arts relatie.' Mijn stemgeluid neemt toe in volume, voornamelijk gedreven door mijn opkomende enthousiasme. 'Ga met mij mee, ik heb nog wat geld apart gehouden en ik zal met al mijn ziel en zaligheid voor je zorgen, dat beloof ik je. We kunnen ons vestigen op een romantische, afgelegen Klasse A maan en we zullen kinderen maken totdat de Ahibuaanse Zon ons dagelijks wekt uit de donzige roes.'

'Haha, jij bent echt goed.' Geraldine Abgail vouwt haar handen achter haar nek en staart onverschillig naar de prismabol aan het plafond. 'Hoe kom je er in hemelsnaam bij dat ik iets met je zou willen, laat staan dat ik enige interesse toon in jouw schamele sok vol munten? Het idee alleen al dat ik Godfrey zou verlaten voor een simpel psychiatertje als jij vervult mij met medelijden. Toegegeven, af en toe kan je best sexy uit de hoek komen, maar ik heb inmiddels wel genoeg van je.'

'Maar ...., maar afgelopen nacht dan? Dat was toch hemels? Luister, ik hou van je Geraldine, al vanaf het moment dat ik je voor het eerst ontmoette! Ik aanbid de grond waar je op loopt en kus vurig de deurknoppen die ooit mochten zuchten onder de aanraking van jouw ranke vingers. Alsjeblieft, laat dit niet zo eindigen.'

'Hahaha, best hoor. Maak het nou maar makkelijk voor jezelf en probeer dit alles te vergeten, oke? Dat lijkt me echt het beste. Ik had gewoon behoefte aan wat afleiding terwijl Godfrey de rebellen in de pan aan het hakken was en daar heb je goed voor gezorgd. Dat is nu allemaal voorbij, wen er maar vast aan. En anders voer ik je aan de elitetroepen van mijn man! Ksst nu!'

Ik voel dat het koord waar het zwaard van Damocles aan hangt boven mijn hoofd significante scheuren begint te vertonen. 'Dit kun je niet maken Geraldine! Ik hou van je!'

'Hahahaha! Scheer je weg ventje! Hahahahaha!'

'Je mag me niet uitlachen, Geraldine. Stop daarmee.'

'Hahahahaha!'

'STOP DAARMEE, ZEG IK!'

Ik spring bovenop haar en begin haar keel dicht te knijpen. Abrupt houdt ze op met lachen. Door een donkerrode waas heen zie ik hoe mijn duimen haar adamsappel omklemmen. Ik stop niet met knijpen. Wanhopig gooit ze haar billen omhoog zodat ze mij van haar af kan werpen. Ik geef geen duimbreed toe. Ze probeert iets te zeggen, maar ik wil niet meer luisteren. Ik knijp nog harder. De angstige, verbaasde blik in haar ogen lijkt haar gezicht volledig in beslag te nemen. Ik denk dat het uiteindelijk iets langer dan vijf minuten duurde voordat ik haar los liet. 'Ik ben blij dat je inziet dat dit geen pas geeft, Geraldine. Dank je. Ik wacht al dertig jaar op ons samenzijn en het ziet er naar uit dat we eindelijk op dat punt zijn aanbeland.'
Haar hoofd ligt in een vrij onnatuurlijke houding ten opzichte van haar lichaam en, eerlijk is eerlijk, een tong die op die wijze uit een mond hangt ziet er allerminst charmant uit. De tijd voor het plan was aangebroken.


Het ruimtestation Gtany D is een fantastische verzamelplaats voor allerlei soorten handel. Naast de vele goederen en eet- en drinkwaren kon men er ook terecht voor ouderwets vertier. Luxe bordelen, apothekers met een veelvoud aan drugs op voorraad, maar ook verbluffende staaltjes plastische chirurgie kon men hier vinden. Daarnaast geen gebrek aan geavanceerde labs met de meest waanzinnige uitvindingen en technieken. Een kennis van mij werkt als bewaker voor het Periodieke Sloep project. Terwijl hij vorige week mijn appartement strontlazerus verliet, ontfutselde ik hem ongezien zijn sleutelbos.

Ik hou halt bij de juiste toegangsdeur. Het dode gewicht van Geraldine's lichaam valt gelukkig niet af te lezen aan de vorm van de oversized wapentas waarin ik haar tot hier heb meegesleept. Op dit tijdstip is het lab altijd verlaten. De sleutelbos bewijst zijn waarde. Ik sleep Geraldine door de eerste twee kamers en knip het licht aan in het grootste vertrek. In het midden van de kamer staat een imposant apparaat, overdekt met een doorzichtig zeil. Ik trek het zeil er eerbiedig vanaf en bewonder de genialiteit van dit werktuig. Alhoewel deze machine nog steeds in een pilot-fase zit, weet ik welk potentieel het bezit. Eergisteren wist ik de hand te leggen op de documenten waarin de werking ervan haarfijn wordt uitgelegd. Appeltje eitje.

Ik leg Geraldine ruggelings in de ene capsule van de Periodieke Sloep en zet de switch aan. Spookachtig, blauw licht omgeeft en benadrukt de sensuele trekken van haar lichaam. Het paneel in het midden, tussen de twee 'sloepen' in, is makkelijk te bedienen. Ik zet de tijdsinterval op drie uur, binnen het gesloten circuit. Hierdoor zal hij in een eeuwige loop terechtkomen en dankzij het ontgrendelingsmechanisme valt deze niet uit te schakelen. Ik neem zelf plaats in de andere sloep en activeer hem voordat ik zelf ga liggen. 'De tijd is nu, mijn lief. Weldra zullen wij samen zijn. Voor altijd.' Het licht in mijn capsule springt aan en ik merk onmiddellijk dat de slaperigheid zich met mijn bewustzijn bemoeit. Ik kan me nog net inbeelden hoe ik mijn benen en daarna de rest van mijn lichaam zich stapsgewijs molecuul voor molecuul zie oplossen in het luchtledige.

...........

'Lekker?'
'Mmmmm.'
'Harder?'
'Mmmmm.'
'Aah. Aah. Aaah!'
Ik trek terug, draai haar om en vraag of ze op haar knieën wil gaan zitten.
link to this.. | 02:08 | dreadloki | 17 hadden wat

 

 

U kent dat wel.
03 Jun '04 -
Van die dagen dat het lijkt alsof iemand de huid van je grote teen met een aardappelmesje eraf probeert te pellen, terwijl je fonkelnieuwe sportschoenen je begerig aanstaren.
link to this.. | 10:34 | dreadloki | 37 hadden wat

 

 

Ik
01 Jun '04 -
.... zou wel eens willen weten hoe het voelt
Hoe het voelt om je volledig lek te steken
En terwijl je hevig aan het leegbloeden bent
En mij alleen maar om genade kan smeken
Zal ik vriendelijk doch beleefd aan je vragen
Terwijl het bloed in golfjes uit je mond spat
Of je wel enigszins rekening houden wilt
Met mijn zojuist gereinigd, hoogpolig tapijt


Ik zou wel eens willen weten hoeveel moeite het kost
Hoeveel moeite het kost je oogbol eruit te wippen
Ik besef zeer zeker en terdege
Dat je liever op een zonnige dag als deze
Met volle teugen van de zon wilt genieten
En toch zou ik de sensatie van het knappen
Van die ene oogbol tussen mijn malende tanden
Voor geen goud willen missen


Ik zou wel eens willen weten
Willen weten hoe jouw kadaver wasemt
Smeulend en verkoold terwijl gretige vlammetjes je verder kaal likken
En sierlijke rookpluimpjes je neusgaten verlaten
Een veelkleurend druppelend ijsje zou je eigenlijk niet misstaan
En waarom niet, een oogstrelend geel zomerjurkje rond je heupen
Maar als eerste zal ik je te drogen hangen aan mijn waslijn
Zodat ik mijn badkuip wat makkelijk leeg kan laten lopen.


(op de melodie van de "Galaxy Song" uit "The Meaning of Life")
link to this.. | 10:00 | dreadloki | elf hadden wat