Het was de derde maandag van de maand toen er op de deur van professor Sonneveldt werd geklopt.
‘Binnen.’
Onopvallend trad Vladimir binnen en nam plaats tegenover de professor.
Na diverse documenten van zijn paraaf voorzien te hebben keek de
professor op.
‘Jongeheer Monnenz, biecht maar op: waarom verdoet u momenteel mijn tijd?’
‘Eh, … professor Sonneveldt, ik heb een verzoek.’
‘Oh?’
‘Eh, .. jawel. Ik heb u hierover al ingelicht, via de e-mail.’
‘Werkelijk?’
‘Eh, .. jawel.’
‘Zal ik maar eens kijken dan?’
‘Eh, .. als u zo goed wil zijn.’
‘Moment.’
Enkele ogenblikken later en een hoop ‘a-hm’s’ en ‘hmhm’s’ later richtte de professor zijn aandacht weer op Vladimir.
‘Dit is een hoogst ongebruikelijk verzoek, jongmens.’
‘Dat besef ik terdege, professor.’
‘Werkelijk?’
‘Jawel, .. professor.’
Sonneveldt nam zijn kin tussen wijsvinger en duim en streek er een
aantal malen overheen. De grijze sik veerde bedachtzaam heen en terug. Een
paar toetsaanslagen en de printer achter hem begon te ratelen. Ten
slotte nam hij zijn pijp van tafel, stak deze aan en bestudeerde
tijdens het inhaleren nonchalant de rand tussen muur en plafond. De
zoete tabakslucht dreef langs Vladimir’s gezicht. Vanachter zijn
brillenglazen bestudeerde hij de jongeman grondig. Vladimir bedwong de
neiging om aan zijn neus te krabben, in plaats daarvan haakte hij zijn
vingers in elkaar tot de vingertoppen witte afdrukken op de rug van
zijn hand achterliet.
‘Goed. De Kemperskliniek dus. Ik neem aan dat je
beseft dat het verre van gangbaar is om als reguliere student patiënten
te interviewen?’ ‘Jawel professor.’ ‘En je bachelorthese gaat over …
Zeg, zijn dat gedachte-experimenten waar ik hier over lees?’
Vladimir knikte bedeesd. Hoofdschuddend boog de professor zich over de uitgeprinte vellen. ‘Je moet eens wat minder Orwell lezen, jongmens. Daar ga je nog eens rare dingen van denken.’
Vladimir knikte nog eens. ‘A-hm, .. hmhm, hmja, .. oké. Ga je voor de cognitieve of de sociale vorm?’ ‘Sociale psychologie, professor.’ ‘Hmja, .. oké. Waarom eigenlijk?’ ‘Omdat het .. eh .. cognitieve profiel teveel naar psychonomie neigt, dat is mij te abstract.’ ‘Hmja, .. oké, je prefereert dus het intermenselijke contact.’
Vladimir schoof onrustig heen en weer op zijn stoel. ‘Eh .. ja mijnheer, dat klopt.’
Sonneveldt bladerde rustig door de papieren en nam zo nu en dan eens een trek van zijn pijp.
‘Vertel eens, jongmens Monnenz, wat is uw stelling precies?’
‘Nou, die staat onder-‘
‘Ik vraag u wat.’
‘Oh. Oh ja. Oké, … is het .. ehm .. mogelijk om
andermans geest, en dus ook diens lichaam specifieke daden uit te laten
voeren waar de ontvanger ernstige morele bezwaren tegen heeft?’
'Iemand je wil opleggen dus. Een verlangen zo oud als
de mens zelf, sinds zij uitgevonden heeft wat macht precies inhoudt.
Bent u op zoek naar de Ultieme Soldaat, jongmens Monnenz?’
‘Eh, .. nee professor. Het proces van beheersing op afstand, dat is slechts hetgeen mijn interesse wekt.’
‘Ik snap hem. U bent de eerste niet en zult de
laatste voorlopig niet zijn. Welke prominente schrijver siert uw
literatuurlijst?’
‘Sorensen.’
Professor Sonneveldt pakte een velletje papier uit
een lade, krabbelde er iets op en overhandigde het aan Vladimir. ‘Ach ja, “Thought Experiments”. Reuze amusant spul voor een
filosoferend praatje in de lokale bruine kroeg. Niettemin: u mag
kiezen, dat is het mooie van onze maatschappij.’
‘Helemaal waar, pro-‘ ‘U kunt gaan. Sluit de deur achter u, alstublieft ..’ ‘Eh, … dank u wel. Denk ik.’
Vladimir stond bijna op de gang toen de professor hem iets nariep. ‘Sorry, .. professor?’
‘… Kazminzsky. Dokter Kazminzsky moet je hebben. Aaron Kazminzsky.
Vriendelijke vent, een beetje raar misschien. ‘Oh oké, nogmaals bedankt. Dag, tot ziens.’
Daar zat een kern van waarheid in. Dokter Kazminzsky, Aaron Kazminzsky was
een apart figuur. Toupet, brilletje en een diepe frons. Vol
trots pochte hij over zijn kliniek, waar zijn bestuurlijke wijze alom geprezen werd en waar zijn geprezen
behandelmethodes ondertussen als standaard golden in de hedendaagse
psychotherapie. Volgens zeggen mocht iedereen hem graag. ‘Ik mag deze man niet,’ bedacht Vladimir zich onmiddellijk toen hij zich voorstelde. ‘Jongeman, u bent op de juiste plek belandt. Geen kliniek ter wereld
waar elk vakgebied binnen de psychologie zo naadloos verenigd wordt.
Geen kliniek ter wereld waar de behaalde resultaten model staan voor
welke andere kliniek dan ook.’ ‘Eh, .. uw kliniek wordt alom geprezen, dokter. Ik ben .. eh
.. vereerd dat u mij de ruimte laat voor enkele vraaggesprekken ter
afronding van mijn bachelorthese.’ ‘Ik doe het graag voor u, jongeman. Sonneveldt geeft hoog op van u. Monnenz was het, niet?’ ‘Jawel, .. dokter Kazminzsky.’ ‘Mooi, mooi zo. Ik heb een kamertje apart gehouden voor u en drie
patiënten ingeroosterd die op uw uitdrukkelijk verzoek voldoen aan de
gestelde norm. Vergeet niet: een half uur per patiënt, en maak ze niet
los, onder geen beding. Nooit. Wat ze ook zeggen. De eerste laat ik om
…. Half elf bezorgen, is dat wat?’ ‘Geweldig, geweldig bedankt ook, dokter.’ ‘Niks te danken. Neem anders een kop koffie in de kantine, ik stuur
straks mijn receptioniste langs om u de weg te wijzen. Ik spreek u
later op de dag wel aangaande uw verrichtingen - ik heb zelf een hoop
werk op stapel liggen. De kantine is die kant op.’
De koffie was niet slecht. Niet goed ook, maar binnen een dergelijke
kliniek had je het al getroffen als de koffie in elk geval ergens naar
smaakte. Een sobere kantine, stroperige koffie en een map vol
studiemateriaal. Voor Vladimir was de gelijkenis met de faculteit
treffend.
Tien over tien. Een jongedame betrad het vertrek.
Zwart, lang haar. Sprekende ogen. Lachrimpeltjes. Volle lippen, zoet en
kleverig. Een zonnig jurkje, misschien iets te zonnig voor dit
jaargetijde. De ruimte fleurde er meteen van op.
‘Vladimir Monnenz?’
‘Ja, dat ben ik.’
‘Hoi, Violet Kamminga. Aangenaam.’
Tjilpende musjes, fluwelen wolken, satijnen rivierbeddingen, zijden bloembedden ….
‘… eh, sorry?’
‘Gaat u mee, deze kant op? Naar uw kamer, weet u nog?’
‘Ah. Uh, … ahum. Ja precies. Helemaal waar. Ehm, ..
“je”, alsjeblieft, zoveel ontlopen we elkaar volgens mij niet. Vladimir
Monnenz, overigens. Aangenaam.’ Hij wilde zijn hand opnieuw uitsteken,
maar besefte dat ze al handen aan het schudden waren. Vladimir voelde
de zon weer opnieuw schijnen, onder zijn kapsel.’
‘Dat zei je net al inderdaad, zal ik je dan nu de weg even wijzen naar de kamer?’ ‘Ja! Eh, .. ja, graag. Bedankt! .. Alvast.’ ‘Hihi, ja hoor, tuurlijk.’
Het afnemen van de interviews ging sneller dan verwacht. De eerste, een
apathische jongeman van vierentwintig jaar oud bleek dusdanig apathisch
dat Vladimir niets anders uit hem kreeg dan iets meer kwijl dan
gewoonlijk. Dat, en een sloot urine die gelukkig in een luier werd
opgevangen. De medewerkers van de kliniek waren ervaren. Het gesprek
duurde achttien minuten.
De tweede patiënt – een nogal agressieve jongeman
van twintig jaar oud genaamd Milko – deed er een schepje bovenop. Hij
communiceerde iets beter, maar kwam in de eerste instantie niet verder
dan een paar keelklanken, was daarentegen wel in staat om zijn broek op
zijn hielen te krijgen, te ejaculeren op tafel (als het even kon op
Vladimir’s studiemateriaal) en hem vervolgens de huid vol schold in een
taal die Vladimir identificeerde als Portugees. Zeker weten deed hij
dat niet - zijn Portugees was minstens even slecht als het Nederlands
van Milko. Gedurende dit interview was Milko(verplicht, volgens de
reglementen van de Kemperskliniek) aan zijn stoel vastgeketend.
Dit interview duurde zes minuten.
De lieftallige Violet bracht hem tussendoor nog een kop koffie waardoor
hij voor eventjes verlost was van zijn mistroostige gedachten. Een
glimlach van haar kant en hij zag het weer helemaal zitten. Hij riep
zelfs overmoedig: ‘De volgende!’ onderwijl beseffend dat dit de laatste
patiënt was en de kans van slagen eigenlijk nihil was. Evengoed riep
hij het toch.
Patiënt nummer drie, Jacob, leek nauwelijks op de
voorgaande gesprekspartners. Hij was intelligent, beleefd en sociaal.
Een kwartier later voegde Vladimir daar charmant, scherpzinnig en
eloquent aan toe. Nog eens een half uur later bemerkte Vladimir dat hij
zodanig geanimeerd zat te keuvelen, dat hij de tijd vergeten was. Het
speet hem werkelijk het gesprek te moeten beëindigen, maar vroeg na
afloop of Jacob iets voelde voor een vervolggesprek. Jacob stemde
welwillend toe. Vladimir stond op het punt de medewerkers te roepen,
toen Jacob zich vertrouwelijk naar hem toeboog.
‘ ….. Kazminzsky.’
‘… Sorry? Zei je iets?’
‘… Pas op voor Kazminzsky.’
‘Hoezo?’
‘Je zult me niet op m’n woord geloven, maar
Kazminzsky is een gevaarlijke gek. Misschien wel de gevaarlijkste van
ons allemaal. Wees voorzichtig met hem.’
‘Ik … volg je niet?’
Een schaduw gleed kortstondig over Jacob’s gezicht. Vladimir huiverde
eventjes, alsof hij zich weer realiseerde dat de persoon tegenover hem
niet voor niets aan zijn stoel geketend zat.
‘Vraag maar na. Maar wees discreet.’
Vladimir gezicht bleef een vraagteken, lang nadat hij de medewerkers geroepen had en Jacob naar zijn kamer teruggebracht werd.
Geruime tijd zat hij peinzend voor zich uit te kijken en bemerkte zelfs
niet dat Violet naast hem stond totdat deze hem zachtjes aantikte.
‘Hee, gaat ie?’
‘Oh, … eh .. jahoor. Best. Stond je daar al lang?’
Ze glimlachte geamuseerd. Vladimir voelde de zon in zijn hoofd weer aanzwellen.
‘Lang genoeg. Heb je straks zin in een kop koffie? Je zoveelste?’
‘In de kantine?’
‘Haha, nee joh, buiten. In een cafetaria, een paar
straten verderop. Je hebt genoeg gezien hier, denk je niet?’
‘Graag. Heel graag zelfs.’
‘Gezellig. Ik ben over …. drie kwartier klaar. Zie ik je daar? Wacht, ik schrijf het adres even voor je op.’
Violet krabbelde iets op een blocnote en Vladimir vroeg, in een opwelling:
‘Zeg, die dokter Kazminzsky, is daar iets mis mee?’
Abrupt stopte ze met schrijven.
‘.. Eh, .. hoezo?’
‘Nou, .. Jacob, die waarschuwde mij daarnet voor hem. Vandaar. Puur nieuwsgierigh-‘
Resoluut legde ze haar hand op zijn mond en fluisterde:
‘Luister, pas op met wat je vraagt. De dokter heeft een verleden.’
Zachtjes duwde hij haar hand weg.
‘Verleden, wat bedoel je?’
‘Hij is ontslagen uit eerdere inrichtingen, wegens
wangedrag met patiënten. Het is nooit bewezen, maar er zou sprake zijn
van misbruik van middelen.’
‘Hoe … bedoel je?’
Een rilling trok langs zijn rug omhoog en bleef kriebelen in zijn nek, als een knetterend brok ijs.
‘Ik weet het fijne er niet van, maar ik heb gehoord
dat er diverse experimenten met hallucinogenen, bloedtransfusies en
hersentransplantaties zijn uitgevoerd. Pas alsjeblieft op.’
Verschrikt keek ze op, alsof ze iets op de gang voorbij hoorde sluipen. ‘We moeten nu echt gaan. Ik zie je straks in de cafetaria, oké?’
Ze overhandigde hem het adres. Beduusd bleef hij nog enkele ogenblikken
zitten. Uiteindelijk stond hij op en besloot de dokter op te zoeken
voor de evaluatie.
‘Aah, jongeheer Monnenz. En? Bent u een beetje
gastvrij ontvangen? De jongens kunnen zich zo nu en dan wel eens ..
primitief uiten, zeg maar.
Dokter Kazminzsky glimlachte beminnelijk. Vladimir rommelde wat met zijn papieren.
‘Eh, .. jahoor dokter. Prima. Ik denk dat ik een
goede indruk gekregen heb van het geheel. Ik wilde vragen, .. ‘
‘Vraag, .. vraag gerust.’
‘.. Ik wilde vragen, .. is het mogelijk om patiënt nummer drie, Jacob, nog eens te spreken? Morgen wellicht?’
‘Jacob? Hmm .. ’
De dokter stond op en liep langs enkele schilderijen aan de muur, ze
bestuderend alsof hij zocht naar onvolkomenheden. Eén daarvan hing hij
recht, ofschoon deze al recht leek te hangen.
‘Wist je, Vladimir .. mag ik Vladimir zeggen?’
‘Eh, .. tuurlijk dokter.’
‘Oké, Vladimir, je wist al dat dit niet mijn eerste betrekking is?’
‘Ehm, .. nee dokter?’
‘Nee, natuurlijk wist je dat niet. Nu, je moet weten
dat ik in eerdere klinieken werkzaam ben geweest. Dat waren
instellingen die mijn methodes vaak niet op .. waarde konden schatten.
Die .. figuren, die zijn ziek. Ziek tot op het bot. Ongeneesbaar, ook
al zullen velen mij op dat punt betwisten. Soms vergeten mensen dat wel
eens. En ik, ik zocht naar .. manieren om deze .. mensen weer een
menswaardig bestaan te gunnen. En in mijn streven begrepen sommigen mij
weer niet. Dat leverde vaak verwarring op, verwarring die voorkomen had
kunnen worden als mensen maar met hun neuzen in dezelfde richting
zouden wijzen. Snap je?’
‘Eh, .. ik denk het wel, dokter.’
‘En als al die neuzen in dezelfde richting zouden
wijzen, zouden zij tegelijkertijd ook beter in staat zijn om
gelijktijdig de smurrie te ruiken die onder hun voeten weg lag te
rotten. Snap je?’
Vladimir knikte, maar het vraagteken op zijn gezicht bleef.
‘Nou ja, sommige lieden meenden mij te moeten terechtwijzen, alsof ik
het belang van de kliniek niet onder ogen zou zien, terwijl juist dat
bij mij het hoogste goed is, snap je? Sommige rigoureuze problemen
vereisen nu eenmaal rigoureuze oplossingen, maar zoiets valt lastig uit
te leggen als de neuzen niet in dezelfde richting wijzen. Luister, als
je je masteropleiding voltooid hebt, althans, ik weet niet voor welk
profiel je gaat kiezen .. ?’
‘Sociale psychologie, dokter. Waarschijnlijk wel.’
‘Ah mooi, dat zou er naadloos op aansluiten. Nu, als
je het afgerond hebt, wat zou je er dan van denken om voor mij te komen
werken, hm? Lijkt je dat wat?’
‘Ik, .. eh .. ik zou vereerd zijn, dokter. Dank u voor het aanbod.’
‘Geen dank, geen dank.’
Dokter Kazminzsky bestudeerde weer zijn schilderijen. Vladimir had het
idee dat de conversatie beëindigd was en maakte aanstalten om de kamer
te verlaten. De man boezemde hem angst in.
‘Oh ja, Jacob. Het kan, wat mij betreft, maar
realiseer je wel het volgende: Ofschoon hij vrij “normaal’ mag
overkomen, leer wel zijn achtergrond. Vanavond nog. Ik weet dat je de
dossiers van de patiënten expliciet achterwege hebt gelaten om een
blanco indruk van ze te krijgen, ongetwijfeld onderdeel van je
bachelorthese, maar deze jongeman zit hier met een reden.
Hij werd anderhalf jaar geleden opgepakt, in zijn huis, terwijl het
ongedierte door zijn woonkamer kroop. De stank alarmeerde uiteindelijk
de buren. En niet zozeer vanwege enkele beschimmelde etensresten, maar
een kelder met drie vegeterende lijken. Sectie wees uit dat het zijn
echtgenote en haar ouders waren. In dusdanig slechte staat dat
identificatie haast onmogelijk was. Sommige lichaamsdelen waren met de blote
hand losgescheurd, daarna gekookt en verorberd. Smakelijk, niet? Waarom
hij dan niet ter dood veroordeeld werd en in plaats daarvan hier zit?
Omdat hij niet de domste is, zoals je al gemerkt hebt. Nee, hij werd
compleet krankzinnig verklaard en op basis van goed gedrag werd hij
vorig jaar hier naartoe overgeplaatst. Ik zal zorgen dat je het dossier
krijgt. Morgen om half elf kun je hem weer spreken. Dat was alles.’
Vladimir wachtte even tot de krampen in zijn maag gezakt waren toen hij
eindelijk op de gang stond, weg van die bedompte kamer. Hij wist zich
te herpakken. Toen hij bij zijn kamer terugkwam, vond hij het dossier,
netjes bovenop zijn eigen spulletjes. Hij verliet het gebouw zonder
omkijken en koerste naar de cafetaria.
‘Hee Vlaatje, koffie?’
Een flauwe glimlach speelde rond zijn lippen terwijl hij tegenover Violet plaatsnam.
‘Hmm, je kunt wel iets sterkers gebruiken, volgens mij. Je ziet een beetje pips?’
‘Ehr, .. oh ja? Nou ja, goed idee, inderdaad. Doe maar een biertje dan.’
‘Komt voor elkaar! Mariska, twee pilsjes alsjeblieft!’ riep ze naar de jongedame achter de bar.
‘En? Oh wacht, ik zie het al. Viel het tegen?’
‘Nou ja, hangt ervan af. Morgen ben ik er in elk geval weer, half elf een gesprek met Jacob.’
‘Huu, met die griezel?’
Vladimir stond op het punt om het relaas van Kazminzsky met haar te
delen, maar zag ervan af. In plaats daarvan vroeg hij haar naar de
reguliere dingetjes. Waarom ze daar werkte, hoelang, hoe ze tegen het
leven aankeek, of ze katten had (die had ze, een grijze), of ze een
sportief type was, welke film ze het laatst gezien had, wie haar
favoriete schrijver was (Lovecraft, wat voor hem gelijkstond aan een
dame die van voetbal en kung-fu films hield) en of ze hier in de buurt
woonde. Dat deed ze.
Ze was geweldig, in alle opzichten. Hij stond met één voet op het
vloerkleed, met de andere steunde hij op haar bureaustoel en op die
wijze penetreerde hij haar achterlangs terwijl zij voorovergebogen
tegen haar bureau stond. Hijgend riep ze – terwijl ze achterom keek
naar zijn zwoegende gezicht - dat het harder moest, dat hij meer moest
rammen, dat ze zijn ballen tegen haar billen wilde voelen klotsen. Hij
beaamde haar voorstel door haar heupen te grijpen en zijn tempo te
versnellen, wat niet meeviel aangezien de bureaustoel redelijk aftands
oogde (en uiteindelijk ook was) en irritant begon te schuiven en te
piepen, synchroon met zijn beukende heupen. Met een rood aangelopen
hoofd keek hij verlekkerd toe hoe zijn piemel tussen haar lippen
schoof, steeds sneller, terwijl er wit vocht tussen zijn schaamhaar
bleef plakken. Haar billen resoneerden prettig, elke keer wanneer hij
diep in haar drong. Ze vroeg of het nog sneller kon, terwijl haar
bureau met daarop haar monitor, keyboard, muis, achttien delen
Lovecraft, zes delen Poe, een lege pizzadoos, mascara,
lippenstift, een paar losse cd’s en een cd-box, twee lege kopjes, een
volle asbak, enkele onbetaalde rekeningen, een stapeltje glossy
tijdschriften, drie videobanden die overduidelijk nog geretourneerd
moesten worden en geopende zak drop vervaarlijk begon te schuiven.
Vladimir beaamde dit wederom en spoot haar subiet vol. De condooms lagen onaangeroerd op tafel.
Na de vierde keer moest Vladimir schoorvoetend toegeven dat hij nu echt niet meer wilde.
‘Aah, nog één keertje!’ smeekte Violet.
‘Nee, alsjeblieft, niet meer. Je bent te goed. Echt.’
‘Komop kanjer, nog één keer, de laatste, oké?’
‘Nou vooruit, nog één keer dan, maar da’s echt de laatste, oké?’
‘Hihihi, da’s goed! Oké, wie was?’
‘Jij moest beginnen, toch?’
‘Oké, gaat ie.’
De dobbelstenen rolden over het Mens-erger-je-niet bord.
‘Vijf! Hah!’
Loom lag Valdimir in het donker naar het plafond te staren. Zijn
sigaret gloeide sporadisch op, als een traag knipperend oranje oog.
Violet sliep bijna, haar lichaam schokte steeds minder. Hij knipte een
lichtje aan, om het dossier te kunnen bestuderen. Violet klaagde mild
en rolde zich verder op in haar dekbed.
De details logen er niet om. Jacob had zich
inderdaad uitgeleefd, zes
maanden na zijn trouwerij. Ook aangaande de antropofagie had Kazminzsky
niet overdreven. Jacob had stukken vlees uit het gezicht van zijn vrouw
gesneden, uit haar buik, haar schaamlippen eraf geknipt, delen van haar
dijen eraf geschild, de ogen uit haar schedel gepulkt en deze in een
pan met hete boter gestopt en peterselie en tijm als garnering
gebruikt. Naderhand vonden ze wat verkoolde restjes terug op het
fornuis. Toen kwam hij pas echt los. Met een bijl heeft hij zijn
schoonouders onherkenbaar verminkt door herhaaldelijk op hun gezichten
in te slaan, de handen en voeten eraf gehakt en geprobeerd deze te gaar
te stoven in zijn oven. Geen hap van zijn schoonouders genomen, dus
geen meesterkok, maar wel een fijnproever.
Vermoeid legde hij het dossier weg, knipte het licht
uit en liet zich wegzakken. Na zijn derde ademtocht zakte hij verder
weg, de onderliggende dimensie in.
Terug in de kliniek. Rimpelig beeld, alsof er een permanente
waterdruppel in de hoek van zijn ogen zat. De trap op, naar binnen. Hij
hoorde zichzelf zwaar ademen. Voetstappen terwijl hij door het
gangenstelsel liep, op zoek naar iets. Of iemand. Holle voetstappen.
Vochtige voetstappen, alsof hij op een tegelvloer liep waarover emmers
modder gedrapeerd waren. Hij controleerde zijn voeten. Bloed. Overal.
Alsof er ergens een kraan openstond. Vermoedde al zoiets. Deur. Hier is het. Zachtjes. Vergrendeld. Nee,
toch niet. Open. Naar binnen. Wie slaapt hier? Licht? Werkt niet.
Hijgen. Ik? Nee. Bed. Wie ligt daarin? Kan niks zien. Koud staal, in
mijn hand. Scalpel. Snijden. Ik snij. Vochtig. Verder snijden. Sneller.
Harder. Steken. Snijden. Steken. Snijden. Ik schrijf mijn naam.
Moetmoetmoetmoetmoet ….. Kaz-minz-sky. Kaz-minz-sky. Kaz-minz-sky. Aa-ron
Kaz-minz-sky. Nee! Ik ben niet .. ! Kaz-minz-sky! Kaz-minz-sky!
Licht gaat aan. Milko! Vastgebonden op bed. Aan stukken gesneden. Kan
zijn ingewanden zien. Mond en kin, aan rafels. Afgesneden piemel in het
gat van zijn gezicht gepropt. Overdwars. Scalpel? Scalpel! Ik .. ik,
nee! Nee, .. niet ik! Weg hier!
Door de gangen, voorbij de deuren. Hijgend, piepend ademen. Scalpel?
Heb ik laten vallen. Moet hier weg. Snel! Door de gangen, voorbij de
deuren. Hier. Douchecabine. Snel. Afspoelen. Aan. Heet. Prettig. Veel
bloed. Teveel. Handdoek. Fris. Hoe zie ik eruit? Daar. Spiegel. Nee?
Nee! Neeeee!
Met een ruk schiet Vladimir overeind, de lakens kleven aan zijn
lichaam. Met een onbeheerste klap slaat hij de lamp van het
nachtkastje. Vloekend voelt hij langs het bed, vindt de lamp, zet hem
terug en probeert hem aan te drukken. Bij de derde poging krijgt hij
hem aan. Zijn hart bonst wild. Half tien ’s ochtends, volgens de
wekker. Geen bloed, geen scalpel. Hij staart naar de muur en in zijn
hoofd ziet hij nog altijd de laatste, levendige herinnering uit zijn
nachtmerrie.
Aaron Kazminzsky. In zijn spiegelbeeld.
Tien voor half elf. Hij moest zich haasten. Violet had hij niet meer
gezien. Ze had geen briefje voor hem achtergelaten, maar hij hoopte
haar te treffen in de kliniek. Met een beetje geluk voordat hij met
Jacob zou praten.
Geen Violet in de kliniek. Nergens. Opschieten dan.
Hij rende naar de gereserveerde kamer, zich ervan vergewissend dat de
vloer op de gang schoon was. Druk bezig met het verzamelen van zijn
spullen. Jacob wordt zwijgend naar binnen geleidt. Hij wachtte met
praten totdat ze met z’n tweeën achterbleven.
‘Jacob, euh .. je hebt me dan wel gewaarschuwd voor
Kazminzsky, maar had je niet wat eerlijker over jezelf kunnen zijn?’
‘Shit, microfoons, ik had het kunnen weten. Luister,
Vladimir, dat dossier is nep. Ik heb nog nooit iemand vermoord.’
‘Nee? En je vrouw dan? En haar ouders? Je hebt ze gevild, gekookt en opgegeten!’ ‘Ik ben niet getrouwd. Nooit geweest ook. Eerlijk.’ ‘Waarom zou ik je geloven?’
‘Vertel eens, wat heb je gedroomd vannacht, Vladimir? Speelde de dokter
mee? En je vriendinnetje? Nog gezien vandaag?’ ‘Schoft!’
Als een wild dier besprong hij Jacob, sloeg hem een paar keer hard in
het gezicht en schudde hem door elkaar. Spuug vloog van zijn lippen.
‘Klootzak! Waar-is-ze!?!’
‘Ughe, ughe .. Luister Vladimir, we kunnen haar nog
redden. En jezelf ook. Maar dan moeten we opschieten. Maak me los en ik
help je.’
Vladimir twijfelde. Moest hij niet de makkelijkste weg kiezen, naar
buiten, de straat op? Misschien moest hij de politie waarschuwen – aan
de andere kant, ze zouden hem niet geloven zonder bewijs. Maar hij
vreesde voor haar leven, dat kon hij niet ontkennen. Hij koos voor
Violet en daarmee waarschijnlijk voor zijn eigen dood. Of erger.
Hij werd onaangenaam verrast.
‘Hee, je zit nauwelijks vast. Geen handboeien, maar slechts repen stof. Wist je dat?’
‘Nee? Shit, het gaat echt gebeuren. Maak ze los dan.’
Hij twijfelde weer. ‘Wacht hier, ik ben zo terug.’ ‘Schiet op.’
Behoedzaam liep hij de kamer uit, de gang door, en stopte bij de
voorraadkamer. Niemand. Hij vertrouwde er nog steeds niet op. In de
voorraadkamer vond hij een oude bestekbak, met een aantal gebruikte
scalpels. Slordig, dat ze dat spul hier laten rondslingeren. De minst
vuile nam hij mee terug naar de kamer. Jacob zat er nog altijd. Hij
sneed hem los.
‘Zeg op, Jacob, wat is er hier aan de hand? Vertel.’
‘Ik ben net zoals jij een student, nou ja, een
“voormalig student” psychologie. Ik zou hier stage lopen, maar werd
plotseling van moord verdacht en ze hebben me nooit meer laten gaan. Er
kwam geen politie aan te pas. Ze houden me nu iets langer dan een jaar
vast en jij bent student nummer drie waar ik mijn hoop op had
gevestigd.’
‘Wat bedoel je? Wist je gisteren al dat dit zou gaan gebeuren?’
‘Jazeker, maar ik moest voorzichtig wezen. En
liegen. Zodra ze wisten dat je zou komen, hebben ze mijn medicamenten
stopgezet. Zie je, ze rekenen erop dat ik je ga helpen, en daarom
gunnen ze mij een beetje helderheid. Deze kant op.’
‘Maar wat bedoel je met student nummer drie? Wat
gebeurt er allemaal! En hoe wist je dat ik vannacht over de professor
had gedroomd?’
‘Ik heb hetzelfde meegemaakt, Vladimir, daarom. Maar
luister, we moeten hier wegkomen, een nieuwe kans krijgen we niet.
Shit, waar was het ook alweer?’
Vladimir greep Jacob bij zijn pyjamajasje en drukte hem hardhandig tegen de muur.
‘Nee, ik wil NU antwoorden, Jacob!’
Met zijn vrije hand zette hij de punt van het operatiemes tegen diens keel. Jacob keek hem angstig aan.
‘Vladimir, alsjeblieft, we moeten hier weg. Daarna kun je me vragen wat je wilt.’
‘Nee! Ik wil weten waar die andere studenten zijn, wie “ze” zijn en waar is Violet!’
‘De laatste student die hier stage kwam lopen en een
gesprek met mij afnam heette .. Milko nogiets. Proefkonijnen, dat zijn
we. En Violet hoort bij “ze”! Wat dacht je dan man! Heb je haar
genaaid, hm? Hard, tegen haar bureau aan? En heeft ze nog altijd al die
Lovecraft-boeken!?? We moeten weg hier, SNAP DAT NOU!’
‘Milko .. Oh god, oh godohgod .. Neenee, dat kan niet, je liegt, je liegt! JE LIEGT!’
‘Laat me los klootzak, je jaagt ons allebei de dood in, idioot!’
‘Nee! Neeee!’
En met die kreet drukte hij het mes door. Verslagen keek hij toe hoe
Jacob naar de grond zeeg en gorgelend in zijn eigen bloed stierf,
terwijl de dunsnijder als een langgerekte pukkel uit zijn nek stak.
Hij begon te snikken.
‘Komaan Vladimir, het is tijd. Kom maar mee.’
Kazminzsky.
‘Jij vuile-‘
Een felle pijn, in zijn nek, als een reusachtige bijensteek. Hij
draaide zich om naar zijn belager. Violet. Glimlachend. Nog altijd
fabelachtig mooi. Sexy. Dodelijk. Met een nadruppelende injectienaald
in haar hand. Dat dossier - zij had het hem bezorgd. Natuurlijk.
Duisternis.
Helse pijnen. Overal. Nauwelijks beweging mogelijk. Vastgesnoerd, op een matras. Kazminzsky.
‘Vuile smeerlap! Waar ben je!’
‘Hier, mijn jong, rustig maar. Rustig maar.’
‘Smerige kankerratten, jullie zullen boeten!
Pleurislijders! Jij hebt Milko gedrogeerd, krankzinnig gemaakt en hem
vervolgens vermoord, jij, .. jij schoft!’
‘Haha, nee hoor, beste jongen. Integendeel. Ziehier. Violet, mijn liefste, wil je zo goed zijn?’
‘Jawel, dokter. Kijk eens hier, Vlaatje.’
Ze wijst omhoog. Een monitor, aan het plafond. Slechte kwaliteit, maar
onmiskenbaar Vladimir die door de gangen van de kliniek sluipt. Zijn
scalpel blinkt kortstondig. Hij opent een deur, Milko ligt op bed.
Vastgebonden. Vladimir begint te snijden in het weerloze lichaam, in
het gezicht, snijdt dwars door het borstbeen, bloed spuit eruit. Dit
gaat zo vijf minuten door. Vladimir verlaat het vertrek. Milko blijft
achter, onherkenbaar. De monitor floept uit. ‘Of wil je de videoband van die arme Jacob ook nog zien? Kan hoor? Hahaha.’
Vladimir begint te huilen, roept waarom, waarom. Violet maakt een serie
spuiten klaar. Dokter Kazminzsky verlaat de kamer, zijn telefoon gaat.
Vladimir gilt, onophoudelijk.
‘Sonneveldt? Ha, hoe gaat het, kerel?’ Jaja,
jazeker. Mooi exemplaar, absoluut, absoluut. Nou, vind ik ook. Laten we
afspreken. Morgenmiddag. Lunch? |