De hut, waar het allemaal eigenlijk begint
Het Mausoleum, voor al uw oude koeien
Tattoo-Log, sommigen kunnen niet zonder
Inteelt, bij de gratie van

  

 

Prehistorisch

01 Okt - 31 Okt 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Feb - 28 Feb 2005
01 Dec - 31 Dec 2004
01 Nov - 30 Nov 2004
01 Okt - 31 Okt 2004
01 Sep - 30 Sep 2004
01 Aug - 31 Aug 2004
01 Jul - 31 Jul 2004
01 Jun - 30 Jun 2004
01 Mei - 31 Mei 2004
01 Apr - 30 Apr 2004
01 Mrt - 31 Mrt 2004
01 Jan - 31 Jan 2004
01 Dec - 31 Dec 2003
01 Nov - 30 Nov 2003
01 Okt - 31 Okt 2003
01 Sep - 30 Sep 2003
01 Aug - 31 Aug 2003
01 Jul - 31 Jul 2003
01 Jun - 30 Jun 2003
01 Mei - 31 Mei 2003
01 Apr - 30 Apr 2003
01 Mrt - 31 Mrt 2003
01 Feb - 28 Feb 2003
01 Jan - 31 Jan 2003
01 Dec - 31 Dec 2002
01 Nov - 30 Nov 2002
01 Okt - 31 Okt 2002
01 Sep - 30 Sep 2002

 
 
 
 
 

 

Iets kwijt?

 
 
 
 

 

Al deze vervuiling mede dankzij

PIVOT
DIGIZAAL

 

Iets op uw lever?

 

Reclame!

 

 

Tattoo Johnny Tattoo Designs World Famous Tattoo Design Gallery - Thousands of Tattoo Designs - Created by top tattoo artists and illustrators

 

 

Download Tattoo Designs for every Lifestyle

 

 

 

Het gaat niet geheel onopgemerkt

Vladimir en Violet
22 Feb '05 -
Het was de derde maandag van de maand toen er op de deur van professor Sonneveldt werd geklopt.
    ‘Binnen.’
Onopvallend trad Vladimir binnen en nam plaats tegenover de professor. Na diverse documenten van zijn paraaf voorzien te hebben keek de professor op.
    ‘Jongeheer Monnenz, biecht maar op: waarom verdoet u momenteel mijn tijd?’
    ‘Eh, … professor Sonneveldt, ik heb een verzoek.’
    ‘Oh?’
    ‘Eh, .. jawel. Ik heb u hierover al ingelicht, via de e-mail.’
    ‘Werkelijk?’
    ‘Eh, .. jawel.’
    ‘Zal ik maar eens kijken dan?’
    ‘Eh, .. als u zo goed wil zijn.’
    ‘Moment.’

Enkele ogenblikken later en een hoop ‘a-hm’s’ en ‘hmhm’s’ later richtte de professor zijn aandacht weer op Vladimir.
    ‘Dit is een hoogst ongebruikelijk verzoek, jongmens.’
    ‘Dat besef ik terdege, professor.’
    ‘Werkelijk?’
    ‘Jawel, .. professor.’
Sonneveldt nam zijn kin tussen wijsvinger en duim en streek er een aantal malen overheen. De grijze sik veerde bedachtzaam heen en terug. Een paar toetsaanslagen en de printer achter hem begon te ratelen. Ten slotte nam hij zijn pijp van tafel, stak deze aan en bestudeerde tijdens het inhaleren nonchalant de rand tussen muur en plafond. De zoete tabakslucht dreef langs Vladimir’s gezicht. Vanachter zijn brillenglazen bestudeerde hij de jongeman grondig. Vladimir bedwong de neiging om aan zijn neus te krabben, in plaats daarvan haakte hij zijn vingers in elkaar tot de vingertoppen witte afdrukken op de rug van zijn hand achterliet.

    ‘Goed. De Kemperskliniek dus. Ik neem aan dat je beseft dat het verre van gangbaar is om als reguliere student patiënten te interviewen?’
    ‘Jawel professor.’
    ‘En je bachelorthese gaat over …
    Zeg, zijn dat gedachte-experimenten waar ik hier over lees?’
Vladimir knikte bedeesd. Hoofdschuddend boog de professor zich over de uitgeprinte vellen.
    ‘Je moet eens wat minder Orwell lezen, jongmens. Daar ga je nog eens rare dingen van denken.’
Vladimir knikte nog eens.
    ‘A-hm, .. hmhm, hmja, .. oké. Ga je voor de cognitieve of de sociale vorm?’
    ‘Sociale psychologie, professor.’
    ‘Hmja, .. oké. Waarom eigenlijk?’
    ‘Omdat het .. eh .. cognitieve profiel teveel naar psychonomie neigt, dat is mij te abstract.’
    ‘Hmja, .. oké, je prefereert dus het intermenselijke contact.’
Vladimir schoof onrustig heen en weer op zijn stoel.
    ‘Eh .. ja mijnheer, dat klopt.’

Sonneveldt bladerde rustig door de papieren en nam zo nu en dan eens een trek van zijn pijp.
    ‘Vertel eens, jongmens Monnenz, wat is uw stelling precies?’
    ‘Nou, die staat onder-‘
    ‘Ik vraag u wat.’
    ‘Oh. Oh ja. Oké, … is het .. ehm .. mogelijk om andermans geest, en dus ook diens lichaam specifieke daden uit te laten voeren waar de ontvanger ernstige morele bezwaren tegen heeft?’
    'Iemand je wil opleggen dus. Een verlangen zo oud als de mens zelf, sinds zij uitgevonden heeft wat macht precies inhoudt. Bent u op zoek naar de Ultieme Soldaat, jongmens Monnenz?’
    ‘Eh, .. nee professor. Het proces van beheersing op afstand, dat is slechts hetgeen mijn interesse wekt.’
    ‘Ik snap hem. U bent de eerste niet en zult de laatste voorlopig niet zijn. Welke prominente schrijver siert uw literatuurlijst?’
    ‘Sorensen.’
Professor Sonneveldt pakte een velletje papier uit een lade, krabbelde er iets op en overhandigde het aan Vladimir.
    ‘Ach ja, “Thought Experiments”. Reuze amusant spul voor een filosoferend praatje in de lokale bruine kroeg. Niettemin: u mag kiezen, dat is het mooie van onze maatschappij.’
    ‘Helemaal waar, pro-‘
    ‘U kunt gaan. Sluit de deur achter u, alstublieft ..’
    ‘Eh, … dank u wel. Denk ik.’
Vladimir stond bijna op de gang toen de professor hem iets nariep.
    ‘Sorry, .. professor?’
    ‘… Kazminzsky. Dokter Kazminzsky moet je hebben. Aaron Kazminzsky. Vriendelijke vent, een beetje raar misschien.
    ‘Oh oké, nogmaals bedankt. Dag, tot ziens.’

Daar zat een kern van waarheid in. Dokter Kazminzsky, Aaron Kazminzsky was een apart figuur. Toupet, brilletje en een diepe frons. Vol trots pochte hij over zijn kliniek, waar zijn bestuurlijke wijze alom geprezen werd en waar zijn geprezen behandelmethodes ondertussen als standaard golden in de hedendaagse psychotherapie. Volgens zeggen mocht iedereen hem graag.
    ‘Ik mag deze man niet,’ bedacht Vladimir zich onmiddellijk toen hij zich voorstelde.
    ‘Jongeman, u bent op de juiste plek belandt. Geen kliniek ter wereld waar elk vakgebied binnen de psychologie zo naadloos verenigd wordt. Geen kliniek ter wereld waar de behaalde resultaten model staan voor welke andere kliniek dan ook.’
    ‘Eh, .. uw kliniek wordt alom geprezen, dokter. Ik ben .. eh .. vereerd dat u mij de ruimte laat voor enkele vraaggesprekken ter afronding van mijn bachelorthese.’
    ‘Ik doe het graag voor u, jongeman. Sonneveldt geeft hoog op van u. Monnenz was het, niet?’
    ‘Jawel, .. dokter Kazminzsky.’
    ‘Mooi, mooi zo. Ik heb een kamertje apart gehouden voor u en drie patiënten ingeroosterd die op uw uitdrukkelijk verzoek voldoen aan de gestelde norm. Vergeet niet: een half uur per patiënt, en maak ze niet los, onder geen beding. Nooit. Wat ze ook zeggen. De eerste laat ik om …. Half elf bezorgen, is dat wat?’
    ‘Geweldig, geweldig bedankt ook, dokter.’
    ‘Niks te danken. Neem anders een kop koffie in de kantine, ik stuur straks mijn receptioniste langs om u de weg te wijzen. Ik spreek u later op de dag wel aangaande uw verrichtingen - ik heb zelf een hoop werk op stapel liggen. De kantine is die kant op.’

De koffie was niet slecht. Niet goed ook, maar binnen een dergelijke kliniek had je het al getroffen als de koffie in elk geval ergens naar smaakte. Een sobere kantine, stroperige koffie en een map vol studiemateriaal. Voor Vladimir was de gelijkenis met de faculteit treffend.
    Tien over tien. Een jongedame betrad het vertrek. Zwart, lang haar. Sprekende ogen. Lachrimpeltjes. Volle lippen, zoet en kleverig. Een zonnig jurkje, misschien iets te zonnig voor dit jaargetijde. De ruimte fleurde er meteen van op.
    ‘Vladimir Monnenz?’
    ‘Ja, dat ben ik.’
    ‘Hoi, Violet Kamminga. Aangenaam.’
Tjilpende musjes, fluwelen wolken, satijnen rivierbeddingen, zijden bloembedden ….
    ‘… eh, sorry?’
    ‘Gaat u mee, deze kant op? Naar uw kamer, weet u nog?’
    ‘Ah. Uh, … ahum. Ja precies. Helemaal waar. Ehm, .. “je”, alsjeblieft, zoveel ontlopen we elkaar volgens mij niet. Vladimir Monnenz, overigens. Aangenaam.’ Hij wilde zijn hand opnieuw uitsteken, maar besefte dat ze al handen aan het schudden waren. Vladimir voelde de zon weer opnieuw schijnen, onder zijn kapsel.’
    ‘Dat zei je net al inderdaad, zal ik je dan nu de weg even wijzen naar de kamer?’
    ‘Ja! Eh, .. ja, graag. Bedankt! .. Alvast.’
    ‘Hihi, ja hoor, tuurlijk.’

Het afnemen van de interviews ging sneller dan verwacht. De eerste, een apathische jongeman van vierentwintig jaar oud bleek dusdanig apathisch dat Vladimir niets anders uit hem kreeg dan iets meer kwijl dan gewoonlijk. Dat, en een sloot urine die gelukkig in een luier werd opgevangen. De medewerkers van de kliniek waren ervaren. Het gesprek duurde achttien minuten.
    De tweede patiënt – een nogal agressieve jongeman van twintig jaar oud genaamd Milko – deed er een schepje bovenop. Hij communiceerde iets beter, maar kwam in de eerste instantie niet verder dan een paar keelklanken, was daarentegen wel in staat om zijn broek op zijn hielen te krijgen, te ejaculeren op tafel (als het even kon op Vladimir’s studiemateriaal) en hem vervolgens de huid vol schold in een taal die Vladimir identificeerde als Portugees. Zeker weten deed hij dat niet - zijn Portugees was minstens even slecht als het Nederlands van Milko. Gedurende dit interview was Milko(verplicht, volgens de reglementen van de Kemperskliniek) aan zijn stoel vastgeketend.
    Dit interview duurde zes minuten.

De lieftallige Violet bracht hem tussendoor nog een kop koffie waardoor hij voor eventjes verlost was van zijn mistroostige gedachten. Een glimlach van haar kant en hij zag het weer helemaal zitten. Hij riep zelfs overmoedig: ‘De volgende!’ onderwijl beseffend dat dit de laatste patiënt was en de kans van slagen eigenlijk nihil was. Evengoed riep hij het toch.
    Patiënt nummer drie, Jacob, leek nauwelijks op de voorgaande gesprekspartners. Hij was intelligent, beleefd en sociaal. Een kwartier later voegde Vladimir daar charmant, scherpzinnig en eloquent aan toe. Nog eens een half uur later bemerkte Vladimir dat hij zodanig geanimeerd zat te keuvelen, dat hij de tijd vergeten was. Het speet hem werkelijk het gesprek te moeten beëindigen, maar vroeg na afloop of Jacob iets voelde voor een vervolggesprek. Jacob stemde welwillend toe. Vladimir stond op het punt de medewerkers te roepen, toen Jacob zich vertrouwelijk naar hem toeboog.
    ‘ ….. Kazminzsky.’
    ‘… Sorry? Zei je iets?’
    ‘… Pas op voor Kazminzsky.’
    ‘Hoezo?’
    ‘Je zult me niet op m’n woord geloven, maar Kazminzsky is een gevaarlijke gek. Misschien wel de gevaarlijkste van ons allemaal. Wees voorzichtig met hem.’
    ‘Ik … volg je niet?’
Een schaduw gleed kortstondig over Jacob’s gezicht. Vladimir huiverde eventjes, alsof hij zich weer realiseerde dat de persoon tegenover hem niet voor niets aan zijn stoel geketend zat.
    ‘Vraag maar na. Maar wees discreet.’
Vladimir gezicht bleef een vraagteken, lang nadat hij de medewerkers geroepen had en Jacob naar zijn kamer teruggebracht werd.

Geruime tijd zat hij peinzend voor zich uit te kijken en bemerkte zelfs niet dat Violet naast hem stond totdat deze hem zachtjes aantikte.
    ‘Hee, gaat ie?’
    ‘Oh, … eh .. jahoor. Best. Stond je daar al lang?’
Ze glimlachte geamuseerd. Vladimir voelde de zon in zijn hoofd weer aanzwellen.
    ‘Lang genoeg. Heb je straks zin in een kop koffie? Je zoveelste?’
    ‘In de kantine?’
    ‘Haha, nee joh, buiten. In een cafetaria, een paar straten verderop. Je hebt genoeg gezien hier, denk je niet?’
    ‘Graag. Heel graag zelfs.’
    ‘Gezellig. Ik ben over …. drie kwartier klaar. Zie ik je daar? Wacht, ik schrijf het adres even voor je op.’
Violet krabbelde iets op een blocnote en Vladimir vroeg, in een opwelling:
    ‘Zeg, die dokter Kazminzsky, is daar iets mis mee?’
Abrupt stopte ze met schrijven.
    ‘.. Eh, .. hoezo?’
    ‘Nou, .. Jacob, die waarschuwde mij daarnet voor hem. Vandaar. Puur nieuwsgierigh-‘
Resoluut legde ze haar hand op zijn mond en fluisterde:
    ‘Luister, pas op met wat je vraagt. De dokter heeft een verleden.’
Zachtjes duwde hij haar hand weg.
    ‘Verleden, wat bedoel je?’
    ‘Hij is ontslagen uit eerdere inrichtingen, wegens wangedrag met patiënten. Het is nooit bewezen, maar er zou sprake zijn van misbruik van middelen.’
    ‘Hoe … bedoel je?’
Een rilling trok langs zijn rug omhoog en bleef kriebelen in zijn nek, als een knetterend brok ijs.
    ‘Ik weet het fijne er niet van, maar ik heb gehoord dat er diverse experimenten met hallucinogenen, bloedtransfusies en hersentransplantaties zijn uitgevoerd. Pas alsjeblieft op.’
Verschrikt keek ze op, alsof ze iets op de gang voorbij hoorde sluipen.
    ‘We moeten nu echt gaan. Ik zie je straks in de cafetaria, oké?’
Ze overhandigde hem het adres. Beduusd bleef hij nog enkele ogenblikken zitten. Uiteindelijk stond hij op en besloot de dokter op te zoeken voor de evaluatie.

    ‘Aah, jongeheer Monnenz. En? Bent u een beetje gastvrij ontvangen? De jongens kunnen zich zo nu en dan wel eens .. primitief uiten, zeg maar.
Dokter Kazminzsky glimlachte beminnelijk. Vladimir rommelde wat met zijn papieren.
    ‘Eh, .. jahoor dokter. Prima. Ik denk dat ik een goede indruk gekregen heb van het geheel. Ik wilde vragen, .. ‘
    ‘Vraag, .. vraag gerust.’
    ‘.. Ik wilde vragen, .. is het mogelijk om patiënt nummer drie, Jacob, nog eens te spreken? Morgen wellicht?’
    ‘Jacob? Hmm .. ’
De dokter stond op en liep langs enkele schilderijen aan de muur, ze bestuderend alsof hij zocht naar onvolkomenheden. Eén daarvan hing hij recht, ofschoon deze al recht leek te hangen.
    ‘Wist je, Vladimir .. mag ik Vladimir zeggen?’
    ‘Eh, .. tuurlijk dokter.’
    ‘Oké, Vladimir, je wist al dat dit niet mijn eerste betrekking is?’
    ‘Ehm, .. nee dokter?’
    ‘Nee, natuurlijk wist je dat niet. Nu, je moet weten dat ik in eerdere klinieken werkzaam ben geweest. Dat waren instellingen die mijn methodes vaak niet op .. waarde konden schatten. Die .. figuren, die zijn ziek. Ziek tot op het bot. Ongeneesbaar, ook al zullen velen mij op dat punt betwisten. Soms vergeten mensen dat wel eens. En ik, ik zocht naar .. manieren om deze .. mensen weer een menswaardig bestaan te gunnen. En in mijn streven begrepen sommigen mij weer niet. Dat leverde vaak verwarring op, verwarring die voorkomen had kunnen worden als mensen maar met hun neuzen in dezelfde richting zouden wijzen. Snap je?’
    ‘Eh, .. ik denk het wel, dokter.’
    ‘En als al die neuzen in dezelfde richting zouden wijzen, zouden zij tegelijkertijd ook beter in staat zijn om gelijktijdig de smurrie te ruiken die onder hun voeten weg lag te rotten. Snap je?’
Vladimir knikte, maar het vraagteken op zijn gezicht bleef.
    
    ‘Nou ja, sommige lieden meenden mij te moeten terechtwijzen, alsof ik het belang van de kliniek niet onder ogen zou zien, terwijl juist dat bij mij het hoogste goed is, snap je? Sommige rigoureuze problemen vereisen nu eenmaal rigoureuze oplossingen, maar zoiets valt lastig uit te leggen als de neuzen niet in dezelfde richting wijzen. Luister, als je je masteropleiding voltooid hebt, althans, ik weet niet voor welk profiel je gaat kiezen .. ?’
    ‘Sociale psychologie, dokter. Waarschijnlijk wel.’
    ‘Ah mooi, dat zou er naadloos op aansluiten. Nu, als je het afgerond hebt, wat zou je er dan van denken om voor mij te komen werken, hm? Lijkt je dat wat?’
    ‘Ik, .. eh .. ik zou vereerd zijn, dokter. Dank u voor het aanbod.’
    ‘Geen dank, geen dank.’
Dokter Kazminzsky bestudeerde weer zijn schilderijen. Vladimir had het idee dat de conversatie beëindigd was en maakte aanstalten om de kamer te verlaten. De man boezemde hem angst in.

    ‘Oh ja, Jacob. Het kan, wat mij betreft, maar realiseer je wel het volgende: Ofschoon hij vrij “normaal’ mag overkomen, leer wel zijn achtergrond. Vanavond nog. Ik weet dat je de dossiers van de patiënten expliciet achterwege hebt gelaten om een blanco indruk van ze te krijgen, ongetwijfeld onderdeel van je bachelorthese, maar deze jongeman zit hier met een reden.
Hij werd anderhalf jaar geleden opgepakt, in zijn huis, terwijl het ongedierte door zijn woonkamer kroop. De stank alarmeerde uiteindelijk de buren. En niet zozeer vanwege enkele beschimmelde etensresten, maar een kelder met drie vegeterende lijken. Sectie wees uit dat het zijn echtgenote en haar ouders waren. In dusdanig slechte staat dat identificatie haast onmogelijk was. Sommige lichaamsdelen waren met de blote hand losgescheurd, daarna gekookt en verorberd. Smakelijk, niet? Waarom hij dan niet ter dood veroordeeld werd en in plaats daarvan hier zit? Omdat hij niet de domste is, zoals je al gemerkt hebt. Nee, hij werd compleet krankzinnig verklaard en op basis van goed gedrag werd hij vorig jaar hier naartoe overgeplaatst. Ik zal zorgen dat je het dossier krijgt. Morgen om half elf kun je hem weer spreken. Dat was alles.’

Vladimir wachtte even tot de krampen in zijn maag gezakt waren toen hij eindelijk op de gang stond, weg van die bedompte kamer. Hij wist zich te herpakken. Toen hij bij zijn kamer terugkwam, vond hij het dossier, netjes bovenop zijn eigen spulletjes. Hij verliet het gebouw zonder omkijken en koerste naar de cafetaria.

    ‘Hee Vlaatje, koffie?’
Een flauwe glimlach speelde rond zijn lippen terwijl hij tegenover Violet plaatsnam.
    ‘Hmm, je kunt wel iets sterkers gebruiken, volgens mij. Je ziet een beetje pips?’
    ‘Ehr, .. oh ja? Nou ja, goed idee, inderdaad. Doe maar een biertje dan.’
    ‘Komt voor elkaar! Mariska, twee pilsjes alsjeblieft!’ riep ze naar de jongedame achter de bar.
    ‘En? Oh wacht, ik zie het al. Viel het tegen?’
    ‘Nou ja, hangt ervan af. Morgen ben ik er in elk geval weer, half elf een gesprek met Jacob.’
    ‘Huu, met die griezel?’
Vladimir stond op het punt om het relaas van Kazminzsky met haar te delen, maar zag ervan af. In plaats daarvan vroeg hij haar naar de reguliere dingetjes. Waarom ze daar werkte, hoelang, hoe ze tegen het leven aankeek, of ze katten had (die had ze, een grijze), of ze een sportief type was, welke film ze het laatst gezien had, wie haar favoriete schrijver was (Lovecraft, wat voor hem gelijkstond aan een dame die van voetbal en kung-fu films hield) en of ze hier in de buurt woonde. Dat deed ze.

Ze was geweldig, in alle opzichten. Hij stond met één voet op het vloerkleed, met de andere steunde hij op haar bureaustoel en op die wijze penetreerde hij haar achterlangs terwijl zij voorovergebogen tegen haar bureau stond. Hijgend riep ze – terwijl ze achterom keek naar zijn zwoegende gezicht - dat het harder moest, dat hij meer moest rammen, dat ze zijn ballen tegen haar billen wilde voelen klotsen. Hij beaamde haar voorstel door haar heupen te grijpen en zijn tempo te versnellen, wat niet meeviel aangezien de bureaustoel redelijk aftands oogde (en uiteindelijk ook was) en irritant begon te schuiven en te piepen, synchroon met zijn beukende heupen. Met een rood aangelopen hoofd keek hij verlekkerd toe hoe zijn piemel tussen haar lippen schoof, steeds sneller, terwijl er wit vocht tussen zijn schaamhaar bleef plakken. Haar billen resoneerden prettig, elke keer wanneer hij diep in haar drong. Ze vroeg of het nog sneller kon, terwijl haar bureau met daarop haar monitor, keyboard, muis, achttien delen Lovecraft, zes delen Poe, een lege pizzadoos, mascara, lippenstift, een paar losse cd’s en een cd-box, twee lege kopjes, een volle asbak, enkele onbetaalde rekeningen, een stapeltje glossy tijdschriften, drie videobanden die overduidelijk nog geretourneerd moesten worden en geopende zak drop vervaarlijk begon te schuiven.
Vladimir beaamde dit wederom en spoot haar subiet vol. De condooms lagen onaangeroerd op tafel.

Na de vierde keer moest Vladimir schoorvoetend toegeven dat hij nu echt niet meer wilde.
    ‘Aah, nog één keertje!’ smeekte Violet.
    ‘Nee, alsjeblieft, niet meer. Je bent te goed. Echt.’
    ‘Komop kanjer, nog één keer, de laatste, oké?’
    ‘Nou vooruit, nog één keer dan, maar da’s echt de laatste, oké?’
    ‘Hihihi, da’s goed! Oké, wie was?’
    ‘Jij moest beginnen, toch?’
    ‘Oké, gaat ie.’
De dobbelstenen rolden over het Mens-erger-je-niet bord.
    ‘Vijf! Hah!’

Loom lag Valdimir in het donker naar het plafond te staren. Zijn sigaret gloeide sporadisch op, als een traag knipperend oranje oog. Violet sliep bijna, haar lichaam schokte steeds minder. Hij knipte een lichtje aan, om het dossier te kunnen bestuderen. Violet klaagde mild en rolde zich verder op in haar dekbed.
    De details logen er niet om. Jacob had zich inderdaad uitgeleefd, zes maanden na zijn trouwerij. Ook aangaande de antropofagie had Kazminzsky niet overdreven. Jacob had stukken vlees uit het gezicht van zijn vrouw gesneden, uit haar buik, haar schaamlippen eraf geknipt, delen van haar dijen eraf geschild, de ogen uit haar schedel gepulkt en deze in een pan met hete boter gestopt en peterselie en tijm als garnering gebruikt. Naderhand vonden ze wat verkoolde restjes terug op het fornuis. Toen kwam hij pas echt los. Met een bijl heeft hij zijn schoonouders onherkenbaar verminkt door herhaaldelijk op hun gezichten in te slaan, de handen en voeten eraf gehakt en geprobeerd deze te gaar te stoven in zijn oven. Geen hap van zijn schoonouders genomen, dus geen meesterkok, maar wel een fijnproever.
    Vermoeid legde hij het dossier weg, knipte het licht uit en liet zich wegzakken. Na zijn derde ademtocht zakte hij verder weg, de onderliggende dimensie in.

Terug in de kliniek. Rimpelig beeld, alsof er een permanente waterdruppel in de hoek van zijn ogen zat. De trap op, naar binnen. Hij hoorde zichzelf zwaar ademen. Voetstappen terwijl hij door het gangenstelsel liep, op zoek naar iets. Of iemand. Holle voetstappen. Vochtige voetstappen, alsof hij op een tegelvloer liep waarover emmers modder gedrapeerd waren. Hij controleerde zijn voeten. Bloed. Overal. Alsof er ergens een kraan openstond.
    Vermoedde al zoiets. Deur. Hier is het. Zachtjes. Vergrendeld. Nee, toch niet. Open. Naar binnen. Wie slaapt hier? Licht? Werkt niet. Hijgen. Ik? Nee. Bed. Wie ligt daarin? Kan niks zien. Koud staal, in mijn hand. Scalpel. Snijden. Ik snij. Vochtig. Verder snijden. Sneller. Harder. Steken. Snijden. Steken. Snijden. Ik schrijf mijn naam. Moetmoetmoetmoetmoet ….. Kaz-minz-sky. Kaz-minz-sky. Kaz-minz-sky. Aa-ron Kaz-minz-sky. Nee! Ik ben niet .. ! Kaz-minz-sky! Kaz-minz-sky!
Licht gaat aan. Milko! Vastgebonden op bed. Aan stukken gesneden. Kan zijn ingewanden zien. Mond en kin, aan rafels. Afgesneden piemel in het gat van zijn gezicht gepropt. Overdwars. Scalpel? Scalpel! Ik .. ik, nee! Nee, .. niet ik! Weg hier!

Door de gangen, voorbij de deuren. Hijgend, piepend ademen. Scalpel? Heb ik laten vallen. Moet hier weg. Snel! Door de gangen, voorbij de deuren. Hier. Douchecabine. Snel. Afspoelen. Aan. Heet. Prettig. Veel bloed. Teveel. Handdoek. Fris. Hoe zie ik eruit? Daar. Spiegel. Nee? Nee! Neeeee!

Met een ruk schiet Vladimir overeind, de lakens kleven aan zijn lichaam. Met een onbeheerste klap slaat hij de lamp van het nachtkastje. Vloekend voelt hij langs het bed, vindt de lamp, zet hem terug en probeert hem aan te drukken. Bij de derde poging krijgt hij hem aan. Zijn hart bonst wild. Half tien ’s ochtends, volgens de wekker. Geen bloed, geen scalpel. Hij staart naar de muur en in zijn hoofd ziet hij nog altijd de laatste, levendige herinnering uit zijn nachtmerrie.
    Aaron Kazminzsky. In zijn spiegelbeeld.

Tien voor half elf. Hij moest zich haasten. Violet had hij niet meer gezien. Ze had geen briefje voor hem achtergelaten, maar hij hoopte haar te treffen in de kliniek. Met een beetje geluk voordat hij met Jacob zou praten.
    Geen Violet in de kliniek. Nergens. Opschieten dan. Hij rende naar de gereserveerde kamer, zich ervan vergewissend dat de vloer op de gang schoon was. Druk bezig met het verzamelen van zijn spullen. Jacob wordt zwijgend naar binnen geleidt. Hij wachtte met praten totdat ze met z’n tweeën achterbleven.
    ‘Jacob, euh .. je hebt me dan wel gewaarschuwd voor Kazminzsky, maar had je niet wat eerlijker over jezelf kunnen zijn?’
    ‘Shit, microfoons, ik had het kunnen weten. Luister, Vladimir, dat dossier is nep. Ik heb nog nooit iemand vermoord.’
    ‘Nee? En je vrouw dan? En haar ouders? Je hebt ze gevild, gekookt en opgegeten!’
    ‘Ik ben niet getrouwd. Nooit geweest ook. Eerlijk.’
    ‘Waarom zou ik je geloven?’
    ‘Vertel eens, wat heb je gedroomd vannacht, Vladimir? Speelde de dokter mee? En je vriendinnetje? Nog gezien vandaag?’
    ‘Schoft!’
Als een wild dier besprong hij Jacob, sloeg hem een paar keer hard in het gezicht en schudde hem door elkaar. Spuug vloog van zijn lippen.
    ‘Klootzak! Waar-is-ze!?!’
    ‘Ughe, ughe .. Luister Vladimir, we kunnen haar nog redden. En jezelf ook. Maar dan moeten we opschieten. Maak me los en ik help je.’
Vladimir twijfelde. Moest hij niet de makkelijkste weg kiezen, naar buiten, de straat op? Misschien moest hij de politie waarschuwen – aan de andere kant, ze zouden hem niet geloven zonder bewijs. Maar hij vreesde voor haar leven, dat kon hij niet ontkennen. Hij koos voor Violet en daarmee waarschijnlijk voor zijn eigen dood. Of erger.

Hij werd onaangenaam verrast.
    ‘Hee, je zit nauwelijks vast. Geen handboeien, maar slechts repen stof. Wist je dat?’
    ‘Nee? Shit, het gaat echt gebeuren. Maak ze los dan.’
Hij twijfelde weer.
    ‘Wacht hier, ik ben zo terug.’
    ‘Schiet op.’
Behoedzaam liep hij de kamer uit, de gang door, en stopte bij de voorraadkamer. Niemand. Hij vertrouwde er nog steeds niet op. In de voorraadkamer vond hij een oude bestekbak, met een aantal gebruikte scalpels. Slordig, dat ze dat spul hier laten rondslingeren. De minst vuile nam hij mee terug naar de kamer. Jacob zat er nog altijd. Hij sneed hem los.

    ‘Zeg op, Jacob, wat is er hier aan de hand? Vertel.’
    ‘Ik ben net zoals jij een student, nou ja, een “voormalig student” psychologie. Ik zou hier stage lopen, maar werd plotseling van moord verdacht en ze hebben me nooit meer laten gaan. Er kwam geen politie aan te pas. Ze houden me nu iets langer dan een jaar vast en jij bent student nummer drie waar ik mijn hoop op had gevestigd.’
    ‘Wat bedoel je? Wist je gisteren al dat dit zou gaan gebeuren?’
    ‘Jazeker, maar ik moest voorzichtig wezen. En liegen. Zodra ze wisten dat je zou komen, hebben ze mijn medicamenten stopgezet. Zie je, ze rekenen erop dat ik je ga helpen, en daarom gunnen ze mij een beetje helderheid. Deze kant op.’
    ‘Maar wat bedoel je met student nummer drie? Wat gebeurt er allemaal! En hoe wist je dat ik vannacht over de professor had gedroomd?’
    ‘Ik heb hetzelfde meegemaakt, Vladimir, daarom. Maar luister, we moeten hier wegkomen, een nieuwe kans krijgen we niet. Shit, waar was het ook alweer?’

Vladimir greep Jacob bij zijn pyjamajasje en drukte hem hardhandig tegen de muur.
    ‘Nee, ik wil NU antwoorden, Jacob!’
Met zijn vrije hand zette hij de punt van het operatiemes tegen diens keel. Jacob keek hem angstig aan.
    ‘Vladimir, alsjeblieft, we moeten hier weg. Daarna kun je me vragen wat je wilt.’
    ‘Nee! Ik wil weten waar die andere studenten zijn, wie “ze” zijn en waar is Violet!’
    ‘De laatste student die hier stage kwam lopen en een gesprek met mij afnam heette .. Milko nogiets. Proefkonijnen, dat zijn we. En Violet hoort bij “ze”! Wat dacht je dan man! Heb je haar genaaid, hm? Hard, tegen haar bureau aan? En heeft ze nog altijd al die Lovecraft-boeken!?? We moeten weg hier, SNAP DAT NOU!’
    ‘Milko .. Oh god, oh godohgod .. Neenee, dat kan niet, je liegt, je liegt! JE LIEGT!’
    ‘Laat me los klootzak, je jaagt ons allebei de dood in, idioot!’
    ‘Nee! Neeee!’
En met die kreet drukte hij het mes door. Verslagen keek hij toe hoe Jacob naar de grond zeeg en gorgelend in zijn eigen bloed stierf, terwijl de dunsnijder als een langgerekte pukkel uit zijn nek stak. Hij begon te snikken.

    ‘Komaan Vladimir, het is tijd. Kom maar mee.’
Kazminzsky.
    ‘Jij vuile-‘
Een felle pijn, in zijn nek, als een reusachtige bijensteek. Hij draaide zich om naar zijn belager. Violet. Glimlachend. Nog altijd fabelachtig mooi. Sexy. Dodelijk. Met een nadruppelende injectienaald in haar hand. Dat dossier - zij had het hem bezorgd. Natuurlijk. Duisternis.

Helse pijnen. Overal. Nauwelijks beweging mogelijk. Vastgesnoerd, op een matras. Kazminzsky.
    ‘Vuile smeerlap! Waar ben je!’
    ‘Hier, mijn jong, rustig maar. Rustig maar.’
    ‘Smerige kankerratten, jullie zullen boeten! Pleurislijders! Jij hebt Milko gedrogeerd, krankzinnig gemaakt en hem vervolgens vermoord, jij, .. jij schoft!’
    ‘Haha, nee hoor, beste jongen. Integendeel. Ziehier. Violet, mijn liefste, wil je zo goed zijn?’
    ‘Jawel, dokter. Kijk eens hier, Vlaatje.’
Ze wijst omhoog. Een monitor, aan het plafond. Slechte kwaliteit, maar onmiskenbaar Vladimir die door de gangen van de kliniek sluipt. Zijn scalpel blinkt kortstondig. Hij opent een deur, Milko ligt op bed. Vastgebonden. Vladimir begint te snijden in het weerloze lichaam, in het gezicht, snijdt dwars door het borstbeen, bloed spuit eruit. Dit gaat zo vijf minuten door. Vladimir verlaat het vertrek. Milko blijft achter, onherkenbaar. De monitor floept uit.
    ‘Of wil je de videoband van die arme Jacob ook nog zien? Kan hoor? Hahaha.’
Vladimir begint te huilen, roept waarom, waarom. Violet maakt een serie spuiten klaar. Dokter Kazminzsky verlaat de kamer, zijn telefoon gaat. Vladimir gilt, onophoudelijk.

    ‘Sonneveldt? Ha, hoe gaat het, kerel?’ Jaja, jazeker. Mooi exemplaar, absoluut, absoluut. Nou, vind ik ook. Laten we afspreken. Morgenmiddag.
    Lunch?

link to this.. | 21:39 | dreadloki | 32 hadden wat