 |
|
Deerniswekkend
|
29 Nov '04 -
|
 |
stuitend
dweept hij
bij gebrek aan
de juiste hoeveelheid
zelfspot
ongegeneerd
met het onvermogen tot relativeren
alsof het allemaal niks kost
een veelvoud aan
armzalige pogingen
tot het
bedeesd zoeken
van toenadering
waar de treurnis
ontzagwekkend en onophoudbaar
vanaf spat
waar mogelijk
fingeert hij
ongeveinsd belangstelling
ofschoon de blik
zich continue
steels verlegt
naar de stevigheid
van haar dijen
voorbij het einde
der dagen
zal hij dromen
van astrante handelingen
welke hij nimmer
in dit mensenleven
tot uitvoering
zal brengen |
 |
|
|
|
Revelatie
|
18 Nov '04 -
|
 |
Ik acht mijzelf doorgaans een beminnelijk persoon.
Althans, mits ik de kracht op kan brengen mijn favoriete fles ethanol
te laten rusten in zijn spinde. Is zulks niet het geval, dan wil de
razernij wel eens de overhand nemen. Mijn vriend van vroeger ligt hier
nu voor mij, roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer
ingeslagen. Vanaf hier gezien ziet het er akelig uit. Vanaf de andere
kant van de kamer trouwens ook. Ik ken hem uit vroegere tijden, toen
wij de buurt dikwijls onveilig maakten. Hoe vaak ik dan niet
verwonderlijk keek naar die pigmentvlek, vlak boven zijn
rechterwenkbrauw. Het had namelijk de vorm van een doornappel, ook al
heb ik zo'n soort appel nog nooit in levende lijve gezien. De klank
ervan rolt gewoon prettig tussen tong en verhemelte, vandaar
waarschijnlijk mijn veronderstelling. Het schijnt dat men danig in de
war kan raken door het nuttigen van zo'n doornappel. Dat geloof ik
onvoorwaardelijk. Ik zeg "had", want op de plaats van diezelfde
pigmentvlek gaapt nu een enorm gat. Bloed stroomt er inmiddels niet
meer uit, waardoor het roze, gerimpelde vlees eronder goed zichtbaar
is. Hij beging de fout vreemd te gaan met mijn vriendin - een
achtergelaten sok bracht mij op het juiste spoor. Ook al bezwoer mijn
vriendin dat dit niet het geval was. Mijn vriendin noemde mij een
slechte vriend.
Ik acht mijzelf doorgaans een beminnelijk persoon. Althans, mits ik de
kracht op kan brengen mijn favoriete fles ethanol te laten rusten in
zijn spinde. Mijn vriend van vroeger ligt hier nu voor mij,
roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer ingeslagen. Vanaf hier
gezien ziet het er akelig uit. Vanaf de andere kant van de kamer
trouwens ook. Ik ken hem uit vroegere tijden, toen wij de buurt
dikwijls onveilig maakten. Hoe vaak ik dan niet verwonderlijk keek naar
die pigmentvlek, vlak boven zijn rechterwenkbrauw. Het had namelijk de
vorm van een doornappel, ook al heb ik zo'n soort appel nog nooit in
levende lijve gezien. De klank ervan rolt gewoon prettig tussen tong en
verhemelte, vandaar waarschijnlijk mijn veronderstelling. Het schijnt
dat men danig in de war kan raken door het nuttigen van zo'n
doornappel. Ik zeg "had", want op de
plaats van diezelfde pigmentvlek gaapt nu een enorm gat. Bloed stroomt
er inmiddels niet meer uit, waardoor het roze, gerimpelde vlees eronder
goed zichtbaar is. Hij beging de fout vreemd te gaan met mijn vriendin
- een achtergelaten sok bracht mij op het juiste spoor. Ook al bezwoer
mijn vriendin dat dit niet het geval was. Mijn vriendin noemde mij een slechte
vriend.
Ik acht mijzelf doorgaans een beminnelijk persoon. Althans, mits ik de
kracht op kan brengen mijn favoriete fles ethanol te laten rusten in
zijn spinde. Mijn vriend van vroeger ligt hier nu voor mij,
roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer ingeslagen. Vanaf hier
gezien ziet het er akelig uit. Ik ken hem uit vroegere tijden, toen wij de buurt
dikwijls onveilig maakten. Hoe vaak ik dan niet verwonderlijk keek naar
die pigmentvlek, vlak boven zijn rechterwenkbrauw. Het had namelijk de
vorm van een doornappel, ook al heb ik zo'n soort appel nog nooit in
levende lijve gezien. De klank ervan rolt gewoon prettig tussen tong en
verhemelte, vandaar waarschijnlijk mijn veronderstelling. Ik zeg "had", want op de
plaats van diezelfde pigmentvlek gaapt nu een enorm gat. Hij beging de fout vreemd te gaan met mijn vriendin
- een achtergelaten sok bracht mij op het juiste spoor. Ook al bezwoer
mijn vriendin dat dit niet het geval was. Mijn vriendin noemde mij een slechte
vriend.
Ik acht mijzelf doorgaans een beminnelijk persoon. Althans, mits ik de
kracht op kan brengen mijn favoriete fles ethanol te laten rusten in
zijn spinde. Mijn vriend van vroeger ligt hier nu voor mij,
roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer ingeslagen. Vanaf hier
gezien ziet het er akelig uit. Hoe vaak ik dan niet verwonderlijk keek naar
die pigmentvlek, vlak boven zijn rechterwenkbrauw. Het had namelijk de
vorm van een doornappel, ook al heb ik zo'n soort appel nog nooit in
levende lijve gezien. Ik zeg "had", want op de
plaats van diezelfde pigmentvlek gaapt nu een enorm gat. Hij beging de fout vreemd te gaan met mijn vriendin
- een achtergelaten sok bracht mij op het juiste spoor. Ook al bezwoer
mijn vriendin dat dit niet het geval was. Mijn vriendin noemde mij een slechte
vriend.
Ik acht mijzelf doorgaans een beminnelijk persoon. Althans, mits ik de
kracht op kan brengen mijn favoriete fles ethanol te laten rusten in
zijn spinde. Mijn vriend van vroeger ligt hier nu voor mij,
roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer ingeslagen. Hoe vaak ik dan niet verwonderlijk keek naar
die pigmentvlek, vlak boven zijn rechterwenkbrauw. Het had namelijk de
vorm van een doornappel, ook al heb ik zo'n soort appel nog nooit in
levende lijve gezien. Hij beging de fout vreemd te gaan met mijn vriendin
- een achtergelaten sok bracht mij op het juiste spoor. Ook al bezwoer
mijn vriendin dat dit niet het geval was. Mijn vriendin noemde mij een slechte
vriend.
Ik acht mijzelf doorgaans een beminnelijk persoon. Althans, mits ik de
kracht op kan brengen mijn favoriete fles ethanol te laten rusten in
zijn spinde. Mijn vriend van vroeger ligt hier nu voor mij,
roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer ingeslagen. Hij beging de fout vreemd te gaan met mijn vriendin
- een achtergelaten sok bracht mij op het juiste spoor. Ook al bezwoer
mijn vriendin dat dit niet het geval was. Mijn vriendin noemde mij een slechte
vriend.
Ik acht mijzelf doorgaans een beminnelijk persoon. Mijn vriend van vroeger ligt hier nu voor mij,
roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer ingeslagen. Hij beging de fout vreemd te gaan met mijn vriendin
- een achtergelaten sok bracht mij op het juiste spoor. Ook al bezwoer
mijn vriendin dat dit niet het geval was. Mijn vriendin noemde mij een slechte
vriend.
Mijn vriend van vroeger ligt hier nu voor mij,
roerloos. Ik heb zijn schedel met een haardijzer ingeslagen. Mijn vriendin noemde mij een slechte
vriend.
Ik moet nodig minderen met drinken.
|
 |
|
|
|
Bunsenbrander
|
15 Nov '04 -
|
 |
Ik schrik wakker, til m'n hoofd moeizaam omhoog en
kijk recht in het gezicht van een norse barkeeper. Ik boer luidop en de
barman deinst achteruit. Logisch, want de lucht ervan doet sterk denken
aan een pas geopend graf. Ik druk beide handpalmen in m'n ogen en wrijf
heftig heen en weer, net zolang tot ik aangename, witte, aan- en
uitfloepende sterretjes zie dansen voor mijn ogen, ook lang nadat ik
ben gestopt met wrijven. De barkeeper is inmiddels hoofdschuddend
weggelopen. Ook al lijkt de tent vol, voor mijn gevoel is deze
voornamelijk gevuld met mensen van bordkarton.
Iemand tikt me aan. Ik draai mijn hoofd langzaam naar links en een knap
uitziend meisje brabbelt onverstaanbare dingen tegen me. Ik knijp m'n
ogen tot spleetjes, probeer te ontcijferen wat ze zegt, maar kom niet
verder dan de conclusie dat ze uit Kazakhstan moet komen. Of iets
dergelijks. Alhoewel ze geïnteresseerd in me lijkt kan ik nauwelijks
veinzen dat ik gevleid ben. Daarbij, mijn rechterbeen voelt warm aan.
Bijna heet. En nat. Ik draai mijn hoofd naar rechts en zie een jongeman
naast me staan. Hij glimlacht vriendelijk naar me en pist ondertussen
tegen m'n been. De barman is teruggekeerd en zet een drankje voor me
neer, ook al heb ik niks besteld. Het ziet er groen uit, maar dat kan
ook te maken hebben met de feestelijke verlichting. Ik leg mijn
ellebogen op de bar, kruis mijn armen en ga met mijn hoofd erop liggen.
Met een beetje geluk word ik vanzelf thuis wakker.
|
 |
|
|
|
Garantie
|
09 Nov '04 -
|
 |
Links. Drie Duitse elite-troepenleden. Zwart
lederen uniformen, de rode band rondom hun armen met het
swastika-embleem steekt fel af. De Mauser's losjes aan de schouder.
Rechts, een anti-tankwapen, leunend op een rotsblok. Twee Duitsers op
een metertje afstand daarvan. Ik hurk achter het skelet van een
uitgebrande voertuig en wacht op het juiste moment. 'Ja Günther,
I tzold yu zo, Heini won'tz peey up thoze zigarettez he promized yu.'
Eén van de Duitsers, rechterzijde, kwebbelt wat tegen z'n maatje.
'Arschloch.'
'Haha, ja, genau.' Ik kies voor de stengun.
Ik sta op, maak een omtrekkende beweging naar rechts, achterlangs en
steek binnendoor via een bouwval dat in het verleden ooit als woning
fungeerde. De twee mannen merken niks op. Roken onverstoorbaar verder.
In looppas, zonder aarzeling, ga ik recht op hen af. Ik herlaad de
stengun - gewoon, voor de zekerheid - en leg aan tijdens het lopen. Een
reeks zachte plopjes en enkele luchtgaatjes vormen zich spontaan in hun
verbaasde gezichten. Bloed spettert op. De twee mannen zijn al dood
voordat ze de grond raken. Geluid maken ze niet. De loop van de stengun
gloeit even hevig, koelt daarna sissend af. Ik herlaad nogmaals. Eén
van de Duitsers aan de andere kant lacht onverstaanbaar. Ik leg het
anti-tankwapen op m'n schouder, manoeuvreer hem zodanig dat ik ze allen
in mijn vizier heb en druk af. Een luid "FOOMPF" weerklinkt. Het
projectiel landt precies tussen hen in en een enorme vuurbal blaast ze
alledrie een verschillende richting uit. Bloederige brokken vlees
vliegen door de lucht en ploffen op de grond. Ik neem de stengun weer
ter hand - herlaad hem weer, gewoon, voor de zekerheid - en zet een
paar stappen noordwaarts. Ik sta even stil en druk op een sneltoets.
Daarna één keer dubbelklikken en ik krijg de vraag:
'Overwrite current save KILLKILLKILL?'
Ik klik op 'Yes' en wacht tot de indicator klaar is. Ik besluit niet te
wachten tot de meter vol is, maar sta op en loop richting de keuken. Ik
heb dorst en er staat nog een kwart litertje cola in de koelkast. Terug
in m'n studeerkamer merk ik dat er iets niet klopt. Ik neem een slokje,
kijk de kamer even rond, hopende op een antwoord. 'Hé, wat is het
eigenlijk donker?'
Mijn monitor staat uit. En omdat ik de lampen in de kamer meestal demp
of helemaal uitzet is mijn voornaamste bron van licht diezelfde
monitor. Ik ben even verward, probeer te bedenken of ik hem niet per
ongeluk uitgezet heb toen ik de kamer verliet, maar kom tot de
conclusie dat daar geen logica in schuilt. 'Waarom zou ik zoiets doen?'
Dan begint het te dagen. 'Oh nee hè.'
Geen brandlucht, ook niet als ik met m'n neus boven het apparaat hang.
Niet opgeblazen dus. Ik druk op de aan-knop. Niks. Nog eens. Weer niks.
Ik druk een aantal keren achter mekaar. Nog steeds niks. 'Godver! Dit
kan niet waar zijn!' Ik zet het glas cola neer en geef een ram met de
vlakke hand tegen de zijkant. Druk nog een aantal keren verwoed op de
aan-knop. Niks. 'Dit ding is godverdomme nog geen jaar oud!' Ik schud
de monitor een paar keer heen en weer. Het voetje piept, als protest.
Met een diepe zucht plof ik neer in m'n bureaustoel, spreid mijn
vingers langs m'n gezicht en vloek hartgrondig. 'Dit KAN toch niet waar
zijn!?' roep ik vertwijfeld uit. Ik druk mijn handen tegen m'n slapen
en masseer ze. Zo blijf ik - voor mijn gevoel - een minuut of vijf
zitten. En dan gebeurt het.
Een wit puntje vormt zich plots in het midden van het scherm. Ik kijk
op, mijn steeds groter wordende ogen als enige niet bedekt door mijn
handen. Het puntje groeit. Mijn handen zakken langzaam naar mijn
schoot. Mijn ogen en mijn mond lijken mee te groeien met de punt. Net
zolang tot beiden niet verder open kunnen. Het scherm is stilaan
volledig wit geworden, in plaats van het slecht spiegelende zwart. Het
beeldscherm is nu al dertig seconden lang wit. Ik staar gehypnotiseerd
naar
het scherm en zie duidelijk dat het lampje van de aan-knop niet brandt.
En dan, zonder waarschuwing, zie ik mijzelf verschijnen. Mijn beeltenis
kijkt ongeïnteresseerd naar me terug, vanuit de monitor. Ik knipper
even met m'n ogen, geloof dit niet. De "ik" die zich in de monitor
bevindt draagt andere kleding, dus het is geen spiegelbeeld. Daarbij is
mijn gezichtsuitdrukking er één van verbazing, die van de andere "ik"
nieuwsgierigheid. Ik schud mijn hoofd in ontkenning en fluister dat dit
niet kan. Simpelweg niet kan. En toch zie ik het. Glashelder.
Dat ben ik, aan de andere kant. Maar "ik" lijk me nergens wat van aan
te trekken, in ieder geval niet dat hij mij rechtstreeks aankijkt. Dus
dan weet hij niet dat ik hier zit, vol verbazing naar hem te kijken.
"Ik" buigt zich voorover om iets te doen. Ik merk dat ik de
leuning van mijn stoel krampachtig vasthoud. Zweet druppelt van mijn
voorhoofd, via mijn neus op mijn schoot. Ik probeer iets te zeggen,
maar kom niet verder dan wat gehakkel. Het pakje sigaretten naast mijn
monitor lonkt. Ik knijp mijn ogen stijf dicht en probeer een hand vrij
te krijgen. Ik moet een sigaret hebben. Ik open mijn ogen weer. De
andere "ik" kijkt weer op, omgeven door een fijne witte mist, spert
zijn ogen open en begint te gillen. 'RAAAAAAARGH!' klinkt het uit de
speakers. De huid van zijn gezicht (mijn gezicht) zwelt op,
blaasjes vormen zich razendsnel rondom de mond, ogen en voorhoofd. Op
diverse plekken scheurt zijn huid, bloed begint te stromen, steeds
sneller en sommige blaasjes beginnen zwart uit te slaan.
'HIIIJAAAAAAAAAAAAH!'
'SODEJU!'
Adrenaline stroomt als een emmer water onder een openstaande kraan mijn
lichaam in en ik werp mijzelf onbedoeld achterover. Met stoel en al
val ik op de grond, maar verlies het scherm geen moment uit het oog. De
andere "ik" gilt steeds harder en tot mijn afgrijzen begint zijn
gezicht in slowmotion te smelten. Op de plekken waar de scheuren eerst
ontstonden stroomt behalve bloed ook andere kleuren vocht. Een oog, het
linker, knapt en het vrijgekomen vocht druipt uit de oogkas, over de
wang tot het mee lijkt te glijden met het ingezakte wangvlees. Haren
smelten weg, lijkt te verschroeien. Uit de openstaande mond en neus
stroomt inmiddels ook bloed. Gek van angst zie ik dit allemaal
gebeuren, geloof het domweg niet. En nu lijkt het wèl alsof hij
weet dat ik hem zie. Hij gebaart wild, probeert me iets duidelijk te
maken. Uit de speakers hoor ik niks anders dan gerochel. Zijn
rechteroog spert zich wijdopen, explodeert dan geluidloos. Rook
kringelt uit één van de vele scheuren. Ik zie heel duidelijk
vlammetjes. Zijn (mijn?) gezicht staat in brand. Rond de
jukbeenderen glinstert iets wits. Bot, denk ik vol walging. En dan is
het zomaar afgelopen. De monitor springt op zwart, floept weer aan en
in het midden van het scherm staat de tekst:
'SAVE SUCCESFUL!'
Ik hijg enkele minuten oncontroleerbaar, maar voor mijn gevoel lig ik
daar al uren. Mijn shirt is doorweekt en koud zweet prikt in mijn nek.
Zachtjes fluister ik gedurende die tijd dat dit niet kan. Dat dit niet
kan. Dat dit niet kan. Die nacht slaap ik nauwelijks.
De brug over het water, voor het station is één van mijn favoriete
plekjes. Ik zit op de brugleuning, een vanille-milkshake in mijn ene
hand, een brandende sigaret in de andere. Drommen mensen haasten zich
naar huis. Stadsbussen draaien vervaarlijk de toegangsweg op. Een
meisje, prachtig lange blonde haren en strakzittende jeans paradeert
voorbij. Ze glimlacht niet, hoewel ik dat wel doe. In plaats daarvan
loopt ze stuurs voorbij met driftige passen, haar blik strak voor zich
uit. Ik kijk haar na, taxeer haar kont en bedenk me dat ze misschien
een slechte dag heeft. Dat kan. Heb ik ook wel eens. Ik had mij
verslapen deze ochtend. Snel de deur uitgelopen zonder te douchen.
Zoiets achtervolgt je toch ongewild de rest van de dag. Net zoals je
lijfgeur. Die gedachte houd ik vast totdat ik een Nederlandse vlaggetje
op de zijkant van haar tas opmerk. De milkshake smaakt me niet meer. Ik
stap van de brug af en loop het station in. De meute perst zich
onophoudbaar door de ingang naar binnen. Ik heb afgesproken met een
goede vriend. Aan het voorval met de monitor heb ik niet meer gedacht.
Ook heb ik het aan niemand verteld. Ze mochten nog eens denken.
Het station ruikt zoals altijd naar oude urine. Ik passeer een drietal
agenten die een junk vaderlijk toespreken. De junk bezweert dat hij
niet meer zal terugkomen vandaag. Een luidruchtige mengeling van
stemmen vult de ruimte. Luidsprekers aan het plafond manen reizigers op
te schieten. Buiten begint het te schemeren. Ik loop naar de loketten
en wacht geduldig bij nummer vier. Hier had ik om half zes afgesproken.
Die vriend is net als ik gèk van spelletjes. We gaan dan ook via het
internet spelen, bij hem thuis. Hij beschikt over een snelle
verbinding. Zo'n tweehonderd meter lopen naar het oosten van het
station, rechtsaf en dan langs de kade, daar woont hij. 'Heehee gabber,
hoe is het?' Hij tikt me joviaal op m'n schouder. 'Goed man, goed.
Zullen we?' Ik kijk bedenkelijk naar zijn haar. Het is blond, bijna
wit. Het geeft een raar contrast met zijn donkere stoppels.
Zijn huis is een zooitje. Een beetje opruimen zat er niet in voor hem
vandaag. Vuile kleren liggen lukraak verspreid door de kamer.
Pizzadozen met half verorberde inhoud vormen een pad naar het centrum.
Zijn Bureau. Een walhalla voor elke diehard-gamer. Ruime
bureaustoel, verstelbaar, monsterlijk bureaublad, grote monitor,
webcam, koptelefoon, joystick, gamepad, een stuurtje - niet bevestigd -
en zelfs een tekentableau ligt er.
'Ga zitten man. Wil je wat drinken?'
'Ja, eh, doe mij maar een, eh, colaatje?'
'Komt voor mekaar.'
Hij verdwijnt in zijn keuken. Ik steek een sigaret op. Enkele minuten
later zitten we achter zijn pc, de verbinding met PlanetDoom draait al.
'Dit is echt te gek man.' verzekert hij mij terwijl hij een glas Pepsi aanreikt. 'Echt een vet spel.'
'Goed man. Ik heb er zin in.'
Ik kijk nog eens opzij, naar zijn geblondeerde haren. Ik grinnik eventjes. Hij lijkt het niet op te merken.
'Oké dan, we hebben connectie. Ga jij maar eerst.'
Een paar uur later zitten we er helemaal in. Het gaat niet slecht. Ik
heb moeite met de snelheid van het spel en de tegenstanders zijn
gehaaid. Maar de lol overheerst. Ik word voor de zoveelste keer aan
gort gereten.
'Hahaha, goed man! Ik, eh, haal nog wat drinken, wil je ook wat?'
'Ja, da's goed man. Doe maar wat koffie, ik kan het wel gebruiken inmiddels.'
Ik vis een nieuwe sigaret uit mijn pakje en zoek mijn aansteker. Waar is dat ding?
'Hee man, hoe vind je mijn kapsel eigenlijk? Je hebt er nog niks over gezegd.'
Ik hoor hem rommelen in de keukenkastjes.
'Uhm, staat best oké.'
'Echt?'
'Ja man. Het, eh, maakt je volwassener.'
'Haha, jij bent echt goed man. Nouja, ik vond het wel geinig. Om iets nieuws te proberen, snap je?'
Kopjes rinkelen opzichtig.
'Ik snap hem. Maar het staat je echt goed man.'
'Haha, jaja, nog even.'
Ik zie de aansteker nog steeds nergens.
'Helse klus man, met dat rare goedje. Blij dat het zonder problemen ging.'
'Ja? Wat, eh, heb je dan gebruikt?'
'Waterstofperoxide, zoals ze dat vroeger deden. Gekke tijden waren dat.'
'Ja precies man.'
Hij komt binnenlopen, bekijkt de stand van zaken op het beeldscherm.
'Wil je nog, eh, suiker ofzo?'
'Ja graag. Heb je ook melk?'
Een magnetron piept.
'Vast wel. Wacht even.'
Hij keert terug naar de keuken, rommelt weer in de kastjes.
'Poeder?'
"Prima.'
Ik zie de aansteker nergens liggen, maar tussen de monitor en het toetsenbord in ligt een doosje lucifers. Mooi zo.
Hij komt terug de kamer in, met in zijn handen twee dampende mokken,
een pak suiker onder zijn oksel geklemd en een kommetje melkpoeder,
balancerend op de twee mokken. Te zeer in beslag genomen door zijn
circusnummertje glijdt hij uit over een pizzadoos en laat vervolgens de
kom melkpoeder, de twee bekers en het pak suiker glippen.
'Tering!'
Ik strijk net een lucifer af als de koffie in mijn nek en op mijn rug
belandt. De kom kiepert zijn inhoud over mijn hoofd. Fijn, bijna
nevelig poeder dwarrelt over mijn gezicht, richting mijn schoot. De
korrels vatten vlam door de brandende lucifer, ontploffen in mijn
gezicht. Ik kijk verbijsterd op, voel hoe mijn gezicht in de
lichterlaaie staat. Het lampje van de webcam op de monitor knippert.
Het besef dringt nu pas tot me door en ik gil. 'RAAAAAAARGH!' De huid
van mijn gezicht zwelt op, blaasjes vormen zich razendsnel rondom mijn
mond, ogen en
voorhoofd. Op diverse plekken scheurt de huid, bloed begint te
stromen, steeds sneller en sommige blaasjes beginnen zwart uit te
slaan. 'HIIIJAAAAAAAAAAAAH!' Mijn ogen branden alsof er zoutzuur in
gegoten is, mijn haar knispert. Ik zwaai met mijn armen en probeer
mijzelf te waarschuwen, maar ik kom niet verder dan wat loos gerochel.
Het licht aan één kant floept uit. |
 |
|
|
|
Aghgaagaaaah .. !
|
04 Nov '04 -
|
 |
Typisch Koreaanse delicatesse: een levende inktvis verorberen.
Cocktailprikkers niet vereist.
|
 |
|
|
|
Cuervo 1800 Reserva Antigua Añejo
|
01 Nov '04 -
|
 |
De deur piepte nauwelijks tijdens het openen, maar
de verschijning van de vreemdeling wekte voldoende belangstelling op
bij alle aanwezigen in het morsige café om zich even los te maken van
hun huidige bezigheden. Vrouwen, veelal van lichte zeden, mompelden
goedkeurend en mannen in het halfduister gromden kortstondig boven
halfvolle (of -lege, zo u wilt) bierglazen. De vreemdeling liet zijn
ogen de zaak rondgaan, zijn mond een onverbiddelijke streep in een
gebeiteld gezicht. Ze bleven rusten bij een dame aan de rechterzijde
van de tap. De dame keek haast spottend terug, maar sloeg haar ogen
niet neer. Secondenlang bleven ze elkaar aankijken, terwijl het
aanwezige publiek gespannen wachtte op de uitkomst van dit schimmenspel.
De jongedame gaf zich als eerste gewonnen. Haar blik viel tijdelijk op
een vergeten sigarettenpeuk op de grond; ze stak haar rechterbeen een
stukje naar voren waardoor de binnenkant van haar albasten huid zich
aan hem openbaarde. De zoom van haar rok vouwde elegant dubbel tijdens
deze handeling. Haar lange, gitzwarte lokken tilde ze met één hand
uit haar gezicht, zodat haar nek bloot kwam te liggen. Ze keek weer
naar hem op - een meer dan aandachtige toeschouwer had de fonkeling in
haar ogen kunnen opmerken. Een glimlach tekende zich af rond haar volle
lippen. De vreemdeling, blond & blauwe ogen met toebehorende
vierkante kin en lichte stoppels, vatte dit op als zijn cue en stapte
vastberaden op haar af. Na deze onderbreking zwol het geroezemoes van
de aanwezigen ondertussen weer aan tot het gebruikelijke niveau. Zelfs
de muzak leek weer geruisloos langs de lambrizering te glijden.
Gespannen keek ze toe hoe de man, op het oog compleet in al zijn
facetten, haar naderde. Ze wenkte de barman, liet de vreemdeling geen
moment los met haar blik en stak twee vingers op. Zuchtend draaide deze
zich om, nam een volle fles tequila van één van de schappen en twee
borrelglaasjes van een andere en zette alle vergaarde attributen tussen
de dame en de vreemdeling in. De laatste arriveerde nèt aan de tap
voordat ze beide glaasjes behendig had voorzien van een meer dan
kwistig bodempje vocht.
'Zo Lars, hoe gaat het met je tegenwoordig?'
De vreemdeling antwoordde niet meteen, maar zette eerst één van de
borrelglaasjes aan zijn lippen en goot de Cuervo 1800 Reserva Antigua
Añejo naar binnen. Eventjes vernauwde zijn blik, ten teken dat het
scherpe vocht zijn werk naar behoren deed. Vervolgens nam hij het
andere glas en dronk deze ook in één teug leeg. Hij griste de fles van
de bar en schonk beide glazen nog eens vol. Hij bood haar er één aan en
hief zwijgend de zijne, als een alomvattende toost.
'Maria, je bent nog altijd geschapen van een buitenaardse schoonheid. Ik mis de
zachtheid van je huid en de bedwelming van jouw geur.' Zijn raspende
stem verried geen spoortje emotie. Hij nam haar nog eens goed op, van
top tot teen, bleef even rusten op het punt waar haar dijbeen overging op de
binnenkant van haar heup dat helaas door de franje van haar rok aan het
zicht onttrokken werd en sloeg zijn derde tequila achterover.
'Vertel me eens, ben je bezet?'
Maria sloeg haar ogen neer en antwoordde dat zij dat niet was. 'Ik ben van mijzelf Lars, dat weet je toch wel inmiddels?'
Lars bromde goedkeurend en pakte de fles nog eens op.
'Maria!'
Het geroezemoes verstomde prompt weer en nekken draaiden zich krakend omhoog naar de oorsprong van de luide stem.
'Maria!', klonk het nogmaals. 'Wie is die knakker!' De spreker wekte
vooralsnog geen moment de indruk dat deze daadwerkelijk interesse
toonde in de 'knakker', getuige de onderliggende toon in zijn stem. Via de trap die
naar het kantoor boven het café leidde, daalde een man naar beneden af,
gevolgd door twee mannen. Ogenschijnlijk bodyguards. De ogen van de
spreker zelf spuwden vuur. Zijn dunne snor leek zich beurtelings uit te
zetten, waarschijnlijk veroorzaakt door het constante trillen van zijn
neusvleugels. Vettig, achterover gekamd krullend haar wipte ritmisch op
en neer tijdens het afdalen. Krullerige stiksels sierden de revers van
zijn zwarte designjasje. De mannen die hem volgden - de één klein en
mager met het gezicht van een rat op zoek naar voedsel en de ander,
minstens twee meter lang en evenzo breed met een bierbuik die nog net
niet tot zijn knieën reikte en een constante vragende uitdrukking op
zijn gezicht - maanden een aantal bezoekers opzij te gaan.
'Ik vroeg je wat hoer!' De man, inmiddels bij het stel aangekomen,
sprak Maria woedend aan. Hij negeerde de vreemdeling volkomen. Deze
keek even opzij naar de bodyguards, merkte het pistool in de broekband
van de grote dikzak op en zette een nieuw, vol glas aan zijn lippen.
'Fabio, schatje. Dit is slechts een oude vriend van mij. Lars. Lars,
dit is Fabio.' De kleur van Maria's gezicht deed denken aan geitenkaas.
Lars knikte, kort. Fabio keek naar hem om en gebaarde met een korte
knik van zijn hoofd naar de kleine bodyguard. Deze pakte het pistool
uit de broekband van zijn collega en richtte hem op de vreemdeling.
'Fabio, dit .. eh, .. dit is toch nergens voor nodig? Hij kwam slechts
op, ...eh, bezoek.' Terwijl ze dit zegt heeft Maria haar hand op Fabio's
arm gelegd. Nijdig weert hij haar af en geeft haar met de vlakke hand
een klap in het gezicht. Maria, geschrokken door zijn uitbarsting valt
achterover en weet zich nog net vast te houden aan de tap. Haar wang
gloeit nog na.
'Je weet best hoe het zit Maria, zoals eigenlijk iedereen hier. Maar
deze vent waarschijnlijk niet. En daar gaan we wat aan doen. Kom hier.'
'Nee Fabio, wacht ....' stamelde ze.
"Ik zei: Kom hier verdomme!'
Met een klein sprongetje vooruit grijpt hij een handvol haar en trekt
haar op de knieën. Met zijn andere hand ritst hij zijn gulp open en
haalt zijn halfslappe lid tevoorschijn. De rest van de bezoekers kijken
in ontzetting toe. Lars knippert even, schenkt zichzelf opnieuw een
borrel in. Naast hem staat de kleine rat met het pistool op zijn slaap
gericht. Hij grijnst zijn tanden bloot, waardoor hij nog meer op het
gedroomde knaagdier lijkt. Fabio heeft Maria inmiddels gedwongen zijn
halfstijve
piemel in haar mond te nemen. 'Kom op jij slet, zuigen! Zuigen,
hoerekut!' Vol walging masseert ze mechanisch zijn schacht met haar
rechterhand en begint ze haar hoofd van voren naar achteren te bewegen.
Fabio's zwellichamen doen hun werk, zijn penis groeit gestaag terwijl
haar prachtige, volrode lippen over de eikel heen en weer schuiven.
'Aaah, ja .... dat is 'em. Zuigen, kreng! Aaaahh, ... ja, aaaaah! Zo
ja, ... aaaah, harder trekken, ...ja, .... aaaah, dat is beter.'
De kleine rat, met het pistool nog altijd op Lars gericht bevochtigd
even zijn lippen. Met zijn vrije hand knijpt hij onwillekeurig in de
voorkant van zijn pantalon. Zijn ogen laten het tafereel niet los. De
toekijkende cafébezoekers zijn meerendeels geschokt, maar volgen het
schouwspel nauwgezet. Niemand haalt het in zijn hoofd om een afkeurende
opmerking te maken.
'Aaaaaah, ..... aaaah, harder hoer... Ha ...ugnnnnn ...... ja, ... met je tong ja .... aaaaaaah ... sneller ..... aaaah ...'
De kleine rat knijpt steeds harder in de bobbel van zijn broek, zijn
tong hangt inmiddels ongegeneerd buiten zijn mond. Lars, met een nieuwe
borrel in zijn hand heeft ongezien een peuk in zijn mondhoek weten te
krijgen.
'Ah ah ah ah, .... aaaaaaaaah! Oww, .... tè lekker! Ga, ... gaaa ....
ahaaaahh doooooor! Harder, vieze .... aaaaah ..... vieze slet! ...
Aaaaah!'
Fabio lijkt het niet meer te kunnen houden. Maria kreunt zachtjes en
voert het ritme op. Lars tikt de rat even aan, vraagt hem om een
vuurtje. De rat lijkt zich niet meer te kunnen beheersen, steekt
zijn hand in zijn broek om allerlei onduidelijke handelingen uit te
voeren. De vuistslag die hem velt ziet hij evenwel niet aankomen.
Het pistool klikt en Fabio ontwaakt uit zijn trance. Zijn geslacht
plopt nattig uit Maria's mond en onthutst kijkt hij in de loop van het
wapen. De haan staat gespannen. Lars ziet er aangeschoten uit. Sommige
dames slaken kreetjes, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Fabio staat
daar, tegen de bar met een stijve - die inmiddels in rap tempo aan het
inzakken is - zijn ogen zo groot als schoteltjes.
'Ik ben een beetje aangeschoten, dus niemand die zich beweegt. Plotselinge bewegingen
maken me nerveus, momenteel.' Lars zwaait een beetje op zijn benen als
hij dit roept. Iemand uit het publiek vraagt of hij het wil herhalen.
'Allemaal kop dicht en niet bewegen!'
'Hee hee, luister man, dit, eh, .... dit hoef je niet te doen, man.'
Fabio waagt een poging om zijn broek op te trekken, maar een
polsbeweging van Lars weerhoudt hem hiervan. 'Ik, eh, weet het goed
gemaakt. Man. Ik, eh, ik zal je, eh, ... ik geef je geld! Wat denk je
daarvan? Ik heb geld! Echt waar! Boven! Pablo, ga jij ...'
Lars schudt zijn hoofd. Pablo, de dikzak, verroert zich niet. Lars
knijpt één oog dicht, kijkt met het andere langs de loop naar Fabio.
'Nee nee wacht man! Luister, ik .. ik, eh, .... Maria! Je wilt Maria,
niet!!? Neem haar, eh, neem haar mee! Ik geef je geld, .. of .. of ... je mag haar
meenemen! Luister man, .... alsjeblieft! Ik, ... ik, eh, ... het spijt
me! Neem haar mee! Of anders, ... anders ga ik wel! Jajaja, .... dan,
eh, ga ik wel! Je mag alles hebben! Alsjeblieft man! Ik smèè-héék je!'
Fabio probeert nog eens zijn broek op te trekken, maar ziet daar na een
snelle blik op de rooddoorlopen ogen van Lars weer snel vanaf. Zijn lid
is inmiddels gekrompen tot het minimale, lijkt zich te willen
terugtrekken in zijn onderbuik.
Maria staat ondertussen naast Lars. Lars kijkt opzij, naar de angstige Pablo.
'Owksg, (raspt keel) .... Oké, we doen het volgende. Jij, (wijst naar
Pablo) gaat mij een dienst bewijzen. In ruil daarvoor laat ik je leven.'
Pablo knikt heftig. Zijn buik lijkt mee te schudden met het knikken. Lars zwaait met het wapen naar Fabio. De sigaret - nog altijd niet voorzien van een vuurtje - in zijn mondhoek wiebelt lusteloos mee. Fabio krimpt ineen.
'Jij, .... (boert) .. handen op de bar. Benen uit elkaar. Hopszzz.'
'Nee wacht man, .. wat, .. wat ... wat ga je doen man. Niet doen man!'
'Snavel toe, pielemans, .... omdzzraaien!'
Fabio draait zich om, zet zijn handen op de bar. Spreidt zijn benen iets uit elkaar.
'Verder! Hondzzzzvot!' Het wapen klikt weer. Een scheetje ontsnapt
tussen zijn harige billen vandaan. Gegiechel klinkt achterin het café.
'Nu, jij.' Lars richt het wapen op Pablo. 'Hop, gaan maar.'
'Bedoelt u .... ?' Pablo's gezicht, vragender dan ooit, kijkt hem verschrikt aan.
'Jawel, hòpz!'
Pablo glimlacht goedkeurend en ritst zijn gulp open. Fabio, gealarmeerd door dat nieuwe geluid, draait zich om.
'Wat? Neenee, wacht man!'
Lars zwaait weer met zijn pistool.
Pablo haalt ondanks, of misschien wel dankzij zijn machtige gestalte
een enorm lid tevoorschijn waarvan Fabio's ogen zich wijd buiten zijn hoofd
om lijken te sperren.
'Geen zorgen baas, ik zal het voorzichtig doen. We hebben nu eenmaal
geen keuze, niet?' Pablo masseert zijn reusachtige roede tot deze fier overeind
staat en gaat in de juiste houding staan.
'Nee! Nee! Neeeeeeeeeee ..........'
Lars - enigszins ontnuchterd - wandelt met Maria door de bossen, twee
kilometer verwijderd van het café. Maria, dolblij, huppelt op en neer
als een jong veulen terwijl ze de hand van Lars niet loslaat.
'Oww, je bent m'n held Lars, echt waar.'
'Zeg Maria .... '
'Ja. mijn liefde .. ?'
' ... vertel me nu eens: Ben je bezet?'
'... Uhm, nou nee. Niet meer!'
Ze giechelt hardop. Totdat ze
abrupt stopt omdat Lars haar met een ruk tot stilstand brengt.
'Oh?'
'Ja, nou ... eh, met Fabio, .. dat, eh, ... dat was anders.'
'Werkelijk?'
Maria ziet de zwaai met de vlakke hand niet aankomen die met een luide "PETS" op haar rechterwang eindigt.
'Hoer!'
|
 |
|
|
|
 |