Ze vinden het verschil te groot tussen enerzijds het
salaris van een politiek ambtsdrager en anderzijds salarissen
in het bedrijfsleven en de publieke sector. Volgens Remkes is
het 'terecht' dat de discussie over de beloning van ministers
en staatssecretarissen wordt gevoerd.
,,Dat heeft niets te maken met het debat over de te forse
beloning van topondernemers. We lopen in beloning mijlenver
achter bij het bedrijfsleven.'' Hij vindt het niet ongepast
erover te praten, nu het kabinet een algehele loonmatiging
vraagt. ,,Als we nu de discussie beginnen, dan zal die op zijn
vroegst in 2006 ingaan. Dan is de economische situatie weer
anders.''
De noodzaak voor een hogere beloning onderschrijft ook Van
der Knaap. Hij vindt het salaris in geen verhouding staan tot
de zwaarte van het werk, het tijdsbeslag, de
verantwoordelijkheid en het afbreukrisico dat bewindslieden
lopen. ,,Ik ben verantwoordelijk voor 70000 ambtenaren,
vergelijkbaar met een manager van een grote onderneming'',
zegt Van der Knaap.
Begin deze week trok minister De Geus (CDA, sociale zaken)
de vergelijking met een directeur van een kleine
woningbouwcorporatie. De directeur van woningbouwvereniging
Patrimonium in Amsterdam verdient al meer dan premier
Balkenende, zei hij.
Het verschil in beloning is de Haagse politici al jaren een
doorn in het oog. Oud-CDA-voorzitter Marnix van Rij
constateerde in 2000 al dat een minister vier keer minder
verdient dan een gemiddelde topbestuurder. ,,Dit gat is niet
meer te overbruggen'', zei hij.
Wel vond hij het zorgwekkend dat ,,er een duidelijke
tendens is dat mensen vooral voor het grote geld gaan en
minder gevoelig zijn voor het beroep op de maatschappelijke
verantwoordelijkheid''.
Remkes wacht op het advies van de commissie-Dijkstal over
dit thema. Deze commissie werd in december ingesteld om over
de rechtspositie en beloning van politieke ambtsdragers te
adviseren. Er zitten, naast oud-VVD-leider Dijkstal, ook
Akzo-topman Van Lede, oud-CNV-voorzitter Westerlaken en
voormalig GroenLinks-kamerlid Van Es in. Het advies wordt
volgend jaar verwacht.
Aanleiding voor het instellen van de commissie was de
moeite die de VVD en LPF hadden om mensen uit het
bedrijfsleven te werven voor het eerste kabinet-Balkenende.
Bij de VVD haakten vorig jaar vooral de vrouwelijke kandidaten
uit het bedrijfsleven af, vanwege de forse teruggang in
salaris die ze zouden moeten accepteren.