De hut, waar het allemaal eigenlijk begint
Het Mausoleum, voor al uw oude koeien
Tattoo-Log, sommigen kunnen niet zonder
Inteelt, bij de gratie van

  

 

Prehistorisch

01 Okt - 31 Okt 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Feb - 28 Feb 2005
01 Dec - 31 Dec 2004
01 Nov - 30 Nov 2004
01 Okt - 31 Okt 2004
01 Sep - 30 Sep 2004
01 Aug - 31 Aug 2004
01 Jul - 31 Jul 2004
01 Jun - 30 Jun 2004
01 Mei - 31 Mei 2004
01 Apr - 30 Apr 2004
01 Mrt - 31 Mrt 2004
01 Jan - 31 Jan 2004
01 Dec - 31 Dec 2003
01 Nov - 30 Nov 2003
01 Okt - 31 Okt 2003
01 Sep - 30 Sep 2003
01 Aug - 31 Aug 2003
01 Jul - 31 Jul 2003
01 Jun - 30 Jun 2003
01 Mei - 31 Mei 2003
01 Apr - 30 Apr 2003
01 Mrt - 31 Mrt 2003
01 Feb - 28 Feb 2003
01 Jan - 31 Jan 2003
01 Dec - 31 Dec 2002
01 Nov - 30 Nov 2002
01 Okt - 31 Okt 2002
01 Sep - 30 Sep 2002

 
 
 
 
 

 

Iets kwijt?

 
 
 
 

 

Al deze vervuiling mede dankzij

PIVOT
DIGIZAAL

 

Iets op uw lever?

 

Reclame!

 

 

Tattoo Johnny Tattoo Designs World Famous Tattoo Design Gallery - Thousands of Tattoo Designs - Created by top tattoo artists and illustrators

 

 

Download Tattoo Designs for every Lifestyle

 

 

 

Het gaat niet geheel onopgemerkt

Gerzonimus, illusionist extra-ordinaire
29 Dec '04 -
Een raam kijkt uit op een brandtrap. Drie uur 's nachts, weinig volk op straat, op de verdwaalde zuiplap na. Met de grootst mogelijke moeite zwalkt hij over straat, beurtelings van de trottoirband de weg op en weer terug. Aan de overzijde van de straat, met uitzicht op de brandtrap houdt hij even stil voor een drinkpauze. Hij mompelt zuur voor zich uit voordat hij de flacon tegen zijn lippen zet. Kado van zijn zoon, maart negentienachtennegentig. Zijn slokdarm krijgt amper de kans om zich te laven aan de derderangs whisky, want het raam boven de brandtrap spat zonder waarschuwing en met veel misbaar uiteen. Scherven vallen rinkelend langs de brandtrap op het wegdek. Een donker gestalte springt door het raamijzer, grijpt de buitenste paal van de brandtrap, glijdt als een volleerd brandweerman naar beneden en landt geluidloos op het plaveisel. Een halve seconde, of wellicht minder kijkt de lenige man even naar de overkant van de straat, naar de zuiplap. Hij draagt een nauwsluitend zwart pak en een bijbehorend masker. En weg is hij, de hoek om.

'Tis verdomme een ninja, híer, in ons landje, .....' murmelt de zuiplap terwijl de whisky over zijn kraag loopt, want hij maakt dan wel aanstalten om een volgende slok te nemen, de flacon is nog altijd tien centimeter van zijn mond verwijderd. Nog meer geluiden bovenaan de brandtrap. Twee mannen in uniform klimmen moeizaam door hetzelfde raam, speuren gejaagd de straat af en rennen daarna zo snel mogelijk de trap af naar beneden. Eén steekt de straat over en spreekt de zuiplap aan. De ander zet de zijkant van zijn hand tegen zijn voorhoofd, tuurt in de verte en zwaait met een pistool in zijn andere hand. 'Hee jij, heb jij iemand hier net voorbij zien komen!?! Met een zwart pak aan!'
'Ehr, .... nou .... ah verdomme! Me whisky!' Geschrokken houdt hij zijn flacon weer rechtop. Hij veegt het vocht van zijn kraag en likt het van zijn handpalm.
'Ik vroeg je wat, oetlul!' De bewaker grijpt de man bij zijn revers terwijl hij hem dit toeschreeuwt. Zijn collega is er inmiddels ook bij komen staan, nog altijd zwaaiend met een pistool.
'Jaja, hou je gemak man. Je ziet toch dat ik aan het knoeien ben!? Hij verdween net om de hoek daar.'
De andere is al onderweg. 'Hee, wat had ie gedaan, trouwens? En vanwaar dat pakkie? Ninja's zijn toch al uitgestorven?'
Een antwoord krijgt hij niet, beiden zijn al om de hoek verdwenen.
'Ach, kan mij het ook rotten. Potverdorie de helft van m'n borrel pleite, gedoe ook allemaal ..... '

Anderhalve kilometer daar vandaan stapt de gemaskerde man in een sportwagen met geblindeerde ramen. Hij neemt even de tijd om op adem te komen, trekt dan zijn masker af en bekijkt zichzelf in de spiegel. 'Hah, goed gedaan weer knul.' Hij grijnst jongensachtig en knipoogt naar zichzelf. Voorzichtig vouwt hij een fluwelen zakje met veters open op zijn schoot. Zelfs in het duister fonkelen de edelstenen als zonnestralen op een stil meertje. 'Dit was overigens kantje boord, volgende keer wel iets alerter wezen,' houdt hij zichzelf voor. De bolide ronkt, en spurt weg. De nacht bedekt de stadsgeluiden met zijn alomvattende cape.

'Goedemiddag, Zonneveld Verzekeringen, u spreekt met Ellen Laroque, de secretaresse van de heer Zonneveld wat mag ik voor u betekenen? Jahoor, dat is geen probleem. U kunt .... even de agenda van meneer Zonneveld erop naslaan, ..... dinsdag de achttiende, schikt u dat? Ja? Ja, om half elf, da's prima. Fan-tas-tisch, zien we u dan. Dààg, tot ziens!'
 De deur naast de secretaresse zwaait open, een oudere, gesoigneerde heer stapt er doorheen met in zijn kielzog een joviaal ogende man. Hij grijnst jongensachtig. Ferm schudt hij de oudere heer de hand en wuift hem de hal uit. Buitengekomen kijkt de senior glimlachend op naar het warme zonnetje alvorens hij een bolhoed opzet en monter zijn weg vervolgt. Hij draagt een valies met daarin een - onzichtbaar voor de buitenwereld - dichtgeknoopt fluwelen zakje. Een oplettend iemand zou de weerkaatsing van de zon op de handboei om zijn pols wellicht opgevallen zijn, waarvan het andere eind aan het handvat van de koffer bevestigd is. Maar het valt niemand op, dus de oudere heer vervolgt ongehinderd zijn weg.

De joviale man, midden dertig en het uiterlijk van een Europese versie van Harrison Ford ziet het aan en loopt dan terug naar de ontvangstruimte, nog altijd grijnzend. Niet verwonderlijk, met de gage voor zijn laatst geklaarde klus in zijn zak. 'Ellen, lieve schat, vertel het mij. Verleidt mij!' Met een overgedreven gebaar gaat hij op de rand van het bureau van zijn secretaresse zitten. Ze giechelt.
'Ooh, meneer Zonneveld, een deugniet, dat bent u!'
'Ach, m'n beeldschone Ellen, ik zie de wereld slechts als een zoetgeurende appel die erom vraagt geplukt te worden. Maar vertel mij, welke werkzaamheden heb ik vandaag nog in het vooruitzicht voordat ik weer aan de vodka-lemon mag nippen aan het terras van Sonetti? Komaan, vertel mij en toon mij de verlokkingen van deze dag!'
'Ehm, ... om kwart voor twaalf, ene meneer ... Juozapas? Vreemde naam?'
'Hm, klinkt Oost-Europees. Wie is dat?'
'Geen idee meneer Zonneveld, hij belde vanochtend vroeg al, zei dat hij u vandaag moest spreken. Eigenlijk kon hij niet wachten, maar ik liet hem geen keus. U kent hem dus niet?'
'Nee, nooit van gehoord. Geeft niks, daarna geen afspraken meer?'
'Nee meneer Zonneveld.'
'Mooi zo, je bent een schat. Mooie jurk trouwens. Prada?
'Hihihi, Donna Karan.'
'Achzo. Staat je fabuleus.'
'Dank u.'
'Geen dank.' Met een schalkse knipoog verdwijnt Guy Zonneveld, eigenaar van een goedlopende verzekeringsmaatschappij, weer zijn kantoor in. Hoofdschuddend, maar evenwel blozend gaat Ellen verder met haar werkzaamheden van de dag. Een radio, bevestigd aan haar monitor knettert zachtjes. Een nieuwsbericht over heftige demonstraties bij de poorten van Somnitex, een pharmaceutisch bedrijf gespecialiseerd in het ontwikkelen van aminozuren die het immuunsysteem van de mens (schijnbaar) vele malen zal versterken. Volgens de woordvoerder van de firma een baanbrekend product waar iedereen op de lange termijn van zal profiteren. 'De ozonlaag wordt er namelijk ook niet jonger op, haha.' Een demonstrant echter beweert dat dat een glasharde leugen is, want het bedrijf experimenteert aantoonbaar met giftige, milieu-onvriendelijke stoffen en test deze uit op schapen en volgens de laatste geruchten zelfs op me-
Ellen klikt de radio uit en staat op om een kop koffie te halen.

Elf uur negendertig. Ellen schrikt op. Een man die zij niet heeft horen binnenkomen staat plots voor haar bureau. 'Eh, ... goedemiddag meneer, wat mag ik voor u betekenen?' Ze kijkt hem aan, maar slaat snel haar ogen neer. Koude ogen, een granieten kin. De mond een smalle streep in het gelaat boven een zwart designer kostuum. Hij antwoordt niet meteen, maar verkent de kamer aandachtig. De behaaglijke ontvangstruimte lijkt een aantal graden in temperatuur gedaald te zijn. Ze rilt eventjes. 'Eh, ... meneer?'
'Juozapas, kwart voor twaalf.' Het klinkt alsof hij iemand condoleert.
'Ohja, natuurlijk. U had een afspraak met meneer Zonneveld. Moment alstublieft, neemt u daar maar plaats.' Ze wijst naar een grijze fauteuil in de hoek van de kamer. De man verroert zich niet. 'Eh, .. ik roep hem wel even op.' Ze drukt op de knop van de intercom, en houdt de man in de gaten. 'Eh, meneer Zonneveld, de heer Juozapas voor u.'
'Prima Ellen, laat meneer maar verder komen,' klinkt het blikkerig uit de intercom.
'U kunt verder meneer.'
Met een nauwelijks zichtbare knik van verstandhouding loopt de man langs Ellen het kantoor in. Opgelucht ontspant ze weer enigszins. 'Enge vent,' mompelt ze terwijl ze zich weer concentreert op de stapel paperassen op haar bureau.

Guy Zonneveld legt een apparaatje dat eruitziet als een zakmes - maar met geavanceerde functies - weg in zijn bureaulade voordat hij opstaat en de man een hand geeft. 'Guy Zonneveld, aangenaam.' De hand voelt koud aan, vormeloos.
'Juozapas.'
'Neemt u plaats, alstublieft.' Onwillekeurig veegt Guy zijn hand af aan zijn broek, alsof hij iets smerigs vastgepakt heeft. 'Iets te drinken? Mineraalwater, koffie?'
De man schudt ontkennend en gaat zitten. Een mentholsigaret, bungelend tussen zijn lippen terwijl Guy niet het idee heeft dat hij de man er één zag pakken, steekt hij aan.
'Ellen, wees eens zo goed en breng meneer een asbak.' Hij drukt de intercom weer uit en vraagt : 'Meneer, wat kan ik voor u doen?'
'Ik heb via via vernomen dat u een adequate klusjesman bent. Welnu, ik heb een klus voor u. Met een vorstelijk honorarium, mits u de klus succesvol voltooit.'
'Klusjes? Hoe bedoelt u? Permiteert u mij te informeren naar het lijdend voorwerp? Gaat het om onroerend goed, of anders diefstal? Wij hebben bijzonder voordelige polissen ter inzage, afhankelijk van de voorwaarden die u aan het verzekerde object stelt en-'
'Daar doel ik niet op. U weet namelijk heel goed wat ik wel bedoel.'
Ellen komt binnen met een metalen designer asbak. Guy bedankt haar en beantwoordt haar bezorgde blik met een geruststellend knikje. Hij wacht met verder praten tot ze de deur achter zich dichttrekt. Met een flinke dosis argwaan vervolgt hij de conversatie.
'Wie bent u en hoe bent u bij mij terechtgekomen? Eerder ga ik niet met u in conclaaf.'
De vreemdeling glimlacht, wat Guy onmiddellijk aan vermorzelde duiven onder een stadsbus doet denken, en stelt : 'Dat is niet van belang, meneer Zonneveld. Wat wel van belang is voor u, is het bedrag dat ik en mijn partners bereid zijn u te bieden voor deze klus. Laten we zeggen dat uw verrichtingen niet geheel onopgemerkt voorbij zijn gegaan. En laten we zeggen dat uw nevenactiviteiten bepaalde instanties irriteren, instanties die wij zonder problemen kunnen inlichten. Instanties die maar wat graag een ordinaire dief in de kraag willen vatten. Een uiterst inventieve dief, daar niet van, maar wel een dief.' De man glimlacht nog altijd.
'Eruit. Mijn kantoor uit en ik wil u hier niet meer zien!' Guy is inmiddels gaan staan. Juozapas drukt zijn sigaret uit en gaat even verzitten.
'De heer Culemborch, die kent u vast nog wel, niet? Uiteraard kent u hem, want hij verliet nog geen uur geleden uw kantoor met in zijn bezit een koffertje. De inhoud ; een handvol edelstenen ter waarde van achthonderdduizend euro, ruwe diamanten naar ik meen. Gisternacht ontvreemd, en vandaag nog op weg naar de juiste persoon om het geheel professioneel te bewerken. Kunnen we nu wel zaken doen?'
Guy ploft weer terug in zijn bureaustoel.

's Nachts, half twee. Op het dak van een pakhuis snelt iemand soepel naar een in het midden gelegen mangat. Guy heeft zich wederom in zijn zwarte outfit gehesen, en bestudeert het mangat. In het aangrenzend kantoorpand branden enkele lichten en er is beweging achter de ramen. SOMNITEX, roept een groot logo op driekwart hoogte van het gebouw. Hij moet opschieten. Uit een rugzak pakt hij een vijftig centimeter lange stang met inklapbare weerhaken. Een lang touw met een metalen uiteinde en een haak hangt hij in de uitsparing van de stang. Het deksel tilt hij vrij gemakkelijk van het mangat met behulp van een inklapbare koevoet. Zoals verwacht loopt er geen ladder van het mangat naar de ruimte daaronder. De begane grond schat hij iets minder dan twintig meter lager. De ladder aan de zijkant van het pand waarlangs hij zijn weg naar boven vond is later aangebracht en het prikkeldraad op vijf meter hoogte - aangebracht om inbrekers te ontmoedigen - was geen partij voor de metaalknipper die in het zakmes zit. De metalen stang legt hij overdwars op het mangat, klikt hem vast met de weerhaken en laat zich langzaam zakken via het touw. 'Tweehonderdvijftigduizend, da's eigenlijk niet slecht voor een uurtje werk. Eén bewaker, want niemand weet blijkbaar wat er in kist nummer twaalf zit. Stempelcode JCD3355SH #12, te vinden in het "Uitheemse Goederen"-vak. Easy money, toch?'
Op anderhalve meter hoogte van de grond springt hij van het touw en landt katachtig op de houten vloer.

Een zwart-wit televisie springt van sneeuw naar beeld en terug. Guido, de nachtwaker, geeft een harde klap op het dak van toestel. Het helpt, maar amper één minuut later danst de ruis alweer over de beeldbuis. Kloteding. Hij draait zich weg van het toestel en haalt een pakje kaarten uit zijn borstzak. Routineus begint hij de kaarten te schudden. Daarna coupeert hij de stapel, neemt de stapel in een handpalm, spreidt ze allemaal uit, gaat met een andere hand over de kaarten heen en vouwt een compleet nieuw pak open in zijn andere hand. Daarna vouwt hij beide handen in elkaar, blaast erover en houdt dan slechts één kaart omhoog tussen wijsvinger en duim. 'Schoppen Aas.'
 Guido is nu nog nachtwaker van beroep, maar over niet al te lange tijd zal hij bekend staan als "Gerzonimus, illusionist extra-ordinaire!" Goochelen, dat is geen hobby meer, maar een levensovertuiging. Vingers, die moet je soepel houden. En dat deed hij dan ook. Keer op keer op keer. Elke avond (of nacht), kaarten erbij en oefenen maar. Zonder te kijken schudt hij de kaarten nog eens, ditmaal in één hand. Hij spreidt de kaarten weer uit, zwaait even en draait ze om. Allemaal Schoppen Aas. Nog eens zwaaien en .... allemaal Klaver Drie. De televisie doet even kortstondig waar het ooit voor aangeschaft was en toont een verslaggeefster. Ze oogt serieus. Geen geluid, maar een groot kader onderaan kopt :

ILLEGALE EXPERIMENTEN PHARMACEUTISCH BEDRIJF BEWEZEN
DIRECTEUR IN HECHTENIS GENOMEN

De ruis neemt het beeld weer over en Guido balt zijn andere hand, en blaast erin. Hij opent zijn vuist en vouwt daarin het complete spel open terwijl hij de andere hand geopend toont. Leeg. Hij bereidt de volgende truc voor, maar een geluid onderbreekt hem. Hij stopt zijn handelingen en concentreert zich om de bron te achterhalen. Niet binnen. Nee. Buiten. Gegil. Honden? Hij stopt de kaarten onbewust terug in zijn borstzak en staat op. Beweging, in zijn ooghoek. Door het raam, het pand aan de overkant. Vage silhouetten, derde verdieping zo te zien. Maar of het gegil daar vandaan komt valt niet te bepalen. Of ... ? Geen geluiden meer. Guido wacht nog vier hartslagen en besluit dan om een kop koffie te halen. Hij loopt het vertrek uit en ziet daardoor niet dat de televisie weer tijdelijk beeld geeft. De verslaggeefster heeft een belangrijke mededeling, maar het geluid staat nog altijd uit.

Verwonderd gluurt Guy door de spleet van een zijdeur. Hij heeft het vak met de juiste goederen nog niet gevonden, maar ook hij werd gealarmeerd door het gegil. Dat was een paar minuten geleden. Voor één van de ramen ziet hij duidelijk een persoon langsschuifelen. Het lijkt alsof hij iets meesleept voordat hij achter de muur verdwijnt om bij het volgende raam weer tevoorschijn te komen. Een sissend geluid, dichterbij. Misschien zes meter verderop.
 In het keukentje blaast de koffieautomaat stoom af en koffie stroomt uit het tuitje. Een plastic bekertje, vernuftig gepositioneerd, vangt het op. Guido draait een shaggie in afwachting. Het melkreservoir is sinds mensenheugenis defect, maar de koelkast puilt uit van de instant poedermelk. De koelkast heeft zijn beste tijd gehad, dus zodra Guido hem opent begint de motor als een razende te draaien, alsof hij op het punt staat om door te branden. Zes jaar geleden deed hij dat voor het eerst. Uit angst dat hij daadwerkelijk zou doorbranden had Guido hem uitgezet. Twee weken, daarna zette hij hem weer aan, want de storingsdienst liet nog altijd op zich wachten. Een dag later viel het hem niet eens meer op. Vandaag hoort hij vanwege datzelfde geluid het gerinkel van een raam, pal aan de overkant niet. Guy hoort het wel, terwijl hij op weg was naar het gesis en daarna die hardnekkige brom. Halverwege concludeerde hij al min of meer dat het keukengeluiden waren, maar het geraas van glasscherven niet. Dat kwam weer van buiten. Vreemde nacht. Hij sloop weer terug, naar de spleet in de deur en gluurde weer naar buiten. Kapot raam, derde verdieping. Kronkelde er nu iets op straat, daar vlak onder? Niet zijn zaken. Hij had een klus te klaren, één met een aardige bezoldiging tegoed.
'Ehr, ... hallo? Zeg, wat doet u hier?'
Kut.

Een rol ductape, altijd handig om mee te nemen. Guido, vastgesnoerd in zijn eigen stoel. Bewusteloos, gevolg van de hieltrap waardoor zijn linkeroogkas al opzwelt. Guy die een ram op de tv geeft. Hij heeft ongehinderd een rondje door het pand kunnen maken, maar nergens een "Uitheemse Goederen"-vak te bekennen. Wel een afgesloten deur. Geen sleutel, ook niet in het kantoortje. Achter de Playmate 2001 Kimberley Stanfield-poster? Ook niks. Wel een kastje vol rukblaadjes. Hij geeft nog eens een ram op het toestel. Niks, alleen maar ruis. De tijd begint te dringen. Guido kreunt, hij komt bij. Het gaat Guy niet snel genoeg, dus geeft hij hem een klap met de vlakke hand. Guido schrikt wakker en probeert te focussen. Hij zwaait heen en weer alsof hij dronken is.
'De sleutel, snel!'
Weer gerinkel buiten. Het begint hem op de zenuwen te werken. Hij geeft Guido nog een mep.
'DE SLEUTEL, NU VERDOMME!'
Guido schudt zijn hoofd in ontkenning. Guy bukt zich, pakt een injectiespuit uit zijn rugtas en laat hem aan Guido zien.
'Nog één keer, ..... DE SLEUTEL!'
Guido kijkt naar zijn voeten. Met een diepe zucht legt Guy een hand op zijn schouder en ramt met de andere de spuit in zijn oor. 'HmMMmMmmmMM!' Guido schudt heftig zijn hoofd heen en weer, probeert zijn hoofd weg te draaien. Bloed druipt langs de schacht. Spetters vliegen in het rond. Guy trekt de spuit uit zijn oor.
'De volgende keer vul ik hem met zoutzuur, zeg het maar?' Met een ferme ruk trekt hij de ductape van zijn mond.
'Rrghaaaah! ... Aaaahrghaa ... hhahuuhuuu .. ah, ... ah, ... nie .. niet .... niet meer doen, .. man, ... alsjeblieft ... alsjeblieftalsjeblieft ... in mijn broek .. broekzak ... niet meer, .... alsjeblieft .... '
Dom. Natuurlijk in zijn broekzak, waar anders.

Luttele ogenblikken later is het hem gelukt. De sleutel was inderdaad de juiste en achter de deur vond hij het bewuste vak. En het begeerde pakket. Guy bestudeert de inhoud aandachtig, maar hij kan er niks mee. Het ziet eruit als een relikwie, een beeltenis van een godheid uit een onbekend verleden. Het heeft wat weg van een Peruviaanse Tumi, zonder de karakteristieke halve maan. Hij haalt zijn schouders lichtjes op en stopt het weg in zijn rugzak. Het geluid van gierende banden nu, naast het gegil dat weer duidelijker te horen valt. Opgewonden stemmen.
 In het kantoortje is de televisie weer helder van beeld en er valt een hoop te zien. Een camera filmt van binnenuit een busje. De bus remt, de cameraman springt eruit en richt zijn lens op een industriepand. Het SOMNITEX -logo houdt hij eventjes in beeld. De verslaggeefster, ze ziet er danig opgewonden uit, springt voor de camera, botst even met haar gezicht er tegenaan, vermant zich en neemt de juiste positie in. Achter haar het SOMNITEX -gebouw, ramen liggen aan diggelen, iemand springt uit het raam, een pijnlijke aanraking met Moeder Aarde in het vooruitzicht. De verslaggeefster praat, nee, schreeuwt bijna in de camera en kijkt vaak over haar schouder. De camera zoomt in op een tafereel, vlak voor de ingang van het gebouw. Een paar mensen staan gebogen over een persoon en doen .... iets met diegene. Het kader onderaan beeld verschijnt weer en kopt ditmaal :

EPIDEMIE BIJ PHARMACEUTISCH BEDRIJF UITGEBROKEN, OORZAAK ONBEKEND

Guy komt het kantoor weer binnenrennen en oogt angstig. Guido zit met grote ogen alles op het scherm te volgen, de ductape verhindert eventuele mededelingen van zijn kant. Hij draait zich om naar de inbreker, en murmelt paniekerig. Guy begrijpt het wel, maar zit te dubben of hij de nachtwaker wel los moet maken. Op tv is te zien dat het gezicht van de verslaggeefster ongewoon dicht op de lens zit. Ze roept iets, herhaalt het, en dan nog eens. Bij de derde keer realiseert Guy zich dat ze roept dat we hier weg moeten ....... Het beeld maakt weer plaats voor sneeuw. Guido murmelt nog eens dat hij losgemaakt wil worden. Guy twijfelt nog steeds. De klus zou normaliter geslaagd zijn als hij hier weg weet te komen, zonder bemoeienis van een nachtwaker die de politie zou kunnen bellen. Maar dan dit. Deze gebeurtenissen zijn niet normaal. De omstandigheden zijn anders. Het beeld springt weer aan. De camera filmt zijwaarts. Een donkere druppel loopt over de lens. Een paar benen op de grond, schoppend. Iemand rent vanuit de ingang in de richting van de camera, ongewoon snel. Guy deinst terug, Guido murmelt nog harder. 'Godskolere!' Als een razende begint Guy de nachtwaker los te maken. Het was geen mens dat in de richting van de camera rende. Misschien ooit, in een ver verleden. Maar een (normaal) mens beweegt doorgaans niet zo snel, en heeft geen oogbol dat aan een dun draadje tegen een wang aanwiebelt tijdens het rennen. Een (normaal) mens heeft geen groot gat in het voorhoofd waar de schedel achter glimt. Een (normaal) mens mist geen stukken schedeldak. Een (normaal) mens zwaait niet rond met een afgescheurd stuk arm alsof het een trofee is.

Guido is vrij en overlegt kortstondig met de inbreker. Er is een achterdeur, aan de andere kant van het pand. Vlak in de buurt daarvan staat de auto van de inbreker geparkeerd. Ze besluiten geen tijd meer te verspillen en ervoor te gaan als het geraas van een deur die vermorzeld wordt hun onderbreekt. Snelle voetstappen in de gang. Gehuil, gegrom, geluiden die niet thuis te brengen zijn. Guy graait in zijn rugtas, haalt er een klein kaliber vuurwapen uit. Hij heeft een hekel aan pistolen, maar hij is blij dat hij eraan gedacht heeft. Behoedzaam loopt hij naar de deuropening, Guido vlak achter hem. Aanvankelijk denkt Guy dat het weer stil is, stapt de gang in en wordt onmiddellijk besprongen. Het wapen vliegt uit zijn handen. Guido kijkt in ontzetting toe, verlamd, en ziet hoe drie .... figuren ..... Guy te grazen nemen. Ze grommen als beesten, scheuren zijn maag open, graaien tussen zijn ingewanden, trekken eraan, klauwen zijn gezicht open, rukken één been eraf alsof het van papier-maché gemaakt is. Eén van hen bijt Guy's strot af, likt gulzig het gutsende bloed op. Guy trilt gedurende deze aanval onophoudelijk als een epilepsiepatiënt, maakt onduidelijke geluiden en zijn lichaam wringt zich in allerlei bochten totdat zijn hoofd los begint te scheuren. Het masker heeft hij nog altijd op. De kamer geurt zoetig en verrot tegelijk. Guido slaat zichzelf hard in het gezicht om te ontwaken uit zijn droomtoestand. Zijn lip springt bloedend onder protest open. Daar, op de grond. Het pistool. Hij duikt ernaar, rolt even door en weet één van zijn nerveuze vingers aan de trekker te krijgen. Gehijg, vlak bij hem, steeds dichterbij. De geur van rotte eieren, bedorven vlees en ontbinding overrompelt hem. Hij drukt op goed geluk af. Het wapen maakt meer kabaal dan je zou verwachten. De scherpe lucht van cordiet vermengt zich met de aanwezige geuren. De kogel treft miraculeus genoeg één van de belagers recht in het voorhoofd. De inslag werpt het wezen achterover. De anderen verleggen hun aandacht onmiddellijk naar Guido. Hij legt aan, drukt af en mist de eerste aanvaller. De kogel slaat een gat in de muur daarachter. Hij ademt gejaagd, hinnikt hysterisch en drukt nog eens af. Deze treft doel, maar duwt de belager slechts achteruit. De wezens twijfelen even, lang genoeg voor Guido om opnieuw te richten en te vuren. Raak. Een reeds gehavende schedel splijt afkeurend en de rest zakt in elkaar. De derde grauwt naar hem, zwaait met zijn klauwen. Het rode hemd - waarschijnlijk nog geen uur geleden nog wit van kleur - dient nodig gestreken te worden. Eronder, rond de maagstreek zit behalve een scheur in het textiel ook een gat in zijn maag. Een gele, tevens blauwachtige prop stulpt naar buiten. Het lijkt hem niet te deren. Ogen heeft hij niet, een neus nauwelijks. Uit een gat in zijn wang druipt dik, glasachtig vocht. Hij zwaait op zijn benen, klaar voor de aanval. Guido richt nogmaals en drukt af. Klik. Geen kogels meer. 'Kutkutkutkut!' Hij laat het wapen vallen. Terwijl het met een luide bons op de grond belandt krijgt hij een ingeving. Hij reikt voorzichtig naar zijn borstzak, pakt de stapel kaarten eruit met één hand, schudt ze met diezelfde hand en spreidt ze uit. Hij coupeert de stapel, spreidt ze weer uit, zwaait ermee en weg is de stapel. Het wezen lijkt van zijn stuk gebracht, laat zijn klauwen zakken en doet een stap opzij. Guido loopt zijdelings naar de deuropening en probeert niet uit te glijden over het mengsel van bloed en ingewanden. Hij klapt in zijn handen en spreidt nu in beide handen een compleet pak kaarten uit. De zombie deinst achteruit. Zijn mond staat open, maar er is geen sprake van een mond, eerder een gat. Guido loopt nog altijd zijdelings, stapt door de deuropening, verkent vluchtig de gang en ziet (nog) geen nieuwe aanvallers. Een bloederige hoop met zwarte lompen, ooit Guy met zijn jongensachtige charme ligt er verloren bij. Het kantoor heeft binnen nog geen twee minuten een radicale interieurwijziging ondergaan. Bloed druipt van het plafond, Kimberley Stanfield heeft bloederige vegen over haar blote buik lopen en Guido vouwt zijn handen in elkaar, wrijft hard en een kleine steekvlam schiet tussen zijn vingers vandaan. Het wezen, duidelijk aangedaan nu, struikelt over één van de gevelde monsters. Guido sprint weg, slaat linksaf door het gat in de deur en probeert een inschatting te maken.

Buiten zijn enkele wezens druk bezig met het uitbenen van de cameraploeg. Eén rent weg met het hoofd van de verslaggeefster tussen zijn klauwen. Smakkende, scheurende en grauwende geluiden, meer hoort hij niet. Als een waanzinnige rent Guido naar het busje van de cameraploeg, springt achter het stuur en scheurt weg. Op zoek naar een borrel. Mensen rennen gillend rond, de chaos houdt niet op. De televisie in het kantoortje geeft weer even beeld. Een nieuwslezer babbelt ernstig de kamer in. Achter hem op een scherm valt te lezen dat de storing waarschijnlijk verholpen is en dat de reguliere programmering weer snel zal aanvangen. Het toestel begint weer te ruisen en in het kantoortje snuffelt het wezen nieuwsgierig aan de relikwie dat hij uit Guy's tas gevist heeft.

Juozapas, in de duistere anonimiteit van zijn huiskamer schenkt zichzelf een borrel in en kijkt hoofdschuddend naar het nieuws. De telefoon gaat. Hij neemt op en beantwoordt ogenschijnlijk een aantal vragen. 'Nee, waarschijnlijk niet nee. Ik heb geen idee, ik heb nog niks van Zonneveld vernomen. Nee, ook nog geen nieuws omtrent het industrieterrein, maar dit zal sowieso niet in de kranten komen, vermoed ik. Ze zullen het volk onwetend willen houden. Wat? Nee, voorlopig niet. De directeur heeft zijn polsen tot op het bot doorgesneden, vernam ik zojuist van onze man binnen het korps. Juist ja. Hm. Misschien kunnen we de verdelgingsdienst langs sturen? Hm. Oké. Goed, we wachten af. Ja, is goed. Prima.' Met een diepe zucht legt hij de telefoon weer neer. Hij nipt van zijn borrel en staart uit het raam. 'Dit gaat gedonder opleveren, nou en of.'

link to this.. | 12:06 | dreadloki | 82 hadden wat

 

 

Buitenissig
22 Dec '04 -
Zomaar een scène, op zomaar een dag, in zomaar iemand's huis. Het drankje dat mij aangeboden wordt sla ik af. Het ziet er bedenkelijk uit. Degene die ermee aankwam trouwens ook. De ruimte - de lambrisering heeft een smetteloos witte uitstraling - puilt uit van de vrouwen van middelbare leeftijd. Ze kakelen volop, over buikwandcorrecties, neuscorrecties, tepelcorrecties, schaamlipverkleiningen, liposculpturen, lipvergrotingen, bilprotheses, borstliften en de rest versta ik niet meer, want ik ben de kamer uitgelopen. Ik werp nog eens een blik over mijn schouder en zie etalagepoppen in galajurken levensecht met elkaar giebelen. Vrijwel allemaal houden ze fluten champagne in hun handen, maar gedronken wordt er nauwelijks.

De volgende ruimte verwelkomt mij met hippe, nikszeggende loungemuziek. Een discjockey (althans, dat neem ik aan, want hij staat achter een opklaptafeltje met daarop een mengpaneel) achter een opklaptafeltje staart geconcentreerd naar zijn mengpaneel, koptelefoon tussen kin en schouder geklemd. Hij draait continue aan dezelfde knop en beweegt zijn hoofd autistisch op en neer, maar ik hoor geen verschil in geluid. Ik loop onopvallend langs en zie dat de displays op beide cd-spelers NO DISC aangeven. Op het mengpaneel branden verder geen lampjes. De jongen draagt een geruite pantalon, een groen mouwloos shirt en heeft om beide polsen een oranje bandje. Een onnoemelijke hoeveelheid gel in zijn haar, waardoor het schuin omhoog staat. Hij stopt even met het draaien aan het knopje en kijkt mij aan. Ik heb nog altijd geen verandering kunnen waarnemen in het geluid. Het valt mij nu pas op dat hij een zonnebril draagt. Een blauwe. Hij grijnst - ik zou zeggen schaapachtig, maar schapen lachen niet. Hebben de reden daartoe ook niet.

'Hey, ken je die nieuwste Mash up van Chemical Williams en Ashlee Aids al? Die's vet man!'
Ik vraag hem het te herhalen, want ik had de bandnaam niet goed verstaan.
'Chemical Williams en Ashlee Aids, hun nieuwste Mash up! Echt kicke man!'
Hij grijnst nog altijd. Strak, wit gebit. Ik wil hem vragen of dat kronen zijn, zie er vanaf en vraag hem in plaats daarvan wie Chemical Williams en Ashlee Aids Mash up zijn.
'Nee man, Mash up! De nieuwste! Van Chemical Williams en Ashlee Aids!'
Wat een Mash up is, vraag ik hem.
'Een mix van bestaande nummers, maar dan met uiteenlopende stijlen! Echt geniaal spul man!'
'Daar is toch niks nieuws aan, dat deden ze jaren geleden al?'
'Neey man, .. wacht ... Stel je voor, ... De Beatles en Eminem, gemixt! Is dat niet heftig!?'
Ik vertel hem dat dat eerder infantiel klinkt.
'Janee man, dat moet je zo zien, omdat die mix-'
Ik zeg 'laat maar,' en loop verder de ruimte in. De jongeman gaat hoofdschuddend verder met het draaien aan dezelfde knop.

In tegenstelling tot de vorige ruimte is deze zaal louter gevuld met jonge mensen. Er wordt nauwelijks gepraat. Vrijwel iedereen is druk bezig met telefoneren of het intikken van tekstberichten, ook al staan de ontvangers waarschijnlijk aan de andere kant van de zaal. Een oudere dame, verdwaald of op zoek naar de juiste omgeving, loopt langs. Een wolk van parfumlucht achtervolgt haar en bezorgt mij een golf van misselijkheid. Ze draait zich om, aait mij zonder waarschuwing over de wang en kijkt alsof ze een zojuist een chow-chow aangehaald heeft. Ik veeg geschrokken met de rug van mijn hand over diezelfde wang. Ik besluit de tent te verlaten. Iemand klampt mij aan en vraagt mij of ik een vriend van Maroecha ben. Ik zeg diegene dat ik Medusa niet ken en zomaar naar binnen ben gelopen, want de voordeur stond open. Verwonderd antwoordt zij dat de persoon in kwestie Maroecha heet, maar ik ben al bij de voordeur.

Buiten adem ik de koude lucht gulzig in. Een gehandicapte man in een rolstoel rijdt voorbij, kijkt mij vals aan - of misschien is dat een onderdeel van zijn handicap - en voegt mij iets toe. Ik meen het woordje neger te verstaan, maar dat kan ik mis hebben. Hij zal zijn redenen wel hebben. Ik loop de straat door, sla de hoek om, op zoek naar de eerstvolgende open voordeur.

";s:4:"body";s:0:"
link to this.. | 11:44 | dreadloki | 26 hadden wat

 

 

Baardvis
13 Dec '04 -
.... dat men in Anguilla, Antigua, Bangladesh, Botswana, Brunei, Cyprus, Fiji, India, Jamaica, Japan, Kenia, Kiribati, Lesotho, Macau, Malawi, Montserrat, Namibië, Niue, Oeganda, Saint Kitts, Saint Vincent, Seychellen, Swaziland, Tuvalu en een handjevol andere plekken schijnbaar de linkerzijde van de weg opzoekt.

Ikzelf persoonlijk, prefereer St Amandus, patroonheilige van de herbergiers.

link to this.. | 09:49 | dreadloki | 36 hadden wat

 

 

Flets
09 Dec '04 -
Van alle jaargetijden is de herfst verreweg de meest belabberde. Harde, snerpende koude kutwind en striemende regen. Met mijn vuist gebald richting de hemel vervloek ik alles daarboven wat ook maar enigszins als oorzaak aan te duiden valt voor deze erbarmelijke weersomstandigheden. Daarnaast ben ik verdwaald. En doornat, want mijn paraplu ligt thuis. Evenals mijn droge plunje.

Dit is niet mijn stad, en mijn eindbestemming oogt troebel. Een bloemenstalletje staat nutteloos langs de kant van de weg. Ik besluit de uitbater, of anders de werknemer, de weg te vragen. De man - duidelijk van middelbare leeftijd - heeft van dichtbij een vage zweem van een uitbater om zich heen hangen. Als ik hem uiteindelijk confronteer met mijn dilemma, reageert hij zoals vele mensen van middelbare leeftijd die nutteloos een bloemenstal langs de kant van de weg uitbaten op een regenachtige dag terwijl er in de wijde omtrek geen klant te bekennen is zouden reageren ; niet direct. In plaats daarvan kijkt hij mij geringschattend aan - ook zo'n typerende karaktertrek - en begint doodgemoederd een shaggy te rollen. Nu ik zo bij hem in de buurt sta, wachtend op een antwoord dat mij wellicht een stapje dichter bij mijn eindbestemming kan brengen, valt het me op dat hij - behoudens het feit dat hij shag rookt - ook veel weg heeft van een shaggy. Daarbij ruikt hij naar shag. Typisch.

Uiteindelijk bromt hij enkele onverstaanbare klanken tussen zijn samengeknepen lippen vandaan - het shaggy hangt inmiddels gerold en wel tussen zijn dunne lippen - welke niet te herleiden zijn voor mijn beperkte linguïstische vaardigheden. Anders gezegd : Ik versta er geen hout van. De man grijnst als een wolf, steekt zijn shaggy aan en plukt iets van zijn tong. In een andere beleveniswereld, een papieren bijvoorbeeld, zou ik hem bij de strot gegrepen hebben, het shaggy - brandend en wel - in zijn smoel gepropt hebben totdat die stinkende shaglucht zijn weg naar buiten zou vinden via zijn oren, en hem tenslotte proberen te verzuipen in de volgelopen goot. Een goot vol afvalwater van zijn eigen goedkope naar shag stinkende kut-chrysanten. Maar dat doe ik dus niet.

Nee, ik denk in plaats daarvan even terug aan een avond waarbij ik fijntjes op amateurniveau deelgenoot gemaakt werd van het mechanisme achter de hedendaagse plastische chirurgie. Nieuwsgierig van aard als ik ben bleef ik uiteraard kijken. Ik zie weer glashelder voor me hoe men de opperhuid van het gezicht van een vrouw die minstens honderdzestig jaar oud is, losweekt door middel van een paar gerichte incisies, het vervolgens optillen om daaronder wat weefsel weg te kunnen knippen en de huid daarna weer straktrekken. Of gewoon je neus losknippen en daarna een soort schoenlepel eronder schuiven zodat men de handen even vrij heeft. Roze, rood, geel, allerlei kleuren herbergt de mens onder dat normaal zo fletse gezicht, blijkt wel weer. Geen zonnekanon dat daar tegen op kan. Het zette me wel aan het denken. Waarom pogen die oude, gelooide en doorleefde huid weer strak te trekken? Snij dan gewoon alles eraf, en plak er een nieuwe op. 'Die wil ik! Altijd al willen weten hoe ik er als een spleetoog uit zou zien!' Of, .. 'Heeft u ook celebrities in de aanbieding? De vitrine voorin ja?' Lieden die meer dan eens het woordje celebrity bezigen zou men moeten verzuipen in het afvalwater van naar shag stinkende bloemen. En dan in de goot, uiteraard.

Ik kijk de bloemenstaluitbater aan alsof ik bedorven voedsel gegeten heb, althans, zo stel ik mij dat onbewust voor. Ik mompel een 'dank u wel,' en probeer de plassen te mijden terwijl ik de weg naar mijn eindbestemming weer probeer te hervinden. Een man achter een rollater passeert mij en daarna de bloemenstal. Ik ben er vrijwel zeker van dat hij de rollater voor de sier gebruikt. De papieren beleveniswereld waarin ik het ding onder hem vandaan zou schoppen lijkt verder weg dan ooit. Wie heeft er in godsnaam horrorfilms nodig als men 'live' plastische chirurgie op de televisie kan volgen?

link to this.. | 09:20 | dreadloki | 23 hadden wat

 

 

Annonce
07 Dec '04 -

Klaar terwijl u wacht!

link to this.. | 10:30 | dreadloki | 21 hadden wat

 

 

Fuifnummer
01 Dec '04 -
Een miezerig dagje, veel meer kon Joost van deze maandag niet maken. Hoewel druilerig ook aardig in de buurt kwam. De autoweg oogde verlaten en het eerste dorpje zou volgens het bord dat hij ongeveer acht kilometer terug tegenkwam nog maar zesenzestig kilometer ver zijn. Inmiddels nog maar achtenvijftig kilometer te gaan dus. Pijnlijk, veel lopen terwijl je dat niet meer gewend bent. Zijn trouwe Volkswagen had hij omstreeks de klok van tweeëntwintig langs de kant gezet. Iets na middernacht had hij zijn pogingen het ding weer aan het ratelen te krijgen gestaakt. Hoe dierbaar sommige dingen je ook mogen wezen, zo nu en dan moet je er afscheid van kunnen nemen. Ook kleine meisjes leggen hun Barbie's na verloop van tijd in een kist, die dan weer ergens achterin de zolder verdwijnt.

'Ach, wat lul ik nou.' Grimmig trok Joost zijn kraag over zijn oren en versnelde zijn pas. 'Dat wrak is nog geen drie weken geleden naar de garage geweest en het was prima in orde, verzekerden ze. Precies eender wat de telecom-winkel beweerde toen ik mijn telefoon eindelijk terug kreeg.' Motregen is op zich niet erg, tenzij je er al meer dan drie uur doorheen aan het lopen bent. Joost hoort zijn sokken soppen in zijn gympies. Het spijkerjack, in een ander leven gekregen van een toenmalig vriendinnetje, was geen partij voor de aanhoudende neerslag. Zijn spijkerbroek evenmin. Hij kijkt voor de zoveelste maal over zijn schouder, maar nog steeds geen auto te bekennen. Zijn mobieltje raadplegen levert niks op, slechts een beetje ruis waar je met de beste wil van de wereld misschien wat buitenaardse boodschappen uit kan filteren. Manmoedig vervolgt hij zijn weg.

Een poosje later lijkt een ommezwaai aanstaande. Een auto! Het is inmiddels harder gaan regenen en Joost voelt zijn tenen niet meer. Hij veegt natte slierten haar uit zijn gezicht, zet zijn hand zijwaarts tegen zijn voorhoofd en tuurt in de verte, in de hoop iets beter te kunnen zien. Dat mag dan ijdele hoop wezen, het is wel degelijk een auto. En de eerste in de afgelopen vier uur die hij tegenkomt. In zijn blijdschap vergeet hij bijna zijn duim op te steken, een klassiek gebaar voor lifters, ook al heeft hij daar nog nooit gebruik van hoeven maken. De wagen, een middenklasse vervoermiddel, passeert hem maar stopt tot zijn opluchting alsnog een paar meter verderop. Joost holt naar de passagiersdeur en klopt op het raampje, aangezien er niet meteen opengedaan wordt. De bestuurder, een man van middelbare leeftijd, ziet hij door de harde regenval pas zodra deze de deur opent. 'Stap in jong, dit zijn geen weersomstandigheden om te wandelen.' De man grijnst breeduit terwijl hij dit zegt. Joost stapt in en wordt onmiddellijk getroffen door een rare geur. 'Van Laarhoven. En u bent?' Klassieke muziek galmt door de auto. 'Joost, aangenaam. En bedankt voor het stoppen.' Hij schudt de uitgestoken hand. Het voelt warm, pafferig week aan. Alsof hij een lauwe zeemleren lap vastpakt. 'Geen probleem jong (Joost) ... Joost. Waar moet je naartoe?' Joost veegt de regen uit zijn ogen en vervolgt: 'Om het even waar. Mijn auto staat langs de kant, ettelijke kilometers terug. Ik denk het eerste de beste hotel.'

De bestuurder frunnikt aan zijn radio totdat deze een acceptabel volume heeft bereikt. 'Oh, ok. En wat was je originele bestemming, jongmens (Joost) ... Joost? Als ik vragen mag? Sigaretje?' De oudere man reikt naar zijn binnenzak en haalt een verfrommeld pakje tevoorschijn. 'Nee dank u, ik rook niet.' Die geur hangt om deze man heen, bemerkt hij. Vochtige damp kringelt van zijn mouwen. Bedenkelijk ziet hij hoe het de ramen beslaat. 'Ik was eigenlijk op weg naar een goede vriend van me, hij gaat trouwen. En zijn vrienden, waaronder ik, vonden het een leuk idee om een weekendje in een huisje te gaan zitten. U weet wel, flink dronken worden.' Hij lacht onbeholpen en rolt met zijn ogen. De man die zichzelf als Van Laarhoven voorstelde plukt geroutineerd met zijn tanden een sigaret uit het gekreukte pakje, stopt hem weg en drukt de aansteker op het dashboard in. Pas als deze weer naar buiten springt met een zachte tik vervolgt hij het gesprek. Joost heeft de geur inmiddels thuis weten te brengen. Het ruikt sterk naar mest in de auto. 'Zozo, je een beroerte drinken met de mannen onder elkaar, hm? Mooi is dat inderdaad. Och, zo heb ik ook ooit menig fles soldaat gemaakt met de vrinden. Onbetaalbare avonden zijn dat. Hebben jullie nog animeermeisjes geregeld? Hij knipoogt vet opzij. 'Ehm, nou nee. Niet eens aan gedacht denk ik. Hoewel ik één van de jongens er wel voor aanzie dat zoiets misschien uiteindelijk wel geregeld is.' Wrang glimlacht hij terug.
Die lucht!

De damp in de auto is overgegaan in sigarettenrook. Het stijgt op naar het plafond en vormt een misselijkmakende mix met de mestgeur. De bestuurder let op de weg, zwijgend en neemt af en toe een flinke trek van zijn sigaret. Hij grijnst nog altijd, waardoor de slechte staat van zijn tanden Joost niet ontgaat. Misschien komt de lucht wel uit zijn mond, bedenkt Joost zich. Meneer van Laarhoven gooit plots zijn hoofd in zijn nek en begint onbedaarlijk te lachen. Joost fronst zijn wenkbrauwen even en lacht vervolgens ongemakkelijk mee. 'Haha, jaja, mooi waren die dagen. Ik herinner mij nog dat Dirk, een man die ik altijd hoog had zitten, eens voorstelde op zo'n avond om koeien om te gaan duwen. Zomaar, omdat hij er zin in had. En wij allen natuurlijk mee, want de klare had zijn duivels werk al naar tevredenheid volbracht. We waren kachel. Dus wij, hup, in de auto, naar het dichtsbijzijnde weilandje, op zoek naar een koe. Dat vormde uiteraard geen probleem. Koeien zat. Auto's langs de kant, wij waggelend en lallend het weiland in. Nou, ik kan je vertellen dat zoiets nog niet meevalt. Die beesten slapen nauwelijks - twintig minuten op een dag heb ik mij ooit laten vertellen door een echte boer. En liggend, niet staan dus. En redelijk snel ter been ook. Maar goed, dat wisten wij toen nog niet. Ik denk dat we door de bank genomen zo'n dertig minuten lang achter die beesten aangezeten hebben, maar omduwen? Ho maar. Dirk, die trok dat niet. Die moest en zou een koe omduwen. Dat vond ie leuk, riep hij steeds. Het zag potsierlijk uit kan ik je vertellen, acht volwassen mannen, lachend als kinderen op een zomerse meidag pogend één van die loeiende koeien om te duwen. Dirk kon er niet meer om lachen. Die liep opeens terug naar één van de auto's. Des te meer hilariteit voor ons, want ja, zo gaat dat op zo'n avond, niet?' Joost knikte beamend, alhoewel de gedachte om een koe om te duwen nog nooit door zijn hoofd had gespeeld. Die kwam je dan ook weinig tegen, midden in de stad. Hij bleef maar voor zich uitkijken.

'Dat Dirk het zat was kwamen we op pijnlijke wijze te weten. Nauwelijks een paar minuten later keerde hij weer terug, wij nog altijd rollend door de blubber en de koeienpoep van het lachen - sommigen zaten nog altijd vergeefs één van die schreeuwende koeien op de huid. En Dirk, .. Dirk was toen als één van de weingen lid van een heuse schietclub. Sportschieten, noemde hij het altijd. Hij lachte niet meer en was druk bezig één van zijn pistolen te laden. Met ferme stappen liep hij het weiland weer in. Het idee dat hij een koe overhoop zou schieten maakte dat we de controle verloren. Allemaal lagen we nu op de grond alsof de Ziekte van de Lachstuip ons allen had geveld. Hij bleef halverwege staan en legde geconcentreerd aan. Sommigen bleven onbedaarlijk lachen, anderen - zoals mijn persoontje - keken even verontrust. Het zou toch niet zo zijn dat hij WERKELIJK een koe zou gaan omleggen? Een daverende knal in de seconde die op diezelfde gedachte volgde bewees anders. Als een logge boomstam viel een zwart-wit gevlekt exemplaar om. Zonder geluid. Het lachen stopte abrupt. Zelfs de andere koeien op het weiland bleven niet-begrijpend staan. Dirk liep op het dier af, bekeek het van dichtbij en schoot vervolgens nog eens drie kogels in de kop. Perplex, maar toch nieuwsgierig genoeg liepen we op het tafereel af. Het leek alsof de wereld een andere kleur had gekregen. Een beetje paars, nu ik erover nadenk. Toen we naderbij kwamen stopte Dirk zijn wapen weg. We hebben daar misschien tien minuten gestaan, zwijgend. Ik weet niet meer wie ermee begon, maar een fles oude klare werd opeens in mijn handen geduwd. Ik nam een fikse teug en gaf hem door.' Meneer van Laarhoven stopt even met zijn monoloog, kijkt ogenschijnlijk peinzend naar het langsflitsende wegdek. Hij vist nogmaals een sigaret uit zijn binnenzak, ditmaal zonder het pakje daadwerkelijk tevoorschijn te halen. De aansteker trilt lichtjes op het moment van aansteken. Joost doet alsof hij het niet ziet. Wel ziet hij de bruine vlekken op de overjas van de bestuurder. Hij neemt zich voor uit te stappen bij de eerstvolgende gelegenheid. Deze man heeft iets onbestemds over zich. Iets naargeestigs.

'Vanaf dat moment is het allemaal een beetje vaag. Die fles is een aantal malen rondgegaan. Net zolang tot ik uiteindelijk de laatste druppels eruit aan het schudden was. Niemand opperde de suggestie, en toch stonden we zonder overleg in een rijtje met onze jongeheren in de hand. Dirk was al klaar en ik was nummer drie.' Joost staart naar het dashboard, durft niet meer opzij te kijken. 'Gek genoeg,' vervolgde de bestuurder, 'was het een ervaring die mij aan het denken had gezet. Dat rozige zachte vlees week zonder problemen. Daar was niks mis mee. Maar die kop. Die kapotgeschoten kop, waar een lapje vlees van de neus opeens ontbrak en een oor er nog maar half aanhing, die keek me aan gedurende die tijd. Met één donker, onschuldig oog. Emotieloos, dat zeker, want dat beest was dood. En toch keek het mij aan. Ik kon het niet afronden, ik kon het gewoonweg niet. Nadat iedereen was geweest zijn we ingestapt en weggereden. Niemand sprak. En niemand was zo snugger geweest om die lege fles drank mee te nemen. Stom hè? Ieder's vingerafdrukken stond erop. Nouja, we hebben elkaar sindsdien eigenlijk niet meer gezien. Tenminste, ik kwam Dirk nog wel eenmaal tegen. In een dorpje bij de lokale kiosk geloof ik. Het kan trouwens ook het warenhuis geweest zijn. Veel hadden we elkaar niet te vertellen, dat weet ik nog wel. Later hoorde ik dat hij overleden was tijdens het geven van een schietles. Hij controleerde het wapen van een leerling en het ding ging af. Midden in zijn gezicht. Zwaar kaliber, dus er bleef niet veel meer van over. Het akkefietje haalde zelfs het landelijk dagblad. Volgens zeggen was zijn gezicht één grote puinzooi. Een rode krater met een aantal gaten erin.'

Joost heeft allang niet meer het idee dat meneer van Laarhoven tegen hem spreekt. Deze draait zich plots bruusk om in zijn richting. 'Weet je wat het was?' Joost wil eigenlijk heel hard gillen, maar houdt zich in en schudt ontkennend zijn hoofd. Uit alle macht  tracht hij niet te kokhalzen van de geur die vrijelijk zijn kant uitwaait. 'Wat het was,' terwijl hij zich weer op de weg concentreert, 'toen ik dat hoorde van Dirk's ongeluk, moest ik onmiddellijk denken aan dat oog. Dat emotieloze koeienoog. Dat beeld zie ik vaak voor me.'
De lichten van een tankstation doemen op in de verte.
'Ehm, ik stap hier wel uit, okè?'
'Oh, goed hoor. Red je het wel vanaf hier?' De grijns glijdt weer over zijn gezicht, daarmee zijn rotte tanden tonend.
'Tuurlijk, tuurlijk. Dat gaat heus lukken.' Hij bevoelt de sluiting van het portier alvast.
Met een zachte wiegende beweging komt het middenklasse voertuig tot stilstand voor het pompstation.
'Oké, hier dan. Nou, veel plezier nog met je vrinden en maak er een dolle boel van, ja?'
'Ik zal het zeker proberen,' zegt Joost terwijl hij het portier haastig openduwt. Tijdens het uitstappen ziet hij de bemodderde schoenen van de bestuurder nog vers geuren. 'En u nog bedankt voor de lift meneer.'
'Achja, da's goed hoor jong (Joo .. ach laat maar). Het ga je goed.'
Luid toeterend rijdt hij weg.
Joost kijkt hem beduusd na. Het tankstation oogt verlaten. Het regent nog steeds.

link to this.. | 09:25 | dreadloki | 73 hadden wat