De hut, waar het allemaal eigenlijk begint
Het Mausoleum, voor al uw oude koeien
Tattoo-Log, sommigen kunnen niet zonder
Inteelt, bij de gratie van

  

 

Prehistorisch

01 Okt - 31 Okt 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Feb - 28 Feb 2005
01 Dec - 31 Dec 2004
01 Nov - 30 Nov 2004
01 Okt - 31 Okt 2004
01 Sep - 30 Sep 2004
01 Aug - 31 Aug 2004
01 Jul - 31 Jul 2004
01 Jun - 30 Jun 2004
01 Mei - 31 Mei 2004
01 Apr - 30 Apr 2004
01 Mrt - 31 Mrt 2004
01 Jan - 31 Jan 2004
01 Dec - 31 Dec 2003
01 Nov - 30 Nov 2003
01 Okt - 31 Okt 2003
01 Sep - 30 Sep 2003
01 Aug - 31 Aug 2003
01 Jul - 31 Jul 2003
01 Jun - 30 Jun 2003
01 Mei - 31 Mei 2003
01 Apr - 30 Apr 2003
01 Mrt - 31 Mrt 2003
01 Feb - 28 Feb 2003
01 Jan - 31 Jan 2003
01 Dec - 31 Dec 2002
01 Nov - 30 Nov 2002
01 Okt - 31 Okt 2002
01 Sep - 30 Sep 2002

 
 
 
 
 

 

Iets kwijt?

 
 
 
 

 

Al deze vervuiling mede dankzij

PIVOT
DIGIZAAL

 

Iets op uw lever?

 

Reclame!

 

 

Tattoo Johnny Tattoo Designs World Famous Tattoo Design Gallery - Thousands of Tattoo Designs - Created by top tattoo artists and illustrators

 

 

Download Tattoo Designs for every Lifestyle

 

 

 

Het gaat niet geheel onopgemerkt

Maligne
17 Aug '05 -
Voor zover ik mij kan herinneren ben ik altijd al driftig geweest. Dat onwaardige sujet met mondkapje, die de gore moed had mij een pets op mijn achterwerk te verkopen, terwijl ik luttele seconden daarvoor nog warm en beschut in mijn vochtige holletje zat, wens ik nog altijd tot in de lengte der dagen een hardnekkige galsteenkoliek toe. Als dat warme moederding met die zachte vleesbergen mij niet had gekoesterd, had ik zeker weten gepoogd zijn neusgaten vol te pissen. Ook al hing ik ondersteboven.
    Voor de rest van mijn zuigelingentijd schoot het ook niet op. Een hoop onmacht, schrijnende billen, bemoeizuchtige vrouwmensen en ladingen smerig voedsel waar ik nooit om had gevraagd. Enfin, ik vertel u niks nieuws, mag ik aannemen.

Op de lagere school ging het al niet veel beter. Meer dan eens verzochten mijn "klasgenoten" mij de watertemperatuur van het gemeenschappelijke closet te meten, van binnenuit. Bijkomend voordeel daarvan was weer dat ik mijn dagelijkse lunchpakket uit diezelfde retirade kon vissen. Met mijn tanden.
    Nee, echt op m’n gemak voelen tijdens die periode, dat kwam er amper van. En omdat ik merendeel van de tijd binnenshuis spendeerde, was het niet meer dan logisch dat ik mijzelf stortte op m’n meest voorname hobby: de wetenschap.

Biochemie, daarin kon ik veel van mezelf kwijt. En waarom? Wie zal het zeggen, misschien omdat ik tot op dat moment kwaad was op alle sociaalgerichte organismen waarvan de mens mijn minst favoriete was. Ik weet nog goed dat de buurvrouw bij mijn vader kwam klagen, omdat ze haar geliefde Tobias (Abessijn, katachtig, vrouwelijk, abrikoos, driedubbele zwarte bandenmarkering, zeer agressief) al dagen kwijt was en haar zopas achter één van onze ramen meende te ontwaren. Onzin natuurlijk, sinds ik subject #5124D de dag daarvoor succesvol had gekruist met subject #5226P (Tibetaanse Mastiff, Canis familiaris, mannelijk, zwart met witte bef, overdadig aanhankelijk), dus dat was pure stemmingmakerij van haar kant. Hersenspinsels, meer niet.
    Een dag later kwam mevrouw de Smeedt aankakken, uiteraard met hetzelfde verhaal. Idioten zijn het.
    Mijn vader liet het wel uit zijn hoofd, een dergelijke zaak bij mij na te vragen. Mijn vader, die was een beetje bang voor mij, en daar had dat litteken boven zijn rechteroog alles mee te maken. Zo gek is dat niet. Ik wilde chocoladekoekjes, geen bord vol laffe peultjes. Toen het er naar uitzag dat het pak koekjes gesloten zou blijven voor de rest van de dag, wierp ik mijn vork. Beste worp ooit, zou ik nooit meer evenaren, sinds ik “sport” in al zijn vormen haatte – jammer genoeg trof ik slechts zijn wenkbrauw. Nadien liet hij mij met rust.

Biochemie dus. Wat zal ik zeggen. Liefde, nee, liefde voelde ik niet voor mijn creaturen. Eerder een soort … verwantschap. De geestesgesteldheid van de ware verschoppeling. Evengoed, ik kon mij er prima mee uitleven. En het stemde me tevreden. Tegenwoordig noemt men het met een mooi woord “genmanipulatie” of “moleculaire genetica”.
    Puur haantjesgedrag, meer niet.
    Ik kan in elk geval gerust beweren dat mijn liefhebberij me door de jaren heen sleepte, want ook mijn middelbare schoolperiode kende zijn kartelrandjes. Meer van hetzelfde: nog altijd wilden mijn "medestudenten" weten wat de gevoelstemperatuur was van het water in het closet, een hoop pukkels, foute kleding - mijnerzijds, bleek veelal -, vuile onderbroeken, te grote onderbroeken, lelijke onderbroeken en een aanhoudend geval van krentenbaard. De korsten wisten van geen wijken. Dat de andere sekse nauwelijks tot geen interesse in mij toonde, mag evident heten.
    Ik richtte me geheel op mijn schoolprestaties, haalde daar de hoogste score ooit en besloot Technische Natuurkunde te gaan studeren. In de vrije uurtjes bekwaamde ik mijzelf in de leer van kernfysica. Ik betrok een flatje, niets bijzonders. Niemand zocht me op, niemand nodigde me uit. Drinken deed ik niet en ik sprak zelden iemand, tenzij je de caissière van de supermarkt meerekende. Mijn ouders stierven terwijl ze op vakantie waren aan een voedselvergiftiging en ik nam naderhand niet de moeite om ze over te laten vliegen. Ze werden ter plekke begraven.
    Ameland, geloof ik.
    Van de buurvrouw kreeg ik een puppy uit een nestje, anders zou ze die beesten toch maar verzuipen. Het was een leuk ding, maar ik kwam nooit toe aan het verzinnen van een passende naam. Voordien had het beest mijn favoriete stoel al ondergescheten. We besloten uit elkaar te gaan - ik mijn miezerige flat, hij op de bodem van het meertje een paar kilometer verderop. Ik besloot het erbij te laten, voor mij geen gezelschap meer.

Mijn studieperiode was in die zin uitstekend dat mijn klassikale collega’s mij links lieten liggen, een willekeurige aframmeling daargelaten. En natuurlijk sloeg ik wel eens terug, maar dat moest ik vrijwel altijd bekopen met een bezoek aan de campusarts. Die overigens net zo goed een hekel aan mij had. Men vroeg mij wel eens waarom ik altijd zo korzelig keek. Ik antwoordde daarop dat het leven één grote aaneenschakeling van ellende was, met zo nu en dan een explosie van uiterste rampspoed. Er was weinig reden tot optimisme.

Afstuderen was een eitje; had het gekund, was het summa cum laude geweest – nu moest ik het slechts doen met “lof”. Een passende baan vinden bleek evenwel onmogelijk. Ik koos voor accounting.
    Domme zet.

Vijfenveertig jaar later mocht ik eindelijk met pensioen. Elke dag hetzelfde, tergende ritme. Dezelfde collega’s, dezelfde lunchpakketten. Dezelfde instant-koffie. Oh ja, en cijfers, cijfers, en nog eens cijfers. Ik kon het destijds niet opbrengen een andere betrekking te zoeken. De regelmaat, hoe gezapig en ongeïnspireerd ook, beviel me wel. Daarbij, elke poging tot afleiding leek gedoemd tot mislukken. Vakantie? Eén en al ergernis. Kotsende Engelsen, schreeuwende koters, gebrekkige service en kwalijke accommodaties. Nee, regelmaat had ik nodig.
    Die moest ik nu zelf zien te vinden. Mijn collega’s scheepten me af met een rieten mand, gevuld met diverse koffie–en-theesoorten en een kaartje: “Flikker op en blijf weg.”
    Zodra mijn pensioen aanbrak, ontving de leegte mij als een donker wak. Ik probeerde te tuinieren, maar een tuin had ik niet. Ik dacht aan de bridgeclub, maar ik realiseerde mij dat ik de mensheid nog altijd oprecht haatte. Laat staan kaartspelletjes. Ik ging naar de platenzaak om een mooie platencollectie op te bouwen, maar ik verdroeg die herrie niet. Ik waagde mij wel eens aan een potje biljarten in het café, maar het verlies greep me bij de strot. De constante sigarettenrook trouwens ook. Ik keerde huiswaarts, bleef daar en besloot mijn oude liefde op te pakken. Kernsplijting, daar zag ik veel speelruimte in.

Inmiddels sta ik op het punt om de bestaande set regels aan te passen. Een beetje spelen met beryllium en deuterium, uit de losse pols hannesen met de zogenaamde kritische massa en voilà: dit massieve apparaat, dat ik de “Plooibewerker” zal noemen, zal ervoor zorgen dat ik nooit meer boos hoef te zijn. Zo dan, één druk op de knop, en over een paar seconden zullen al mijn zorgen weg zijn. Alle kwaadaardige elementen zullen hiermee uit de samenleving gesneden worden.



Eh, … wacht ee-

link to this.. | 12:13 | dreadloki | zeven hadden wat

 

 

Abusievelijk
03 Aug '05 -
Diep van binnen wist ik het de hele tijd. Had ik maar de moed gevat oprecht naar mezelf te kijken, dan had ik al deze ellende misschien kunnen voorkomen. Maar eigenlijk is het niet meer dan logisch. De homo sapiens, met zijn constante drang naar aanhankelijkheid, blijft in de essentie niks meer dan die pasgeboren baby wiens navelstreng zojuist onwennig is doorgeknipt. Zodra dat bundeltje bloedvaten de verbinding met de moederkoek verliest, zal die persoon zich de rest van zijn actieve bestaan aan andere zaken trachten te hechten. De druppelende moedertiet, een speelgoedje of misschien wel de illusie van de ware liefde.
    Diepgekoesterde verlangens komen nu eenmaal met gebreken.

Zo liefkoos ik alle dagen van de week mijn immense verzameling gedroogde oren en vingers. In het verleden verzamelde ik ook de ogen, maar dat was geen doen. Het verwijderen ervan gaf enorm veel troep, ze bleven zelden heel en naderhand bleek veelvuldig dat ze als eerste aan het rottingsproces onderhevig waren. Had ik maar de juiste conserveringsmethode weten te vinden. Mijn collectie zou inmiddels museumwaardig ogen.
    
In de asbak, op het enige tafeltje dat mijn appartement (nou ja, appartement; een bedompt kamertje, meer niet) rijk is, rust een halve joint. Ik steek hem aan, begin onbedaarlijk te hoesten totdat het rauw aanvoelt en denk:
    ‘Niet slecht.’
    Ik neem nog een trekje en laat me achterover vallen op m’n bed. Stof dwarrelt in een opwaartse beweging naar het plafond. Ik blaas een slordige kring rook uit en contempleer. Waarom heeft men het in vredesnaam op mij voorzien? En waarom wekte zij de indruk dat ze in mij een geschikte partner zag? (ongetwijfeld omdat ik vrijpostig beweerde een meester in de edele kunst van cunnilingus te zijn, waarop zij welwillend glimlachte – maar dat is slechts een veronderstelling van mijn zijde) Mijn gehavende ego verdroeg nauwelijks nog additionele kerven! Het altruïsme ligt mij niet, dat moge ondertussen duidelijk wezen.
    Over het plafond loopt een spoor van bruine bloedspetters. Of is dat wijn? Ik volg het langs de muur en eindig bij een uitgedroogd plasje op de grond, pal naast de badkamerdeur. Deze staat op een kier, maar ik bespaar me de moeite trachten te achterhalen wat zich daar heeft afgespeeld. Ik weet het immers al. En mijn nekspieren hebben wel wat beters te doen.
    De telefoon gaat.

Geschrokken draai ik mijn hoofd in de richting van het rinkelende apparaat en verdraai bijna mijn nek. Waarom stond het volume zo hoog? Ik vis het toestel onder mijn hoofdkussen vandaan en neem op.
    ‘Hé maatje, hoe is het nou?’
    ‘Best,’ antwoord ik duf.
    ‘Nou, met mij niet zo, hoor. Ik weet het niet meer, hoe dat tegenwoordig allemaal nog in zijn werk gaat. Al die ingewikkelde dingen, allerlei handelingen die je moet verrichten, slechts om een pak melk te kopen bij de super. Ze beweren dan wel dat je leven er makkelijker door wordt, dat je meer tijd over houdt voor belangrijkere zaken, maar niks van dat alles! Niks simpel, verdomme! Het is één groot rariteitenkabinet, met papieren hoedjes en teveel kleurstoffen. Preparateurs die zich serieus wagen aan het restaureren van parkieten. Ik heb al meer botjes in mijn oorschelp dan zo’n kuttige parkiet ooit kan breken!’

Ik steek mijn hand in mijn broeksband en krab eventjes aan m’n schaamhaar. Een verlammende pijn schiet van mijn schaamstreek naar mijn stuitje. Het rokertje, hoewel op zijn einde, steek ik nog eens aan en inhaleer diep. Als ik hem bekijk zit er een rode veeg op de filter. De persoon aan de andere kant vervolgt:
    ‘En wat dacht je van rustige boswandelingen, hm? Ook te sullig voor woorden, echt waar. Het piept, het ruist en het kraakt, maar een oase van rust? Ha! Een duik in een maalstroom brengt me al meer tot rust! Laatst, trouwens, laatst droomde ik dus dat ik door een tunnel moest lopen. Je weet wel, zo’n betonnen pijp waarmee ze het rioolwater naar de zuiveringsinstallatie pompen. Maar wat denk je? Die tunnel stond nokkievol met mensen, van begin tot eind, naakt! En dan bedoel ik echt wanstaltig, poedeltje naakt!’
    Voor het eerst raak ik echt geïnteresseerd in mans monoloog. Ik ga een beetje overeind zitten.
    ‘Nou, je raadt het waarschijnlijk al, op een gegeven moment moest het gebeuren. Helemaal aan de andere kant, dáár moest ik heen.’
    Ik denk aan moord, onthoofdingen, uitbenen en brute verkrachtingen, allemaal op basis van het alom beschikbare videomateriaal - maar ik realiseer mij dat menig mens dagelijks worstelt met de gedachte om iemand iets in die trant aan te doen, het zelf te ervaren en tegelijkertijd dat zoiets niet kan. En ook niet mag. Taboes. Rationaliteit. Het zou wat.
    Ik moet een hand op mijn mond drukken om het grinniken te onderdrukken. Het doet pijn, maar het voelt zalig.

    ‘Nou, echt waar man, ik dacht dat ik gèk werd! Al die lubberende lijven, al die harige holtes en die bleke, zweterige velletjes. Een zonnebril had ik godverdomme nodig, puur en alleen vanwege die blinkende bilnaadjes! Elke toges daar leek me aan te staren! Was het maar een strontbuis geweest, dan had ik die narigheid ten minste eenzaam kunnen verdragen! En dan nog wat anders …’
    Een hoop gekras, gekraak, een luide klap, gevloek op de achtergrond en dan even niks meer. Luttele seconden later een volslagen andere stem aan de andere kant van de lijn:
    ‘Taxi goedenavond, zegt u het maar.’
    ‘Ik heb geen taxi besteld.’
    ‘U hebt ons anders wel gebeld.’
    ‘Werkelijk?’
    ‘Jazeker.’
    ‘Hm, curieus. Oh wacht, ik snap hem al. Ik ben waarschijnlijk op mijn telefoon gaan zitten, en zodoende heb ik per ongeluk op redial gedrukt. (heb ik gisteren een taxi gebeld?) Nou goed, excuus daarvoor.’
    ‘Geeft niks. Prettige avond verder.’
    ‘Van hetzelfde.’
    Er wordt opgehangen, juist als ik nog wil vragen waar die andere persoon gebleven is.

Een diepe zucht, en ik laat me weer achterover vallen. Weer een stofwolk. De taxi, natuurlijk. Ik denk terug aan gisteravond. Ik denk aan jou. Aan je ravenzwarte haren. Aan je uitdagende kledij. Aan je lach, vol zelfverzekerdheid. Je volmaakt rechte tanden. Als je sprak zongen de woorden tot mij. Ik zie weer voor me hoe je die mafketel afpoeiert, terwijl hij daar maar blijft staan, als een grijnzende idioot wiens kunstgebit twee maten te groot is. Ik denk aan ons gezamenlijk ritje, naar mijn appartement. Ik zag je denken, terwijl je de deplorabele staat van mijn kamer in je opnam. En ik wist dat ik in je ging snijden, alleen al vanwege die blik. Ik zou in je snijden tot ik er genoeg van had en dan zou ik toekijken hoe de vleesvliegen hun eitjes in je open wonden deponeerden. Het zal je verbazen hoe snel de eerste maden uit hun eitjes kruipen en dan beginnen met het verteren van jouw weke delen. Kijk maar eens in mijn badkuip. Maar je doorzag me, nietwaar? Je voelde het, het hing al in de lucht, het kroop via je ruggenwervels omhoog naar je medulla oblongata, niet?
    Een godvergeten blinde vlek.

Maar je vergist je, als je denkt dat je van me af bent. Ik ga je zoeken. En vinden. Ondanks de kogel die nu pijnlijk begint te pulseren in mijn maagwand. Slim hoor. Erg slim. Je kijkt ernaar, je denkt dat het een grapje is, lachwekkend op z’n minst. Een stukje speelgoed, meer niet. En zoals dat ding afging, gisteravond laat, dan meende je stellig dat het een klappertjespistool was. Nee, daar is over nagedacht. Wie weet wat voor rotzooi het momenteel is, daar, onder dat sluimerende gaatje, vlak boven mijn navel. De huid krult in rafels omhoog, bloed golft er met elke ademteug uit. Het doet het er niet toe. Ik ga je toch wel vinden. Ik was het per slot van rekening, die jouw taxi belde, vanuit hier. Altruïsme, waar of niet?
    En dat café, daar ga je vast nog eens een borrel pakken. Let maar op. En dan zal ik er zijn. Ik zal er zijn, om je strot dicht te knijpen. En dan zal ik alsnog in je gaan snijden. Iedereen heeft iets nodig om zich aan vast te klampen, reken maar. Teergevoelige zaken, of domweg de vleselijke lust. Oren en vingers, oren en vingers. Ik sluit mijn ogen, eventjes maar. Een beetje rust, alleen maar een beetje rust. Meer heb ik niet nodig.
    Straks zoek ik je op.

link to this.. | 11:15 | dreadloki | 52 hadden wat