De hut, waar het allemaal eigenlijk begint
Het Mausoleum, voor al uw oude koeien
Tattoo-Log, sommigen kunnen niet zonder
Inteelt, bij de gratie van

  

 

Prehistorisch

01 Okt - 31 Okt 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Feb - 28 Feb 2005
01 Dec - 31 Dec 2004
01 Nov - 30 Nov 2004
01 Okt - 31 Okt 2004
01 Sep - 30 Sep 2004
01 Aug - 31 Aug 2004
01 Jul - 31 Jul 2004
01 Jun - 30 Jun 2004
01 Mei - 31 Mei 2004
01 Apr - 30 Apr 2004
01 Mrt - 31 Mrt 2004
01 Jan - 31 Jan 2004
01 Dec - 31 Dec 2003
01 Nov - 30 Nov 2003
01 Okt - 31 Okt 2003
01 Sep - 30 Sep 2003
01 Aug - 31 Aug 2003
01 Jul - 31 Jul 2003
01 Jun - 30 Jun 2003
01 Mei - 31 Mei 2003
01 Apr - 30 Apr 2003
01 Mrt - 31 Mrt 2003
01 Feb - 28 Feb 2003
01 Jan - 31 Jan 2003
01 Dec - 31 Dec 2002
01 Nov - 30 Nov 2002
01 Okt - 31 Okt 2002
01 Sep - 30 Sep 2002

 
 
 
 
 

 

Iets kwijt?

 
 
 
 

 

Al deze vervuiling mede dankzij

PIVOT
DIGIZAAL

 

Iets op uw lever?

 

Reclame!

 

 

Tattoo Johnny Tattoo Designs World Famous Tattoo Design Gallery - Thousands of Tattoo Designs - Created by top tattoo artists and illustrators

 

 

Download Tattoo Designs for every Lifestyle

 

 

 

Het gaat niet geheel onopgemerkt

Derealisatie
30 Sep '04 -

Op de vierde dag nam hij tot zich: een royaal belegd ciabatta broodje met warme pastrami en romige piccalilly, welke na drie happen zonder waarschuwing onder zijn ogen veranderde in een zeemleren lap vol wriemelende maden. Sedertdien laat hij de pastrami met rust. Gedurende de nacht is zijn gemoedstoestand onbekommerd te noemen, zo niet vrolijk. Overdag neerslachtig, hellend naar het suicïdale. Omringd door de levende doden, met hardplastic wangen en priemende jukbeenderen. Almaar voortschrijdend, kwistig strooiend met nutteloze feitjes en elkander de loef afstekend met glimmende dozen en knipperende lampjes, gedoemd te sterven na het verlopen van de bijbehorende garantieperiode. Spiegels mijdt hij, uit voorzorg. Hij weet immers wat hij aan zal treffen. Kleurloze ogen waarachter de schaduwen zich permanent gevestigd lijken te hebben. Een schilferige huid, gelige teint en een haardos zonder glans. Hardop lachen zonder aanwijsbare humor, aan iedere grote teen een weerbarstige kalknagel, ingegroeid tot op het bot en louter met een betonschaar te verwijderen. Hoe schizofreen de nachten zich aan hem openbaren. Dan, .. ja dan toont zijn openstaande muil tanden als slagersmessen, startklaar om dwars door boterzachte maagwanden heen te knagen totdat de lever er met de hoektand uit gepulkt kan worden. Elegante vingers die zich maniakaal verkrampen tot klauwen. Hij draaft tussen de bomen door, naakt en kermend als een gewond dier, graaft onduidelijke kuilen, deponeert onbeschaamd zijn excrementen om zich er daarna in te wentelen. Het door zijn haar te smeren. Het in zijn neusgaten te proppen. Het van zijn handpalmen te likken.

Dat de reisföhn in combinatie met de 5-delige vijlenset voordelig aangeboden wordt bij de Lidl scheelt dan weer enigszins.

link to this.. | 11:37 | dreadloki | 62 hadden wat

 

 

Leuning zonder houvast
28 Sep '04 -

'Zozo, dus jij gaat het helemaal maken in de reclamewereld, niet?'
'Jawel, meneer De Santi. Jazeker wel.'
De jongeman knikte driftig, om zijn voornemens kracht bij te zetten. De oudere, goedgeklede man met sigaar - waar geen einde aan leek te komen - nam de jongeman eens goed op. Nam nog eens een haal van de sigaar, en vervolgde zijn kruisverhoor.
'Vertel eens, en waarom dan wel? Werken in dit wereldje staat gelijk aan een alsmaar voortdurende loopgravenoorlog, en hier, nu, voor mij, zie ik slechts een bleekneusje zitten met nul komma nul gevechtservaring.'
'Omdat, ... omdat .. omdat ik mijzelf ergens in kan vast bijten! Om het daarna niet meer los te laten!'
Zijn helderblauwe ogen lichtten even fel op terwijl hij dit zegt. Herkenbaar, verdomde herkenbaar, .. en eventjes voelt de oudere man iets kriebelen in zijn mondhoek. Een paar seconden, en dan pas beseft hij dat het een beginnend glimlachje is, uit sympathie voor de jongen. Want de gretigheid van de jongen doet hem aan zichzelf denken, achtendertig jaar terug. Ja, hij mocht de jongen nu al. En hij had het besluit al genomen, hij zou het hem vertellen.

'Luister knul, ik maak geen grapje. Dit is een guerillastrijd die nooit ophoudt, ook niet als je slaapt. We gaan over lijken, en misbruiken die zodra we de kans ervoor krijgen. Elk-bruikbaar-onderdeel ervan! En dat ie-de-re dag! Maar de kneep zit hem juist in het loslaten, niet het vastbijten. Ik zal je een voorbeeld geven. 'Hé, let je wel op, linkmiechel! Druk die peuk uit en luister!'
Haastig drukte de jongeman zijn sigaret uit, en concentreerde zich op de snel bewegende lippen van de man, pal onder de borstelige, grijze snor.
'Een aantal jaren terug namen we een nieuwe recruut aan, een designer, ietsjes ouder dan jij nu bent, en die jongen was gehaaid. De beste die ik ooit onder m'n hoede gehad heb, zonder twijfel. En juist het niet kunnen loslaten, dat nekte hem uiteindelijk. Eeuwig zonde.

Maxim Davelaar was een kei in zijn vak, dat zonder meer, maar tegelijkertijd werd zijn beroepsdeformatie ook zijn ondergang. Je moet weten dat Maxim's kracht lag in zijn verbetenheid, zijn 'drive' om zijn project hoe dan ook te laten slagen. De opdrachtgevers waardeerden dit enorm, en wij natuurlijk ook. Want ja, de centjes rolden binnen en onze naam kreeg hierdoor een stevig fundament. Zodanig, dat andere bureau's het meermaals moesten afleggen. Nu was Maxim een tijdje vrijgezel en taalde hij schijnbaar niet meer naar vrouwelijk gezelschap. Zijn vorige relatie was stukgelopen, en hij vertelde wel eens op een openhartige gelegenheid dat hij haar af en toe tegenkwam. Smalend schamperde hij dan dat ze het fysiek had van een vrouw die iets te vaak de lokale banketbakker frequenteerde. Hij was nogal verbitterd, had ik het idee. Niet dat dat mij iets kon schelen, want zijn werk deed hij naar behoren. Meer dan dat zelfs.

Achteraf begreep ik pas dat hij op een gegeven moment etiketten begon te verzamelen, om zich in te leven in de gedachtengang van de designers die verantwoordelijk waren voor de reguliere producten. In zijn beleving waren dat waarschijnlijk de designers die 'het' gemaakt hadden, want hun producten lagen in de schappen van elk warenhuis ter wereld. En dus begon hij met het verzamelen van etiketten van bierflesjes. Eerst Neerland's trots, Heineken, daarna Grolsch, vervolgens Dommelsch, maar daar stopte het niet bij. Hij haalde zoveel mogelijk merken in huis. Amstel, Bavaria, Brand, Alfa, Columbus, Hoorns, Leeuw, Natte, Paasij, Plzen, Struis, IJbock, IJndejaars, IJwit en Zatte. Week in week uit, en uiteraard zoop hij het allemaal op. Avond na avond. Om dat gevoel te krijgen, zeg maar. Vervolgens begon hij aan de Belgische bieren, zoals: Akila, Belle Vue (elk beschikbaar goor mierzoet smaakje), Blanche de Namur, Bokkereyer, Bosbier, Brugse blond (en Tripel), Contra Pils, Duvel, Flandrien, Hapkin, Leffe (allemaal!), Louwages, Maredsous, Opsale en ga zo maar door.  En een paar weken daarna elk uitheems biertje dat hij kon vinden in de supermarkt. Zelfs Zuid-Afrikaans bier. Hij oogde wat vaker vermoeid, maar dat had - dacht ik toen - waarschijnlijk te maken met de door hemzelf opgelegde werkdruk. Niets was dus minder waar.

Ik heb geen idee of hij dat ultieme gevoel nog kreeg, maar ik weet wel dat hij zich daarna op andere etiketten begon te richten. Allereerst de zuivelproducten, dus volle melk, halfvolle melk, magere melk, karnemelk, volle yoghurt, magere yoghurt, vruchtenyoghurt, en vla. De laatste in elke mogelijke smaak natuurlijk. Daarna de toetjes, elke denkbare variant. Vervolgens alle botersoorten, dus ook kruidenboter, cacaoboter, knoflookboter, roomboter, zelfs de yakboter kwam aan bod. Natuurlijk stopte hij niet bij de zuivelproducten, nee, zo obsessief was hij wel inmiddels. Alle etenswaren zoals aardappels, ongeschild, voorgebakken, rond, plat, het maakte hem allemaal niet uit. Al het fruit uit blik, broodbeleg, groenteconserven, biologisch vreten, al het snoepgoed. Als er maar een wikkel omheen zat vrat hij het op. Ook tandpasta's, shampoos, gel en andere verzorgingsproducten moest hij hebben. Al zijn geld - en dat was veel - ging op aan zijn nieuwe hobby. Ik kan mij alleen maar proberen voor te stellen hoe de kassajuffies zich verbaasden over de enorme hoeveelheden die hij dagelijks in een volgepropt karretje bij hen kwam afrekenen. Menig piepdoos zou - ook zonder hulp van de kassa - zonder moeite berekenen dat de bedragen die hij uitgaf voor zijn 'dagelijkse boodschappen' op een modaal maandsalaris uitkwam. Om vervolgens de schouders op te halen en het VOLGENDE KLANT- bordje te verschuiven.

Maxim zag ik toen al niet meer. Hij had zich niet eens ziek gemeld, maar riep enthousiast door de telefoon 'dat hij het design-principe van de dagelijkse producten he-le-maal doorhad.' Hij had wat tijd nodig om het allemaal in kaart te brengen, en dat kon hij het beste in de rustgevende omgeving van zijn penthouse. Ik vond het prima. Maxim had zoveel voorwerk verricht voor ons, dat de klanten blind vaarden op onze visie. We hadden hem eigenlijk niet meer nodig. Maandenlang gingen de zaken voorspoedig, en ik was de notie eigenlijk kwijt dat er ooit een designer op ons bureau rondwandelde waar de klanten vol lof over waren, er niet meer was. En waarom ook? Het was zijn leven, hij mocht het toch invullen naar zijn believen? Het salaris waarvoor wij hem ooit aangenomen hadden werd nog wel netjes elke maand gestort, en het was dit summiere detail dat mij aan zijn bestaan herinnerde. Hoe was het met Maxim?

Navraag leerde mij dat het vier maanden geleden was dat ik hem voor het laatst gesproken had. Amper anderhalve week na ons laatste contact bleek dat hij volledig vervreemd was geraakt. Hij deed niks anders dan al zijn boodschappen opeten, danwel opdrinken. Voorts ging hij slapen en de volgende dag begon hij weer opnieuw. Totdat zijn lichaam het op een nacht niet meer trok. Hij werd s'nachts gewekt door een vreselijke buikkramp, zwalkte naar zijn designerbadkamer en kotste zijn designerplee compleet onder. Het schijnt dat de bloederige brokken tot in de stortbak terug te vinden waren. Zelf typeerde hij het 'alsof ik mijn anus door mijn strot naar buiten had geperst.' Nader onderzoek in het ziekenhuis wees uit dat hij gediagnoseerd was met elke beschikbare vorm van kanker. De combinatie van de vele verschillende soorten voedsel en het excessieve drankgebruik hadden langzaam aan al zijn reserves opgebruikt, zodanig dat er gaandeweg op zijn organen werd ingeteerd. Bepaalde organen hadden het allang opgegeven, en een transplantatie van diverse bleek een vereiste om te kunnen overleven. En wachtlijsten, die bestaan nu eenmaal.

Hij maakte van zijn nood een deugd, en begon met het verzamelen van etiketten van medicijnen. Zo had hij al etiketten van medicijnen voor het aansterken van zijn hoornvlies aangezien zijn zicht behoorlijk aangetast was, medicijnen om het tandvlees te verstevigen zodat zijn gebit er niet stante pede uitviel, medicijnen om het kalkgehalte van zijn botten op peil te houden, medicijnen om zijn geïnfecteerde urinewegen schoon te houden, medicijnen om zijn maagwand te versterken, sinds zelfs vloeibaar voedsel te inspannend was om binnen te houden, een infuus met alle mogelijke vitamine-oplossingen, medicijnen om te voorkomen dat zijn huidweefsel losliet - wat het allang deed, ondanks de medicamenten - en pilletjes om zijn hartslag te regulieren(acht maal daags). Maxim was wel gestoord, maar niet helemaal malende. Hij huurde iemand in om een aantal dingen te noteren, waaronder het opstellen van een testament, waarin hij het restant van zijn bezittingen naliet aan een oud besje in het noorden van het land, een oudtante naar ik meen. Verder regelde hij dat een deel van zijn eerdere werkzaamheden gedocumenteerd werd, ten behoeve van de nieuwkomers bij ons bedrijf. Behoorlijk fideel vond ik dat van hem, overigens. Of ik nog bij hem langs geweest ben? Nou nee, mijn werkschema liet dat niet toe. Wel heb ik mijn secretaresse opdracht gegeven hem een mooie bos bloemen mèt getekend kaartje en een doos chocolaatjes te bezorgen. Vrijwel direct, toen ik het hoorde.

Enfin, een week later stopte zijn lichaam er definitief mee. Ze hebben hem nog vergeefs geprobeerd te reanimeren, zelfs mond-op-mond beademing, maar de sappen stroomden onophoudelijk uit zijn lichaam. Doktoren zeiden achteraf dat het vocht vanwege de druk bijna uit zijn keel omhoog spoot. Het zal allerminst prettig geroken hebben. Nauwelijks een paar dagen later zijn we op zijn begrafenis geweest en het was, ... eh .. nogal treurig. Geen familieleden, helemaal niemand. Slechts mijn persoontje, een paar stafleden en een tweetal eerdere opdrachtgevers. Wel zag de kist waarin hij lag - gemodelleerd naar een eigengemaakt design op zijn verzoek - er netjes uit. Eeuwig zonde.
'Maarja, zo gaat het leven niet? Wil je nog wat drinken jongen? Je ziet er nogal pips uit. En vertel eens, wat heb je voor ons in petto? Dit bureau kan je namelijk onsterfelijk maken, mits je er helemaal voor gaat, snap je? Hahaha. En waar zijn mijn lucifers, potjandorie?'

link to this.. | 09:21 | dreadloki | 45 hadden wat

 

 

Ilona met het knokig knietje
23 Sep '04 -

Regen.
Het landschap trekt aan mij voorbij als een druilerige hallucinatie. Ik haat dit weer. Altijd al gedaan. De auto stopt eventjes, en ik zie een vergeeld reclamebord langs de kant van de weg liggen. Een vrolijk lachend meisje zit op de schouders van een jongeman en probeert een kunstmatig uitziend ijsje in één van zijn neusgaten te proppen. De jongeman lacht hardop en laat het toe. Nergens geen ijscotent te bekennen op deze lege vlakte. Het meisje heeft blond, kortgeknipt haar. De jongeman donker, sluik én halflang. Ik wed dat het lachen hen snel zou vergaan als ze allebei mijn plaats op de achterbank van deze stationcar zouden innemen. De auto begint weer te rijden.

'Sigaretje, Eddie?'

Ik knik en neem de slechte gewoonte zwijgend in ontvangst. De bijrijder probeert zijn Zippo met zijn vingers aan te knippen. Het lukt hem, na zes pogingen. Ik rook en staar weer uit het raam. De bijrijder kijkt nog even naar mij, en draait zich dan om. De bestuurder kijkt mij even aan via zijn achteruitkijkspiegel, en concentreert zich weer op de weg. Eens in de zoveel minuten herhaalt hij dit ritueel. De bijrijder reikt naar de aan-knop van de radio, maar ziet er onmiddellijk vanaf na een boze blik van de bestuurder. De bijrijder draait zich weer om naar mij en vraagt : 'Zeg Eddie, leg eens uit. Waarom deed je dat nou? Was het nou echt nodig om zijn zoon overhoop te schieten? Dat grietje zou hem binnen afzienbare tijd toch verveeld hebben, je weet toch hoe hij is? Was?'
Ik blijf uit het raam kijken, naar de getrokken streep op de weg, neem ongeïnteresseerd een trekje van het restje peuk, maar probeer inderdaad te bedenken waarom ik het 'deed'. Ja, waarom eigenlijk? Het meisje Ilona was best aardig om te zien, niet overdreven knap, had een redelijk figuur, ietwat scheve tanden en een knokig knietje. Desondanks had ze hem weten te paaien op een wijze die hij nog niet eerder had meegemaakt met een meisje. Daarna leek het alsof hij door een onderliggende stroming werd meegetrokken.

Welgeteld zes dagen lang kon hij genieten van haar gezelschap, totdat Piet junior - de zoon van - zich ermee ging bemoeien. En waar Eddie normaliter een stapje opzij deed en zich gedeisd hield, ondernam hij ditmaal exact het tegenovergestelde. Piet junior eigende zich wel vaker liefjes van de medewerkers toe - in het verleden zelfs twee keer eerder van Eddie - om hun na een korte tijd weer te dumpen. Het probleem was dat Piet junior nogal gewelddadig en pervers van aard was en dus niet schroomde de dames er flink van langs te geven. Brandende lucifers en klerenhangers waren zijn favoriete speeltjes, en aldus verdwenen de dames na afloop vaak uit beeld. Voorgoed. Eddie nam een laatste trek van zijn sigaret en vroeg zich af waarom hij het deze keer niet los had kunnen laten. De nare implicaties van deze daad waren inmiddels namelijk onontkoombaar. De twee modderige spades achterin de kofferbak van de stationwagen bewezen dat. Hij had deze spades vaak genoeg zelf ter hand genomen, samen met bijrijder Wilco. Goeie ouwe Wilco. Hij hoefde zijn gezicht niet te zien om te weten dat deze er mistroostig uitzag. Terwijl hij het raampje naar beneden draaide en de peuk wegschoot bedacht hij dat hij zich misschien in had moeten houden, maar dat was op dat moment gewoonweg geen optie. In plaats daarvan deed hij een stap naar voren, zodat hij tussen Ilona en Piet junior stond. Piet jr. haalde meteen uit, waardoor Eddie achterover viel, tegen het kabinet vol drank aan. Een aangebroken fles V.S.O.P. - Piet jr. had de hafvolle bel nog in zijn andere hand - viel om en liep gestaag leeg over Eddie's hoofd. Zijn anders zo weelderige kuif zakte tot over zijn ogen en Piet jr. lachte bulderend. Om daarna met een dwaze grijns Ilona en haar redelijke figuur op te nemen.

Eddie handelde naar zijn vlammende emoties, en graaide het zwaar kaliber wapen uit het kabinet. Voorzorgsmaatregeltje van Piet jr. himself. Verscheidene medewerkers zagen Eddie wel opstaan met het wapen in z'n hand, maar geen van hen verwachtte verdere acties aangezien Eddie een levenslange band had met Piet senior. En Eddie wist wel beter dan het bestaan van zijn beste kompaan's zoon uit te gummen. Toch? Eddie legde aan, drukte af en een klein gaatje - als de afdruk van een zwarte Edding - vormde zich op de rechterwang van Piet jr. De achterkant van zijn hoofd implodeerde, en explodeerde vrijwel gelijktijdig en een regen van bloed, haren en onduidelijk weefsel besproeide een verbaasde lijfwacht achter hem. Piet sr. schoot Ilona de volgende dag zelf door het hoofd. Dat was gisteren.

Blijkbaar zijn we gearriveerd, want we staan al een paar minuten stil. Wilco gebiedt me uit te stappen. Hij kijkt me niet aan terwijl hij dit doet. Het graf moet ik zelf delven. Logisch. De drassige grond werkt niet mee, maar anderhalf uur later heb ik een redelijk gat van ongeveer twee bij anderhalf, vier meter diep. Ik klim vermoeid uit het gat. Wilco komt terug van de auto met iets op zijn schouder aanzeulen en werpt het moeizaam in het gat. Een zware, natte plof later herken ik het knokig knietje van Ilona. De bestuurder - ik geloof dat hij Fulco heet - loopt op me af en biedt me een sigaret aan. 'Wilco & Fulco, een mooi stelletje gaan jullie voortaan vormen jongens.' Ik giechel hardop. Een beetje waanzinnig misschien. Ik vorm met mijn handen een beschermend kommetje om de brandende lucifer heen die Fulco voor me aangestoken heeft. Het regent nog steeds onafgebroken. 'Net zoals, .. kom, hoe heten ze ook alweer? Ohja! Spic & Spa ...' Het vuurwerk ontploft luid in mijn hoofd.

link to this.. | 09:47 | dreadloki | 53 hadden wat

 

 

Koffers
21 Sep '04 -
ik streel jouw huid
en onderdruk
onwillekeurig
een siddering
koud als koolzuursneeuw

liefkozen
zoals voorheen
gaat niet meer
je lijkt
op een gebruikt theezakje

ik kus je handen
zuig op je vingers
maar je nagels laten los
en ik spuug ze
vol walging uit

met mijn vingers
woel ik liefdevol
door jouw fluweelzachte haren
maar het leeft en krioelt
gelijk onverzadigde maden

behoedzaam
masseer ik
jouw voetzolen
en zonder protest
scheurt de huid

ik wil verdrinken
in jouw magnifieke
groene ogen maar
de holle omrandingen
tonen slechts een zwarte leegte

zachtjes huil ik
om het grenzeloze verlangen
dat jij mij simpelweg misgunt
wordt het niet eens hoog tijd
dat je oprot naar je moeder

link to this.. | 09:41 | dreadloki | dertien hadden wat

 

 

Column!
17 Sep '04 -

Ik ben altijd al van mening geweest dat ....

ALLEMAAL AAN HET GAS!

(einde column)

link to this.. | 10:45 | dreadloki | 84 hadden wat

 

 

En passant
15 Sep '04 -

Robert Reymen is één van mijn beste vrienden. Alhoewel ik altijd vergeefs naar bevestiging gezocht heb, ben ik van mening dat dat gevoel wederzijds is. Was. Ik ken hem namelijk al vanaf de lagere school. Tot zonsondergang voetballen op het pleintje, appels jatten, autobanden leksteken, ruiten ingooien; enfin, u kent dat wel. Kattekwaad. Tuurlijk, ook wij hebben - zoals menig pestjoch - elkaar wel eens een lel verkocht. En ook wij hebben in onze bronstige jaren meermaals geruzied over vriendinnetjes. Meestal was ik dan degene die aan het langste eind trok. Althans, het meisje in kwestie deed dat uiteindelijk dan (ha-ha). Nee, het zat hem niet mee, voor wat betreft het vrouwelijke schoon van de wereld. Niettemin wisten we het naderhand altijd op te lossen door ons als bloedbroeders compleet van de wereld te zuipen. Misschien had ik even tot tien moeten tellen. En haar niet aan hem moeten voorstellen.
Maarja, da's allemaal achteraf gelul.

Zoals dat wel vaker gaat verwaterde het contact tussen ons in ijl tempo vanaf het moment dat onze studietijd aanbrak, ofschoon de mijne slechts een half jaartje duurde. Destijds besloot ik mijn carrièreladder tegen een ander raam aan te zetten. En wel tegen dat ene plekje waar de vrouwen in groten getale langsfladderden. De disco. Geweldige tijd was dat. Madonna, die er toen tenminste nog ongecompliceerd geil uitzag, had een sublieme rage in werking gezet.
Stappen in je luxueuze ondergoed. Als ik niet elke avond achter de toog stond te tappen vertelde ik continue schuine bakken vóór diezelfde toog en in de nachtelijke uren copuleerde ik mijzelf een spierverzuring in de hamstrings. Dat AIDS-geneuzel is volledig aan me voorbijgegaan. Eigenlijk logisch, want ik heb nooit aan dat coke-snuif-gedoe meegedaan en ik rook niet. En ook niet onbelangrijk; ik ben geen homo. Nee, .. fitness. Dàt was mijn hobby. En neuken natuurlijk. Hoewel dat misschien meer mijn werk was. Vooral Tanja, die kon er wat van. Ik weet nog precies hoe ze zichzelf positioneerde in die geïmproviseerde schommel die ik midden in de kamer had opgehangen en dat ik dan begon te roeren in die supersized pot vaseline met m'n kloppende .... maar ik dwaal af.
 
En inderdaad, zoals dat wel vaker gaat, stond Robert opeens voor mijn tapkast. Uit het niets. Met die droevige glimlach rond z'n lippen. Startklaar om zich kapot te zuipen. Ohja, en Geert-Jan was er ook. Ik denk dat dat op een vrijdag was, want de avond daarvoor had ik Daphne te lang aan mijn leuter laten knagen. De godvergeten vellen hingen eraan. Ik kon geeneens met fatsoen gaan zitten. Evengoed besloot ik de volgende dag gewoon te gaan werken, maar om het knellen tegen te gaan nam ik de fiets. Nu was ik redelijk op de hoogte van Robert's toenmalige bezigheden, zoals eigenlijk de rest van het ganse land. Robert deelde namelijk het nest met een beroemde tv-persoonlijkheid.

Niet eens iets bijzonders, een simpel rolletje in een soapserie, maar genoeg om eenieder te informeren wie Robert Reymen was. Niettemin frappant dat uitgerekend zij viel voor een simpele budget-coördinator. Dientengevolge had hij zijn faam te danken aan zijn nieuwe vriendin, de bloedmooie Marieke Donselaer. Ik kende Marieke toevallig al een tijdje, maar aan neuken deed ze niet. Tenminste, niet met mij. Zelfs niet toen hier ze af en toe laveloos aan de bar hing - verreweg tè dronken om ook maar enigszins met haar hossende vriendinnen mee te kunnen giechelen. En nee, ook toen liet ze ondubbelzinnig merken dat ze mij he-le-maal niks vond. Hah, en dan te bedenken dat ik een keertje speciaal voor haar komst mijn zijden lila overhemd aangetrokken had. Drie knoopjes los en alle dames glibberden van hun kruk bij het aanschouwen van mijn granieten borstspieren. Als ik voorover boog konden ze zelfs een glimp opvangen van mijn strak getrainde six-pack. Nouja. En Robert? Krap twee maanden eerder belandde hij puur toevallig voor mijn toog, en Marieke, die toen deel uitmaakte van hetzelfde theatergezelschap waar Robert werkzaam voor was, - het ging haar duidelijk voor de wind, men begon haar zelfs serieus te nemen - had hem meegevraagd. Ze noemde dit schijnbaar "een aardige tent met een windbuil van een barkeeper, maar er wordt vaak leuke muziek gedraaid". Kun je wel voorstellen dat hij nogal verrast was, mij hier te zien. Hij groette me hartelijk, we wisselden belangstellend enkele nieuwtjes uit, maar al snel werd zijn aandacht verlegd naar Prinses Marieke. Die mijn persoon overigens straal negeerde. En het klikte onmiddellijk. God mag weten waarom, maar dat deed het. Alsof je een zware kasteeldeur in het slot hoorde vallen. Misselijk werd ik van die onverholen geilheid, dat zachte giechelfluistertje van haar en dat sneue gehakkel van hem. Geeft niks.

Ik gunde hem het neukpleziertje wel. Naderhand begreep ik pas hoever ik er naast zat. Die twee hadden elkaar helemaal gevonden! Nog geen maand later trok hij bij haar in, en twee weken daarna gaf hij zijn armzalige flat op. Ik vertelde hem nog - 'Doe dat nou niet rukker! Dat soort dozen dumpen je zodra ze een betere vis aan de haak slaan, of nog erger, zodra ze een positieverbetering in het vooruitzicht hebben.' En haar ster was duidelijk rijzende. Ik herinner mij nog goed dat ik haar op een gegeven moment in drie verschillende commercials zag voorbijkomen met haar giebelhoofdje. Tijdens de Europacup, notabene! Mijn maatjes joelden geestdriftig als haar lippen weer in beeld kwamen, iedere keer weer. Zoals ik al zei, dat gaf allemaal niks. Ik gunde het hem van harte.

En wat blijkt? Die carrière-teef heeft hem inderdaad de deur uitgeschopt. Drie dagen terug. Ze hokt nu met een gladjanus die bij voorkeur zijden lila overhemden draagt (dat is mijn gimmick, godverdegodver!) en een strak getraind six-packje bezit. Doet schijnbaar iets met after-shave reclames. Over het hoe en waarom kreeg ik slechts iets te horen over het gemis van de "juiste emotionele solutie" tussen hun beiden. Meer kreeg ik niet uit hem. En in plaats van dat die lulhannes mij om hulp vraagt, trekt hij in bij een "vriend" van hem. Een of andere riooljournalist die hij tijdens de theaterproducties had leren kennen. Ik had die Geert-Jan Vleuters al eens eerder ontmoet, en ik vond het een kwijl. Toen hij mij de hand schudde kon hij het fatsoen niet opbrengen om me aan te kijken. Vervolgens wendde hij zich weer tot Robert en begon hem uit te horen over zijn stukgelopen relatie. De bladen moeten vol, nietwaar? En Robert - tegenwoordig te herkennen aan een meer dan somber voorkomen en bloeddoorlopen ogen - beantwoordde gedwee al zijn vragen. En ik stond perplex. Dat 'Rob' niet inzag dat die vent op hem zat te parasiteren. Zijn zielepijn aan een blaadjesvuller blootgaf die zijn ganzenveer dagelijks in de stront doopte. Dat dat addergebroed dan vond dat het allemaal wel meeviel, want hè, vrouwen zat maar dan wel terloops vroeg of ze voorkeur had voor een bepaalde kleur string op de doordeweekse dagen en dat Robert dan weer begon te huilen en hij hem troostte met de gedachte dat hij zich geen zorgen hoefde te maken aangezien hij een goede baan had met mooie perspectieven en tuurlijk, hij zou het wel even lastig hebben in het begin maar mettertijd zou het hem niet meer deren dat Marieke tien uur per dag zou doorbrengen in hetzelfde theater en daarbij werd de laatste voorstelling eind volgend jaar pas gegeven en dat zou hem mooi de gelegenheid bieden om het geheel weer een plaatsje te geven in zijn hart waardoor Robert nog harder moest huilen. Het was hartverscheurend, maar ik haatte Robert ook om zijn onvermogen zich sterk te houden in een publieke gelegenheid. Het was dan wel ver na sluitingstijd, en wij waren de laatste drie sufferds in deze kuttent, maar dat gaf niet. Het ging om het idee dat er wèl andere mensen naast stonden. Die dan schaamteloos mijn beste vriend uitlachten. En dan moest ik ze terechtwijzen omdat ze geen gêne kenden door mijn vriend zo ontzettend voor lul te zetten. Ik nam Geert-Jan even goed op. Misschien dat ik dat de afgelopen drie uur al aan het doen was, want ik meende angst te bespeuren in zijn ogen. Maar goed ook. Om mijzelf ietsjes te ontspannen stelde ik mij voor hoe de dierlijke versie van Geert-Jan eruit zou zien. Eerst een rat, toen een giraf, daarna een nijlpaard. Van de laatste in dat rijtje moest ik onbedaarlijk lachen. Geert-Jan keek me even ongemakkelijk aan, en lachte toen geforceerd mee. Robert keek verdoofd voor zich uit in één van zijn korte pauzes.

Zestien gin-tonic en een hoop slap gezeik later stonden we buiten. Ik had niet netjes afgesloten, maar dat interesseerde mij op dat moment niet meer. Morgen misschien. Robert had onafgebroken zitten huilen vanaf gin-tonic nummer vier en hij had een vriend nodig. Een goede. Ik had erop aangedrongen vooral te wachten op mij, vandaar dat ik het schoonmaken van de tent een beetje afraffelde. Die slijmbal Geert-Jan dacht dat ik het niet doorhad, maar ìk zag hem wel degelijk met een taperecorder klooien. Terwijl ik het slot van m'n fiets losmaak, begaat hij de fout Robert in te fluisteren vooral mee naar huis te komen en een geinige film op te zetten. Dat was mijn plan. Hij kijkt Robert aan, probeert tot hem door te dringen maar Robert had weer een korte pauze ingelast en staarde glazig naar een lantaarnpaal. Geert-Jan ziet het zwaaiende slot niet aankomen en met een doffe "kluf" landt het metalen uiteinde op zijn jukbeen. De ketting rammelt even. Hij is te verbaasd om te reageren en kijkt slechts verwonderd hoe het slot een korte cirkel beschrijft, eerst van hem af en daarna tegen zijn kaak. Zijn hoofd maakt een korte knik naar rechts, zijn onderkaak zwabbert heen en weer alsof de boutjes losgelaten hebben. De zijkanten van zijn lippen scheuren open, zodat zijn gezicht er uitziet als een verbouwereerde tandartpatiënt die het gevoel heeft dat hij bestolen is. Een enorm bloedend stervormig gat onder één van zijn oogkassen gaapt me onwetend aan. Enkele ondertanden vallen uit zijn openstaande mond als goedkope confetti. Getroffen door het besef van de eerste pijnlijke klap zakt hij door zijn knieën en valt achterover. Alhoewel zijn mond openstaat gilt hij niet. Robert staat nog steeds verdoofd naar de lantaarnpaal te kijken. Ik merk dat Geert-Jan nog beweegt. Ik zwaai wederom mijn fietsslot omhoog en laat hem uit alle macht op zijn gezicht neerkomen.

"kluf",... "kluf",... (hij beweegt nog steeds) "kluf",... "kluf"

Bij de derde klap op zijn kin splijt zijn schedel open en gunt mij daarmee een fascinerend inzicht in man's hoofd. Zijn tong lijkt op een onmachtig visje dat spartelend in de knalrode modder vecht voor zijn leven. Robert heeft inmiddels door wat er aan de hand is en begint zachtjes te grienen. Ik negeer hem en leun over het organisme heen dat ooit Geert-Jan heette. Het is duidelijk verzwakt. Moeilijk te geloven dat dit ooit een mens was. Het leek meer op een pop van stro waarvan het hoofd niet goed opgevuld was. In het midden van de bloederige pulp drijft een tand. Haast onhoorbaar fluister ik dat dit nog lang geen reden is om te huilen. Ik zwaai het slot weer boven m'n hoofd.

Ik stop even met schrijven, want het luchtuurtje is zojuist aangebroken. Tijd om aan m'n sixpack te werken. Misschien dat die nieuwe gevangene er ook is. Hij keek me daarstraks niet aan tijdens het kennismaken. En misschien komt Robert eindelijk eens langs. Lekkere vriend hoor. Hij is nog niet één keer langsgeweest. Maar dat geeft niks.

link to this.. | 10:36 | dreadloki | elf hadden wat

 

 

Sabbatical
08 Sep '04 -
Harm Boelsma.
Ergens in de veertig.
Grijzend aan de slapen.
Waanzinnig vermogend.
Invloedrijke familie.
En alweer twee jaar vermist. In deze gore stinkjungle.

Mijn voeten ademen opgelucht, nu ze voor het moment verlost zijn van die doorweekte stappers. Zes dagen ploeteren door de moerassen. Loodzwaar. De luchtvochtigheid deert mij niet meer, desondanks probeer ik ze droog te vegen met een t-shirt dat ook al doornat blijkt te zijn. Ik controleer de zool van mijn linkervoet en zie drie vage witte puntjes wriemelen tussen de wapperende vellen en het vuil.
Stom. Ik had die speciale sokken van de oude dame gewoon moeten kopen. Dat was drie dagen geleden, maar ik had extra peuken nodig. Het één of het ander, het is niet anders. Ik vis een nieuw pakje uit m'n kletsnatte rugtas en verwijder het cellofaantje.

'Een toilet! Oh, mijn koninkrijk voor een normaal toilet! Een retirade! Een secreet! Laat het dan alstublieft een urinoir zijn. Een pissoir! Als het maar tegels heeft. En een droge handdoek! Of zo'n herriedoos aan de wand! En geurende zeepjes!'
Ik kijk even opzij naar Casper die luid tegen een boom staat te declameren en probeer een snugger antwoord te bedenken. Ik weet niks te verzinnen, dus in plaats daarvan steek ik een sigaret aan met een droge lucifer. Tijdens het inhaleren merk ik dat mijn keel aanvoelt als een ijzervijl. Geconcentreerd begin ik de brandende sigarettenpunt beurtelings op de drie witte puntjes te drukken. Klote bloedzuigers.
'Kennen jullie die .. uh, .. standaard urinoirs bij de lokale tankstations? Vast wel.' Casper heeft zich inmiddels omgedraaid en worstelt met de sluiting van zijn kaki survivalbroek. Het shirt dat hij draagt oogt grijs van kleur, alhoewel ik zeker weet dat het nog geen week geleden hagelwit was. De print op de voorkant ervan is onduidelijk geworden door het overmatige zweten, maar ook zonder mijn bril kan ik nog steeds zien dat de zwarte drukletters bij elkaar de tekst DE PERFECTE VROUW? moet voorstellen. Ik knik ongeïnspireerd.

'Nou, in die eh, .. nouja, pisbakken dus, hadden ze vaak van die kettinkjes geplaatst - waarom begrijp ik nog steeds niet. Maar ik piste dus altijd op dat kettinkje, dat vond ik te gek! Snap je?'
Wriemelend wit puntje nummer twee smeult ondertussen en kiest de makkelijkste uitweg. Uit de buurt van dat brandende puntje en uit mijn voet. Vijf centimeter in mijn beleving is lang, maar gelukkig kronkelt het ding maar een paar seconden op de drassige grond. Daarbij voel ik er niks van. Hij des te meer. Ik draai m'n hoofd in de richting van Matthijs, onze andere huurling. Die kijkt gespannen naar de handpalm van zijn rechterhand, alsof hij deze voor het eerst in zijn leven ziet. Matthijs is niet zo'n prater. Casper wel. Als een oude polaroid zie ik weer de tekst 1.50 M EN GEEN TANDEN op de achterzijde van zijn shirt staan. 'Maar met die vliegjes die ze tegenwoordig in het midden van de pot plakken, daar kan ik niks mee. Begrijp je? Te weinig, ehm .. feedback!' Hij kijkt een beetje treurig terwijl hij dit zegt.

'Eh, .. gelukkig regent het al een paar dagen niet meer, niet?' Hij kijkt versuft langs mij heen terwijl ik hem dit halfzachte antwoord presenteer. Een natte haarlok plakt over zijn rechteroog heen, maar het lijkt hem niet te hinderen. Zonder iets te zeggen draait hij zich bruusk om en begint lukraak allerlei spullen uit zijn rugtas te pakken. Dat ik niet meer weet hoeveel dagen het geleden was dat onze zoektocht bemoeilijkt werd door de zware regenval maakt me onzeker. Ik herpak mijzelf weer, neem een haal van mijn sigaret en druk hem weer in mijn voetzool. Ik krijg ze wel.

Via via heb ik vernomen dat wij alweer zoektocht nummer vier zijn. Onbenullige benaming, eigenlijk. Klinkt teveel als puzzeltocht. In die stoere films noemen ze dat altijd een searchparty. Dat dekt de lading toch beter, vermoed ik. Het schijnt dus dat meneer Boelsma opeens de kolder in zijn kop kreeg. Middenin een budgetbespreking. Nog geen twee minuten later was hij al spoorloos verdwenen. Dat doet mij op zich niks. Wel dat we zoektocht nummer vier zijn. En al helemaal omdat de voorgaande huurlingen inmiddels net zo onvindbaar zijn. Geen levenstekens, geen bericht, niks. Ik heb eerder mensen teruggevonden - weliswaar op regionaal niveau. Maar huurlingen die tijdens het zoeken zoek raken, dat doet me wel wat. Heel veel zelfs. Matthijs en Casper waren mij toegewezen door de familie. Geen idee hoeveel ervaring zij hebben met dit soort gevallen, maar ook dat interesseert me niets. Het schamel vindersloontje past slechts in mijn portefeuille en de jungle is groot. Dat bewijst meneer Boelsma tot nu toe. Meneer Boelsma die het topje van zijn pink door een onfortuinlijk ongelukje mist. Nagekomen detail. Casper heeft zijn uitgestalde spulletjes achtergelaten en is weer het bos ingetrokken. Vermoedelijk op zoek naar een kettinkje om tegenaan te pissen. Matthijs staart nog altijd naar zijn handpalm. Puntje nummer drie kronkelt nog wat na. Tussen de boomtoppen door zie ik de schemering opkomen.

Te laat bemerk ik de vele blote voeten rondom mij heen. Waarom hoorde ik geen passen? Of krakende twijgen? Het antwoord ligt besloten in de eeuwenoude Indiaanse gezichten die mij verveeld aankijken vanachter puntige speren. Matthijs ligt plat op zijn buik, een speerpunt in zijn nek. Hun naakte lichamen zijn versierd met authentieke, sierlijke tatoeages. Ik krijg de kans niet om mijn talenknobbel aan te wenden. Een stomp voorwerp raakt mij hard op het achterhoofd. Zwart.

Mijn hoofd lijkt gevuld met prikkeldraad. Ik lig niet op mijn rug, maar hang nogal onprettig ergens aan met pijnlijk gestrekte armen. Horizontaal, want ik zie boomtoppen. Mijn polsen zijn samengebonden met een touw dat rondom een boom gespannen is. Het loopt verder langs een soort primitieve katrol. Tien Indianen aan de andere kant ervan houden het touw strakgespannen. Aan mijn voeteneinde hetzelfde verhaal. Touw, boom, katrol, tien Indianen. 'U bent net op tijd. Ik was al benieuwd wanneer de volgende expeditie aan zou komen.' De stem komt van rechts, een paar meter verderop. Een man - blank en spiernaakt - zit aan een houten tafel met smaak rauw, bloedend vlees rechtstreeks van een stuk bot te eten. Achteloos kauwt hij herhaaldelijk op iets dat op een wit elastiek lijkt. Het ziet er taai uit. Ik draai mijn hoofd naar de andere kant en zie Casper hangen in een soortgelijke positie. Hij heeft een prop in zijn mond - het zou zijn eigen shirt kunnen zijn want zijn bovenlichaam is ontbloot - en zijn ogen lijken te gillen. De Indianen aan weerszijden beginnen te trekken, ofschoon hun spieren zich niet lijken in te spannen. Ze leunen simpelweg achterover. Casper probeert gelijk de blik in zijn ogen te gillen, maar komt niet verder dan 'MMmMMMMMMMmmmMMM!' Een Indiaan komt naderbij en blijft staan bij de ontblote torso van Casper - iets in zijn hand schittert eventjes. Het lichaam van de kettingpisser strekt zich onmenselijk ver uiteen. De stand van zijn armen verraadt dat ze al uit de kom geschoten zijn. Zijn ogen heeft hij dichtgeknepen. Ik draai mijn hoofd weer terug. De blanke man eet nog steeds als een gourmand. Onder het zwakke schijnsel van de maan zie ik nu pas dat de Indiaan aan dezelfde tafel naast hem verwoed staat te hakken in een berg vlees. De blanke man lijkt te knikken. Ik hoor het 'MMmmMMMMMMMMM!' van Casper weer aanzwellen en draai mij nogmaals om in zijn richting. Met een snelle handbeweging ritst de Indiaan zijn buik open en in een rode explosie scheurt zijn middenrif open waardoor delen van zijn ingewanden naar buiten puilen, als een half opgeblazen ballonnetje tussen je vingers als je erin knijpt. Een seconde later scheurt Casper bijna doormidden, slechts bijeen gehouden door zijn ruggegraat die wit afsteekt tegen zijn bruinverbrande huid. De Indiaan scheidt onmiddellijk de romp van zijn heupen, wederom met een snelle haal van het scherpe voorwerp in zijn hand. Ik realiseer mij nu pas dat Matthijs nergens te bekennen is en dat de blanke man bijzonder netjes at. Met zijn gehavende pink omhoog.
link to this.. | 10:59 | dreadloki | 55 hadden wat