De suggestie van een gangbare handelswijze, van gezond verstand,
daar begint het allemaal mee. Zo vraag ik mij af waar je aan dacht,
toen je ’s ochtends jezelf voor de spiegel bekeek en een rafelig, kort
spijkerrokje aantrok en daarboven een ruimvallende, roze sweater. Met
capuchon. En een paar kniehoge, rode laarzen om het plaatje sluitend te
maken. Misschien dacht je aan kerels die steevast met de duimen naar
achteren lopen. Misschien dacht je aan twaalfjarigen die elkaar
luidruchtig via hun mobiel wijsmaken dat een Spaanse Vlieg helemaal
geen vlieg is, maar een uitgedroogde kever. En dat je dan bedenkt dat
het onvoorstelbaar is dat een twaalfjarige mogelijk zou weten wat
priapisme werkelijk inhoudt. Alle medereizigers zouden ervan opkijken,
nietwaar?
Zo kan ik mij buitengewoon irriteren aan dat
billboard (niet die ene, die is goed, zoniet geweldig) met daarop een
jongeman, gehuld in een spijkerbroek, wit jasje en een nietszeggend,
geel T-shirt. En het dan "trendy" kleding noemen. Hmpf. Alsof je nu geestdriftig moet joelen, als een bende
aapjes. Wat een innovatie! Je zou hem met plezier vastsnoeren, een
trechter in zijn smoelwerk proppen en er een emmer vol sperma ingieten.
Des te groter jouw verbijstering vermoedelijk, toen
ik je recht in je ogen aankeek, terwijl ik de verse hondenpoep met m’n
handen van de straat opschepte en het zonder moeite in mijn mond
schoof. Ik kauwde erop (voor zover dat mogelijk is) als een hongerig
kind op een rot stuk vlees. En jij, krijsend, walgend, kokhalzend,
terwijl het klakkende geluid van je laarzen rücksichtslos door het
plaveisel werd geabsorbeerd.
Nee, jij ging er natuurlijk vanuit dat de logica jou
zonder mankeren van begin tot eindpunt zou vervoeren. Maar het leven is
niet logisch, nooit geweest ook. En een streekbus is geen metafoor voor
het leven, laat staan de logica. Het leven is niet rationeel. Zij heeft
geen vaste dienstregeling, en hoewel de weg naar de dood bezaaid is met
diverse haltes zijn deze niet netjes gerangschikt. Eerder willekeurig.
Je denkt: ik knoop mijn veters, dus ik besta. Mijn oma ligt in het
ziekenhuis, dus ga ik op bezoek met een zelfgetekende kaart. Allemaal
volkomen logisch. Ongecompliceerd, van begin tot eind. Slapen, neuken,
opstaan, ontbijten en dan met de bus naar je werkplek – zo kun je de
realiteit uittekenen.
Maar dat is slechts schijn.
Af en toe dendert de onredelijkheid langs, als een
dolle stier, neemt dan jouw ongetrainde lichaam op de hoorns en smijt
je vervolgens weg als een opengescheurde zak aardappelen. En voordat je
het beseft ben je geen toeschouwer meer, maar een ongewilde
participant. En de logica? Die denkt: zojuist blies een twaalfjarige
jongeman, ergens op deze planeet, zichzelf en een legerpost op met een
trits bommen. Terwijl de hulpdienst naderhand zijn ingewanden van de
straat veegt, denkt zij: een Spaanse Vlieg, daar had hij nog nooit van
gehoord en dat zal ook niet meer gebeuren. Verderop in jouw straat aait
die aardige buurman van vierendertig B zijn dochter nog eens over haar
bol. Ze deinst terug, maar meer ook niet. Vanavond zal vader weer naakt
bij haar in bed kruipen, want in haar beleving is dat ondertussen
volkomen logisch. Net zo logisch als een mijnwerker die zijn organen
kapot hoest na verloop van tijd, net zo logisch als een desolate vlakte
na een kernproef, en net zo logisch als een stuntman die de dood vindt
tijdens zijn lunchpauze. Dat is de logica die je vertelt dat een streekbus
geen metafoor is voor het leven, maar een hongerige haai die langs je
kuit strijkt, en wie weet – misschien zwemt hij ditmaal verder en laat
hij jou ongedeerd.
Uiteindelijk eindigt het toch met de bruinomrande waanzin. |